Vervoeging אָהַב

Strong H157
Betekenis: liefhebben
Frequentie Qal: 191

Op het tabblad ‘Vervoeging’ staan de vormen die in de combinatie persoon/getal het meest voorkomen. Andere voorkomende vormen zijn opgenomen op het tabblad ‘Overige vormen’.
De voorbeeldteksten zijn een random steekproef (n=10) van teksten met de betreffende vorm; indien de vorm minder dan 10 keer voorkomt zijn alle teksten als voorbeeld opgenomen.

PS

PERF

N1

CONJPERF

N2

STERK

3ms

אָהֵב

9

וַאֲהֵבְךָ

1

קָטַל

3fs

שֶׁאָהֲבָה

5

קָֽטְלָה

2ms

אָהַבְתָּ

6

וְאָהַבְתָּ

4

קָטַ֫לְתָּ

2fs

אָהַבְתְּ

2

קָטַלְתְּ

1cs

אָהַבְתִּי

10

קָטַ֫לְתִּי

3cp

אָהֲבוּ

4

קָטְלוּ

2mp

אֲהַבְתֶּם

1

וַאֲהַבְתֶּם

1

קְטַלְתֶּם

2fp

קְטַלְתֶּן

1cp

קָטַ֫לְנוּ

Voorbeeldteksten Perfectum

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

GEN

27

4

וַעֲשֵׂה לִי מַטְעַמִּים כַּאֲשֶׁר אָהַבְתִּי וְהָבִיאָה לִּי וְאֹכֵ֑לָה בַּעֲבוּר תְּבָרֶכְךָ נַפְשִׁי בְּטֶרֶם אָמֽוּת׃

En maak mij smakelijke spijzen, zo als ik die gaarne heb, en breng ze mij, dat ik ete; opdat mijn ziel u zegene, eer ik sterve.

ISA

57

8

וְאַחַר הַדֶּלֶת וְהַמְּזוּזָה שַׂמְתְּ זִכְרוֹנֵ֑ךְ כִּי מֵאִתִּי גִּלִּית וַֽתַּעֲלִי הִרְחַבְתְּ מִשְׁכָּבֵךְ וַתִּכְרָת לָךְ מֵהֶם אָהַבְתְּ מִשְׁכָּבָם יָד חָזִֽית׃

En achter de deur en posten zet gij uw gedenkteken; want van Mij wijkende ontdekt gij u, en klimt op; gij maakt uw leger wijd, en maakt u een verbond met enigen uit dezelve, gij hebt hun leger lief in elke plaats, die gij ziet.

AMO

4

5

וְקַטֵּר מֵֽחָמֵץ תּוֹדָה וְקִרְאוּ נְדָבוֹת הַשְׁמִ֑יעוּ כִּי כֵן אֲהַבְתֶּם בְּנֵי יִשְׂרָאֵל נְאֻם אֲדֹנָי יְהוִֽה׃

En rookt van het gedesemde een lofoffer, en roept vrijwillige offers uit, doet het horen; want alzo hebt gij het gaarne, gij kinderen Israëls! spreekt de Heere Heere.

HOS

9

1

אַל תִּשְׂמַח יִשְׂרָאֵל אֶל גִּיל כָּֽעַמִּים כִּי זָנִיתָ מֵעַל אֱלֹהֶ֑יךָ אָהַבְתָּ אֶתְנָן עַל כָּל גָּרְנוֹת דָּגָֽן׃

Verblijd u niet, o Israël! tot opspringens toe, gelijk de volken; want gij hoereert van uw God af; gij hebt hoerenloon lief, op alle dorsvloeren des korens.

JER

5

31

הַנְּבִיאִים נִבְּאוּ בַשֶּׁקֶר וְהַכֹּהֲנִים יִרְדּוּ עַל יְדֵיהֶם וְעַמִּי אָהֲבוּ כֵ֑ן וּמַֽה תַּעֲשׂוּ לְאַחֲרִיתָֽהּ׃

De profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo; maar wat zult gij ten einde van dien maken?

SNG

3

1

עַל מִשְׁכָּבִי בַּלֵּילוֹת בִּקַּשְׁתִּי אֵת שֶׁאָהֲבָה נַפְשִׁ֑י בִּקַּשְׁתִּיו וְלֹא מְצָאתִֽיו׃

Ik zocht des nachts op mijn leger Hem, Dien mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet; ik zeide: ...

GEN

27

14

וַיֵּלֶךְ וַיִּקַּח וַיָּבֵא לְאִמּ֑וֹ וַתַּעַשׂ אִמּוֹ מַטְעַמִּים כַּאֲשֶׁר אָהֵב אָבִֽיו׃

Toen ging hij, en hij haalde ze, en bracht ze zijