BOEK | HFD | VS | SV |
|---|---|---|---|
GEN | 2 | 4 | Dit zijn de geboorten des hemels en der aarde, als zij geschapen werden; ten dage als de Heere God de aarde en den hemel maakte. |
GEN | 5 | 1 | Dit is het boek van Adams geslacht. Ten dage als God den mens schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods. |
GEN | 6 | 9 | Dit zijn de geboorten van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten. Noach wandelde met God. |
GEN | 10 | 1 | Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed. |
GEN | 11 | 10 | Deze zijn de geboorten van Sem: Sem was honderd jaren oud, en gewon, Arfachsad, twee jaren na den vloed. |
GEN | 11 | 27 | En deze zijn de geboorten van Terah: Terah gewon Abram, Nahor en Haran; en Haran gewon Lot. |
GEN | 25 | 12 | Dit nu zijn de geboorten van Ismaël, den zoon van Abraham, dien Hagar, de Egyptische, dienstmaagd van Sara, Abraham gebaard heeft. |
GEN | 25 | 19 | Dit nu zijn de geboorten van Izak, den zoon van Abraham: Abraham gewon Izak. |
GEN | 36 | 1 | Dit nu zijn de geboorten van Ezau, welke is Edom. |
GEN | 36 | 9 | Dit nu zijn de geboorten van Ezau, den vader der Edomieten, op het gebergte van Seir. |
GEN | 37 | 2 | Dit zijn Jakobs geschiedenissen. Jozef, zijnde een zoon van zeventien jaren, weidde de kudde met zijn broeders (en hij was een jongeling), met de zonen van Bilha, en de zonen van Zilpa, zijns vaders vrouwen; en Jozef bracht hun kwaad gerucht tot hun vader. |
Handout EC OT 1.1
Jaar: 1 Les 1: Genesis 1-11
Locatie Scheveningen
Datum: 2026-09-26
Docent: Hans van der Zwan
Leerdoelen
De student kan:
- kan de belangrijkste perioden tussen de schepping en de tijd van de Richteren in de juiste chronologische volgorde plaatsen;
- kan de belangrijkste gebeurtenissen en thema’s van Genesis 1-11 (schepping, zondeval, zondvloed, Babel en de verspreiding van de volkeren) op hoofdlijnen beschrijven;
- kan belangrijke thema’s uit Genesis 1-11 benoemen en uitleggen wat de functie van de toledôth-structuur in Genesis is;
- kan de betekenis van Eden, het paradijs, de boom des levens, de boom van kennis van goed en kwaad en de toren van Babel uitleggen;
- kan verschillende interpretaties van het scheppingsverhaal onderscheiden en enkele knelpunten benoemen die ontstaan bij het verbinden van schepping en evolutie;
- kan de gevolgen van de zondeval beschrijven en uitleggen hoe God hierop reageert volgens Genesis 1-11;
- kan reflecteren op de betekenis van het geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis;
- kan uitleggen welke betekenis Genesis 1–11 had voor de eerste adressanten en heeft voor gelovigen vandaag.
1. De Bijbel - een overzicht
De bijbel zoals wij die kennen bestaat uit 66 boeken, 39 in het OT en 27 in het NT. Het OT hebben Jodendom (Judaïsme) en Christendom gemeen. Na de verwoesting van de tempel heeft een schisma in het Jodendom plaats gevonden. Uit de groep die Jezus als de beloofde Messias erkenden heeft zich het Christendom ontwikkeld; de belangrijkste stroming van degenen die Jezus niet als Messias (h)erkenden, heeft zich ontwikkeld tot wat bekend staat als het Rabbijnse Jodendom. Aanvankelijk waren dit twee stromingen binnen het Jodendom die in de loop van de geschiedenis (ver) uit elkaar gegroeid zijn.
Al snel waren er geschriften in omloop van de eerste volgelingen van Jezus die als gezaghebbend werden verspreid; uit deze geschriften is later de samenstelling van het NT vastgesteld. Binnen het Rabbijnse Jodendom werd het onderwijs van bekende rabbi’s vastgelegd in de Mishna en de discussies daarover in de Gemara, die samen met de Mishna de Talmoed vormt.
Het OT hebben Christenen en Joden dus gemeenschappelijk, waarbij wel opgemerkt moet worden dat voor een gelovige Jood de Tora zeker belangrijk is; voor wat betreft de overige boeken van het OT geeft een gelovige Jood is bestuderen van de Talmoed minstens even belangrijk als het bestuderen van deze overige OT-ische boeken.
In het protestantisme hebben de boeken van OT en NT gelijk gezag, het NT wordt verstaan vanuit het OT en vice versa. Talloos zijn de lijnen die lopen vanuit het OT naar het NT. Bestuderen van een tekst uit het OT leidt dan ook voortdurend tot bestuderen hoe het NT met die tekst omgaat; bestuderen van het NT leidt evenzo voortdurend tot bestuderen van gedeelten uit het OT waar expliciet of impliciet naar verwezen wordt.
Hebreeuwse indeling
Vier afdelingen
- Tora
- Profeten - Nevi’im
- Geschriften - Ketuvim
- Nieuwe Testament
Christelijke (Protestantse) indeling1
- Tora - Wet
- Historische Boeken
- Dichterlijke Boeken
- Grote Profeten
- Kleine Profeten
- Nieuwe Testament
- Evangeliën
- Brieven
- Apocalyps
Inhoudelijke lijn
- Genesis 1-11: van schepping tot torenbouw Babel
- Genesis 12: roeping van Abraham
- Genesis 12 - 50: Abrahams familie
- Exodus: Abrahams familie wordt een volk; de reis uit Egypte naar de Sinaï
- Leviticus: bij de Sinaï: hoe een volk kan leven met God in het midden
- Numeri: van de Sinaï naar het beloofde land
- Deuteronomium: hoe te leven in het beloofde land onder Gods Koningschap
- Profeten: wat betekent de Tora in de actuele situatie
- Geschriften: Gods volk spreekt tot God en over God
- Nieuwe Testament
- ‘Het geslachtsregister van Jezus Christus, de Zoon van David, de Zoon van Abraham’
- ‘Zie het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt’
- Het getuigenis in Jeruzalem, Judea, Samaria, tot aan het uiterste van de aarde
- Een blik in wat ‘na dezen geschieden moet’
2. Inleiding en achtergrond
Tijdlijn
Volgens de Joodse jaartelling leven wij nu in het jaar 5787 gerekend vanaf de schepping. Vanuit dat uitganspunt beschrijft het OT een periode van een kleine 4000 jaar. Aangezien Abrahams geboorte gedateerd wordt ca. 2000 jaar voor Chr, beschrijven de eerste 11 hoofdstukken van Genesis een periode van 2000 jaar, net zo lang als de periode van Genesis 12 tot de geboorte van de Here Jezus.2

3. Genesis - Bereshiet - Inhoud
Naam van het bijbelboek
Hebreeuws: Bereshiet - בְּרֵאשִׁית - in het begin
Septuagint (LXX): Genesis - Γένεσις - ontstaan/wording
Het woord ‘genesis’ komt in de LXX voor het eerst voor in Genesis 2:4 (LXX): βίβλος γενέσεως οὐρανοῦ καὶ γῆς
(vgl dit met Matt.1:1 (NA): Βίβλος γενέσεως Ἰησοῦ Χριστοῦ)
De Hebreeuwse naam, ‘in het begin’ geeft het hoofdthema van Genesis goed weer, het is het boek van het begin / de beginsels. In dit bijbelboek worden de lijnen in de bijbel uitgezet. Alle bijbelse (hoofd)thema’s hebben hun wortels in Genesis. Hoe meer je het OT leert kennen, hoe meer je in het NT herkent.
Een paar voorbeelden ter illustratie:
- Mattheus begint met een geslachtsregister dat de voortgaande bijbelse lijnen vanuit Genesis laten zien
- Johannes begint zijn evangelie met dezelfde woorden waarmee Genesis in de LXX begint: in het begin - Ἐν ἀρχῇ
- de bijzondere figuur Melchizedek (Gen.14:18vv) komt Abraham tegemoet met brood en wijn; vast niet toevallig dat Jezus brood en wijn uitdeelt bij de laatste maaltijd met zijn leerlingen
- in Openbaring (2:7) duikt opeens de boom des levens weer op die in het paradijs van God is zoals wij al wisten uit Genesis (2:9)
Auteur
- God is de Auteur van de Bijbel. Zijn Geest inspireerde mensen om Zijn woorden op te schrijven (2 Timotheüs 3:16; Hebr.1:1), o.a. over zaken waar degene die de woorden opschreven geen weet van konden hebben (zoals van de schepping).
- De bijbel wijst Mozes aan als schrijver van de Tora (zie o.a. Ex.17:14, 24:4, 34:27, Num.33:2, Deu.31:9-11). In het NT wordt gesproken over ‘de wet van Mozes’ en verwezen naar de woorden die Mozes ontving en overleverde (bijv. Mat.19:7-8, Hand.3:22, e.v.a.).
Mogelijk heeft een latere redacteur op basis van de schriftelijke nalatenschap van Mozes de Tora samengesteld met enkele toevoegingen zoals over de dood van Mozes.
In de 18e en 19e eeuw is het auteurschap van Mozes betwist en deed de bronnentheorie opgang, welke beweert dat de Tora is samengesteld uit verschillende bronnen. Wie daarin geïnteresseerd is kan meer lezen in Dillard & Longman III (2002) of in Arnold & Beyer (2008).
De laatste tijd komt er weer meer oog voor de literaire eenheid van de bijbelboeken, zoals die van Genesis bijvoorbeeld onderbouwd kan worden op basis van de Tolǝdot structuur, zie hierna.
Tolǝdot structuur
Als een refrein klinkt het meer dan tien keer in Genesis: אֵלֶּה תוֹלְדוֹת - elleh tolǝdot - dit zijn de geboorten (SV, NB) / afstammelingen (HSV), dit is de geschiedenis (NBG51).
Als we deze tolǝdot-teksten als kapstok nemen voor een overzicht van het boek Genesis, dan komen we tot de volgende indeling. De teksten worden hierbij gezien als inleiding op wat volgt.3
H1:1 - 2:4
Het boek begint met de proloog, H1:1-2:4 waarin beknopt verteld wordt dat de wereld door het woord van God geschapen is. Steeds klinken de woorden “en God zei laat er … zijn”, “en er was …”, “en God zag dat het goed was”. 4
H2:4-4:26 Hemel en aarde
De tolǝdot van hemel en aarde
Wat voortkwam uit de hemelen en de aarde: dit gedeelte laat zien hoe het ging met wat God goed geschapen had. De schepping van de vrouw, de val voor de verleiding van de slang, de gevolgen daarvan, het eerste religieus geïnspireerd geweld als Kaïn zijn broer vermoord, geslachtslijst van de geboorten van Kaïn - niet (!) als tolǝdottekst - met als dieptepunt Lamech (4:23-24), en als lichtpunt de afsluiting met de geboorte van Seth.
Het hoopvolle begin, krijgt geen glorieus vervolg. Lichtpunten zijn er wel, bijvoorbeeld de Here God die de mens opzoekt (3:9), Adam die zijn mannin een naam geeft, de Here die de man en zijn vrouw kleedt en bovenal de belofte in 3:15 over de vijandschap tussen het zaad van de slang en het zaad van de vrouw.
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
GEN | 3 | 15 | וְאֵיבָה אָשִׁית בֵּֽינְךָ וּבֵין הָֽאִשָּׁה וּבֵין זַרְעֲךָ וּבֵין זַרְעָ֑הּ הוּא יְשׁוּפְךָ רֹאשׁ וְאַתָּה תְּשׁוּפֶנּוּ עָקֵֽב׃ס | En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen. |
Een tekst die vanouds wordt gelezen als de eerste belofte voor de komst van de Here Jezus als zaad van de vrouw.
H5:1-6:8 De tolǝdot van Adam
Terug naar de geboorten uit Adam om uit te komen, via de lijn van Seth, bij Noach en zijn zonen. Niet zomaar zo blijkt, als meegedeeld wordt dat Noach genade vindt in de ogen van de Here in een tijd waarin iedereen van God los lijkt.
Wat ook duidelijk wordt is dat de vervulling van de moederbeloft (3:15) geduld vraagt.
H6:9-9:29 De tolǝdot van Noach
Deze tolǝdot-paragraaf geeft geen lijst van afstammelingen, behalve dat de namen van Noachs drie zonen nogmaals genoemd worden. De focus is op Gods oordeel en de door Hem aangeboden redding door het oordeel heen. Zo pakken NT-sche schrijvers dit ook op, zie Luk.17:26vv, 1Pet.3:18vv, 2Pet.3:6-7.
H10:1-11:9 De tolǝdot van Sem/Cham/Jafeth
Het vervolg van de geschiedenis van Noach, vertelt hoe de aarde wordt bevolkt uit de nakomelingen van zijn drie zonen. In de geslachtslijnen komen namen voor die later in de bijbel terugkomen, zoals Mizraïm (Egypte) en Kanaän (10:6), Babel (10:10), Assur met Ninevé (10:12). De volken vermenigvuldigen zich, en in Babel ontstaat een rijk dat geïntroduceerd wordt met de woorden ‘Heel de aarde had één taal en eendere woorden’ (11:1). Daar ontstaat het idee om een toren te bouwen ‘waarvan de top in de hemel reikt’ en de wil om ‘voor ons een naam te maken’ (11:5). Een gevaarlijk streven, dat door de Here verijdeld wordt.
NB In Psalm 87:4 komen we onder degenen die Hem kennen allemaal nakomelingen van Cham tegen die in dit hoofdstuk genoemd worden.
H11:10-11:26 De tolǝdot van Sem
De geboorten van Sem. Het Woord zoomt nu in op één van Noachs zonen, Sem. Gods antwoord op de torenbouwers, vinden we in dit korte gedeelte: een geslachtsregister uitlopend op de geboorte van Abram, Nahor en Haran.
H11:27-25:11 De tolǝdot van Terah
Dit gedeelte, de tolǝdot Terah, volgt vooralde geschiedenis van zijn zoon Abram. Van Terah horen we dat hij uit Ur vertrok om zich in Haran te vestigen, waar hij stierf (11:27-32). Vervolgens verlegt de tekst de aandacht naar Abram, en de roeping die hij van de HERE krijgt om op weg te gaan. Tegen hem zegt de HERE dat Hij zijn naam groot zal maken, dit staat tegenover de torenbouwers die zichzelf een naam wilden maken. Zijn belevenissen worden nu op de voet gevolgd, hij is de afstammeling van Adam door wie de geschiedenis die God schrijft voortgang zal hebben.
H25:12-25:18 De tolǝdot van Ishmael
Izaäk vertegenwoordigt in zijn generatie de lijn van Gods uitverkiezing. Dat gaat niet ten koste van Ismaël de oudste zoon van Abraham. Ook hij is door God gezegend en God maakt zijn beloften waar. Dit gedeelte onderstreeept dat. Vergelijk Gen.17:20 met 25:12-18, i.h.b. vs17.
BOEK | HFD | VS | SV |
|---|---|---|---|
GEN | 17 | 20 | En aangaande Ismaël heb Ik u verhoord; zie, Ik heb hem gezegend, en zal hem vruchtbaar maken, en hem gans zeer vermenigvuldigen; twaalf vorsten zal hij gewinnen, en Ik zal hem tot een groot volk stellen; |
GEN | 25 | 17 | En dit zijn de jaren des levens van Ismaël, honderd zeven en dertig jaren; en hij gaf den geest, en stierf, en hij werd verzameld tot zijn volken. |
H25:19-35:29 De tolǝdot van Izaäk
De geboorten van Izaäk gaan voor grootste gedeelte over Jakob. Het is een gecompliceerde geschiedenis, één ding is duidelijk, Jakob is de erfgenaam van de belofte aan Abram gedaan (Gen.12:3), een belofte die doorgegeven is aan Izaäk (Gen.26:4) en overgegaan op Jakob (Gen.28:14). Het gedeelte eindigt met de dood van Izaäk.
H36:1-37:1 De tolǝdot van Ezau
Zoals bij Ismaël en Izaäk eerst de tolǝdot van de niet verkozene worden beschreven worden nu eerst de tolǝdot van Ezau beschreven. Dit gedeelte is in twee subparagrafen verdeeld, beiden beginnend met ‘dit zijn de tolǝdot van Ezau’. De eerste subparagraaf eindigt met zijn vertrek uit het beloofde land naar het hem toegewezen gebied Seïr, het tweede geeft de lijst met zijn nakomelingen.
H37:2-50:26 De tolǝdot van Jakob
De laatste sectie wordt ingeluid met ‘dit zijn de tolǝdot van Jakob’. De meeste hoofdstukken gaan over Jozef. Uitgebreid worden zijn lotgevallen beschreven. Niet de oudste, hij is wel degene die een dubbel deel erft (het erfdeel van de oudste, Deut.21:17).
Het NT begint met: ‘Het geslachtsregister van Jezus Christus, de Zoon van David, de Zoon van Abraham.’ De eerste woorden in het Grieks: ‘Βίβλος γενέσεως Ἰησοῦ Χριστοῦ’ - ‘Biblos geneseos Jesou Christou’ in het Hebreeuws is dat סֵפֶר תּוֹלְדׂת יֵשׁוּעַ הַמָּשִׁיחַ - sefer tolǝdot Yeshua Hammashiach.
4. Genre
Tora wordt doorgaans vertaald als wet. Wie Genesis openslaat zal dit bijbelboek niet direct een wetboek noemen. Na de eerste 11 hoofdstukken over de oertijd, heeft het boek vanaf hoofdstuk 12 meer het karakter van een familieroman. Tora is meer dan wetgeving, het is onderwijzing. Het boek onderwijst ons over hoe te leven door middel van, zoals dat nu genoemd wordt, storytelling. Het blijft onderwijs. De levens van de aartsvaders, de gebeurtenissen in hun levens, de keuzes die ze maken, zijn voorbeelden voor ons ter navolging of juist niet. Hebreëen 11 noemt diverse personen uit Genesis als voorbeeld voor ons geloofsleven. Wetgeving in latere boeken in de Tora maakt duidelijk welke voorbeelden niet nagevolgd mogen worden. Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan huwen met twee zussen zoals Jakob wat in strijd is met Lev.18:18; of in een geval een man twee vrouwen heeft, het voortrekken van de zoon van de beminde vrouw boven de zoon van de niet-beminde wat Jakob deed met Jozef en wat in strijd is met de wet in Deut.21:15vv.
5. Inhoud
Zappen door H1-11 (1)
1:1-2 Het begin van alles
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
GEN | 1 | 1 | בְּרֵאשִׁית בָּרָא אֱלֹהִ֑ים אֵת הַשָּׁמַיִם וְאֵת הָאָֽרֶץ׃ | In den beginne schiep God den hemel en de aarde. |
GEN | 1 | 2 | וְהָאָרֶץ הָיְתָה תֹהוּ וָבֹהוּ וְחֹשֶׁךְ עַל פְּנֵי תְה֑וֹם וְרוּחַ אֱלֹהִים מְרַחֶפֶת עַל פְּנֵי הַמָּֽיִם׃ | De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren. |
Zo begint de bijbel. “… schiep God … .” Geen uitleg over wie die God is. Daar gaat nu juist de bijbel over: wie is die God. En de andere grote vraag: wie is de mens?
God wordt niet geïntroduceerd, hoe zou dat ook kunnen? Daar heb je een heel boek voor nodig; en de bijbel pretendeert dat boek te zijn waarin je met Hem kennis maakt en Hem steeds beter kunt leren kennen.
Vragen die bij een denkend mens opkomen: waar komen wij vandaan? Hoe is dit alles ontstaan wat we om ons heen zien? Die vragen worden geadresseerd in Gen.1:1-2. Het begon met God die schiep. Uit de natuur, de biologie, de sterrenkunde en andere wetenschappen, kan een mens op de gedachte komen dat er een brein achter moet zitten, groter dan ons brein; dat er een iemand achter zit met ‘eeuwige kracht en goddelijkheid’ (Rom.1:20). Om te weten Wie dat is, is openbaring nodig. De bijbel pretendeert deze openbaring te zijn.
De schepping is er niet zomaar, geen product van toevalligheden. Zo weerspreekt dit eerste vers de (zuivere) evolutietheorie. De schepping komt voort uit de wil van God die daartoe besloten heeft.
Gen.1:2 Diverse theorieën over de betekenis van dit vers, zoals dat sprake zou zijn van een tweede schepping op grond van vertaling ‘De aarde nu werd woest en ledig.’
Zappen door H1-11 (2)
1:3-25 De schepping
Steeds weer klinken dezelfde woorden als de scheppingsdagen besproken worden:
- ‘En God zei: ….’ (vs 3,5,6,9,11,14,20,24,26)
- ‘En het was (alzo)’ (vs 3,7,9,11,15)
- ‘En God zag dat het goed was.’ (vs 4,10,12,18,21,25)
- ‘En het was avond geweest en en was morgen geweest, de … dag.’ (vs 5,8,13,19,23,31)
Een belangrijk begrip in dit hoofdstuk: scheiding maken. God maakte scheiding tussen licht en duisternis (1:4), tussen de wateren boven en onder het uitspansel (1:6-7) dat Hij maakte en tussen de dag en de nacht (14,18).
Zappen door H1-11 (3)
1:26-31 Wie is de mens?
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
GEN | 1 | 26 | וַיֹּאמֶר אֱלֹהִים נַֽעֲשֶׂה אָדָם בְּצַלְמֵנוּ כִּדְמוּתֵ֑נוּ וְיִרְדּוּ בִדְגַת הַיָּם וּבְעוֹף הַשָּׁמַיִם וּבַבְּהֵמָה וּבְכָל הָאָרֶץ וּבְכָל הָרֶמֶשׂ הָֽרֹמֵשׂ עַל הָאָֽרֶץ׃ | En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. |
GEN | 1 | 27 | וַיִּבְרָא אֱלֹהִים אֶת הָֽאָדָם בְּצַלְמוֹ בְּצֶלֶם אֱלֹהִים בָּרָא אֹת֑וֹ זָכָר וּנְקֵבָה בָּרָא אֹתָֽם׃ | En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze. |
GEN | 1 | 28 | וַיְבָרֶךְ אֹתָם אֱלֹהִים֒ וַיֹּאמֶר לָהֶם אֱלֹהִים פְּרוּ וּרְבוּ וּמִלְאוּ אֶת הָאָרֶץ וְכִבְשֻׁ֑הָ וּרְדוּ בִּדְגַת הַיָּם וּבְעוֹף הַשָּׁמַיִם וּבְכָל חַיָּה הָֽרֹמֶשֶׂת עַל הָאָֽרֶץ׃ | En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt! |
GEN | 1 | 29 | וַיֹּאמֶר אֱלֹהִים הִנֵּה נָתַתִּי לָכֶם אֶת כָּל עֵשֶׂב זֹרֵעַ זֶרַע אֲשֶׁר עַל פְּנֵי כָל הָאָרֶץ וְאֶת כָּל הָעֵץ אֲשֶׁר בּוֹ פְרִי עֵץ זֹרֵעַ זָ֑רַע לָכֶם יִֽהְיֶה לְאָכְלָֽה׃ | En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze! |
GEN | 1 | 30 | וּֽלְכָל חַיַּת הָאָרֶץ וּלְכָל עוֹף הַשָּׁמַיִם וּלְכֹל רוֹמֵשׂ עַל הָאָרֶץ אֲשֶׁר בּוֹ נֶפֶשׁ חַיָּה אֶת כָּל יֶרֶק עֵשֶׂב לְאָכְלָ֑ה וַֽיְהִי כֵֽן׃ | Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo. |
Op de vraag ‘wie is de mens’ horen wij de eerste antwoorden:
- geschapen naar Gods beeld en gelijkenis; de mens is God niet, is door Hem geschapen, niet ‘naar zijn soort/aard’ zoals de dieren; naar Zijn beeld, niet lichamelijk maar in geestelijke zin, wie de mens ziet, zo was de bedoeling lijkt het, ziet God; het doet denken aan woorden van de Here Jezus: ‘wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien’ (Joh.14:9); Gods representant in de schepping
- geschapen om te heersen over de schepping; wat dat betekent horen wij in 2:15
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
GEN | 2 | 15 | וַיִּקַּח יְהוָה אֱלֹהִים אֶת הָֽאָדָ֑ם וַיַּנִּחֵהוּ בְגַן עֵדֶן לְעָבְדָהּ וּלְשָׁמְרָֽהּ׃ | Zo nam de Heere God den mens, en zette hem in den hof van Eden, om dien te bouwen, en dien te bewaren. |
- levend van wat God geeft; het klinkt nog door in de zegen die een Jood uitspreekt voor de maaltijd: ‘Gezegend bent U, Heer onze God, die het brood uit de aarde doet voortkomen.’
- en dan volgt Gods beoordeling van de schepping:
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
GEN | 1 | 31 | וַיַּרְא אֱלֹהִים אֶת כָּל אֲשֶׁר עָשָׂה וְהִנֵּה טוֹב מְאֹ֑ד וַֽיְהִי עֶרֶב וַֽיְהִי בֹקֶר יוֹם הַשִּׁשִּֽׁי׃פ | En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag. |
Zappen door H1-11 (4)
2:1-3 De Shabbat
- De zevende dag
- Openbaring van zevendaags ritme
- Thema door de bijbel heen
- 4e gebod
- Exodus 31: 16-17 (zie hieronder); teken vh verbond
- Jesaja 58:13
- Jezus’ twistgesprekken met Farizeeërs
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
EXO | 31 | 16 | וְשָׁמְרוּ בְנֵֽי יִשְׂרָאֵל אֶת הַשַּׁבָּ֑ת לַעֲשׂוֹת אֶת הַשַּׁבָּת לְדֹרֹתָם בְּרִית עוֹלָֽם׃ | Dat dan de kinderen Israëls den sabbat houden, den sabbat onderhoudende in hun geslachten, tot een eeuwig verbond. |
EXO | 31 | 17 | בֵּינִי וּבֵין בְּנֵי יִשְׂרָאֵל אוֹת הִוא לְעֹלָ֑ם כִּי שֵׁשֶׁת יָמִים עָשָׂה יְהוָה אֶת הַשָּׁמַיִם וְאֶת הָאָרֶץ וּבַיּוֹם הַשְּׁבִיעִי שָׁבַת וַיִּנָּפַֽשׁ׃ס | Hij zal tussen Mij en tussen de kinderen Israëls een teken in eeuwigheid zijn; dewijl de Heere, in zes dagen, den hemel en de aarde gemaakt, en op den zevenden dag gerust en Zich verkwikt heeft. |
Zappen door H1-11 (5)
Genesis 2:4-25 Tolǝdot hemel en aarde
- Wie is de mens?
- 2:15 ‘… om haar te dienen en haar te bewaken’ (NB)
- 2:16-17 het eerste gebod in de bijbel
- 2:18 ‘Het is niet goed …’
- 2:19-20 naamgeving
- 2:21-25 ‘… Hij bracht haar bij Adam’
- ‘Dit geheimenis is groot … .’ (Efeze 5:32)
Zappen door H1-11 (6)
Genesis 3 - de zondeval
- wat gaat er mis?
- 3:15 de belofte
- 3:16-19 de gevolgen
- 3:20 de vrouw krijgt een eigennaam / eigen naam
- 3:23-24 weg uit de hof van Eden
Zappen door H1-11 (7)
Genesis 4 Kaïn en Abel
- Wat is het verschil tussen de offers van de broers?
- Kaïns veelzeggende reactie
- Adam-Kaïn-Henoch-Hirad-Mechujaël-Methusaël-Lamech
- 4:19-24 Lamech
- moreel verval
- urbanisatie
- technologische ontwikkeling
Zappen door H1-11 (8)
Genesis 4:25 - 5:22 Van Seth tot Noach
- vgl. Eva’s woorden in 4:1 en in 4:25
- 4:26 ’Toen begon men de Naam van de HEERE aan te roepen
- Adam-Seth-Enos-Kenan-Mahaleël-Jered-Henoch
- 5:22 Henoch wandelde met God (zie ook Hebr.11:5)
- Henoch-Methusalach-Lamech-Noach
- Noach - Sem, Cham, Jafeth
Zappen door H1-11 (9)
Genesis 6 Aankondiging vloed
- 6:1-8
- 6:2 Wie zijn de ‘bene elohim’ (‘zonen van God/god’)?
- hemelwezens/engelen?
- elite onder de heersers?
- nakomelingen van Seth?
- 6:5 algemeen moreel verval
- 6:6-7 het Gods besluit
- 6:8 ‘Maar Noach vond genade in de ogen van de HEERE’
Zappen door H1-11 (10)
Genesis 6:9-7:24 De vloed

Zappen door H1-11 (11)
Genesis 8 De aarde gereinigd
- 8:1 ‘En God dacht aan Noach …’
- 8:4 De ark loopt vast op de Ararat
- 8:7-11 Een raaf, een duif, een olijfblad
- 8:13 Noach neemt luik van de ark weg (1e dag 1e maand)
- 8:16 God zegt tegen Noach uit de ark te gaan (27e dag 2e maand)
- 8:20-22 Noachs offer, Gods belofte
Zappen door H1-11 (12)
Genesis 9 Noachitisch verbond
- Gods verbond met Noach
- Teken van dit verbond?
- Zeven Noachitische geboden
- Joods gebed bij zien regenboog
- Gezegend bent U, Heer onze G‑d, Koning van het universum, die het verbond gedenkt, trouw is aan Zijn verbond en Zijn belofte houdt.
- Gezegend bent U, Heer onze G‑d, Koning van het universum, die het verbond gedenkt, trouw is aan Zijn verbond en Zijn belofte houdt.
- 9:18-29 Noachs dronkenschap
Zappen door H1-11 (13)
Genesis 10 De tolǝdot van Sem, Cham, Jafet
- 10:8 Nimrod, apart vermeld (zie 10:7)
- 10:10 De naam Babel valt voor het eerst
- een begrip in de bijbel
- Jes.47:12 berucht om bezweringen en tovenarijen van jongs af
- Daniël
- Openbaring - Babylon
- 10:15vv De volken van Kanaän
Zappen door H1-11 (14)
Genesis 11 De torenbouwers
- 11:1 ‘… één taal en eendere woorden …’
- 11:4 de hemelbestormers willen zich een naam maken
- 11:5 de HEERE daalt neer ….
- 11:7-9 Babel - verwarring
- 11:10vv Gods antwoord: de tolǝdot van Sem —> Abram
Tijdlijn Genesis 1-11

BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
GEN | 11 | 29 | וַיִּקַּח אַבְרָם וְנָחוֹר לָהֶם נָשִׁ֑ים שֵׁם אֵֽשֶׁת אַבְרָם שָׂרָי וְשֵׁם אֵֽשֶׁת נָחוֹר מִלְכָּה בַּת הָרָן אֲבִֽי מִלְכָּה וַֽאֲבִי יִסְכָּֽה׃ | En Abram en Nahor namen zich vrouwen; de naam van Abrams huisvrouw was Sarai, en de naam van Nahors huisvrouw was Milka, een dochter van Haran, vader van Milka, en vader van Jiska. |
GEN | 11 | 30 | וַתְּהִי שָׂרַי עֲקָרָ֑ה אֵין לָהּ וָלָֽד׃ | En Sarai was onvruchtbaar; zij had geen kind. |
GEN | 11 | 31 | וַיִּקַּח תֶּרַח אֶת אַבְרָם בְּנוֹ וְאֶת לוֹט בֶּן הָרָן בֶּן בְּנוֹ וְאֵת שָׂרַי כַּלָּתוֹ אֵשֶׁת אַבְרָם בְּנ֑וֹ וַיֵּצְאוּ אִתָּם מֵאוּר כַּשְׂדִּים לָלֶכֶת אַרְצָה כְּנַעַן וַיָּבֹאוּ עַד חָרָן וַיֵּשְׁבוּ שָֽׁם׃ | En Terah nam Abram, zijn zoon, en Lot, Harans zoon, zijns zoons zoon, en Sarai, zijn schoondochter, de huisvrouw van zijn zoon Abram, en zij togen met hen uit Ur der Chaldeen, om te gaan naar het land Kanaän; en zij kwamen tot Haran, en woonden aldaar. |
GEN | 11 | 32 | וַיִּהְיוּ יְמֵי תֶרַח חָמֵשׁ שָׁנִים וּמָאתַיִם שָׁנָ֑ה וַיָּמָת תֶּרַח בְּחָרָֽן׃ס | En de dagen van Terah waren tweehonderd en vijf jaren, en Terah stierf te Haran. |
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
GEN | 12 | 1 | וַיֹּאמֶר יְהוָה אֶל אַבְרָם לֶךְ לְךָ מֵאַרְצְךָ וּמִמּֽוֹלַדְתְּךָ וּמִבֵּית אָבִ֑יךָ אֶל הָאָרֶץ אֲשֶׁר אַרְאֶֽךָּ׃ | De Heere nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal. |
GEN | 12 | 2 | וְאֶֽעֶשְׂךָ לְגוֹי גָּדוֹל וַאֲבָרֶכְךָ וַאֲגַדְּלָה שְׁמֶ֑ךָ וֶהְיֵה בְּרָכָֽה׃ | En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen! |
GEN | 12 | 3 | וַאֲבָֽרֲכָה מְבָרְכֶיךָ וּמְקַלֶּלְךָ אָאֹ֑ר וְנִבְרְכוּ בְךָ כֹּל מִשְׁפְּחֹת הָאֲדָמָֽה׃ | En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. |
voor meer hierover zie bijv. website statenbijbelmuseum↩︎
dit gedeelte is grotendeels ontleend aan dit artikel↩︎
voor een gedetailleerde tijdlijn vanuit orthodox Joods perspectief: chabad.org↩︎
voor een gedetailleerde tijdlijn vanuit orthodox Joods perspectief: chabad.org↩︎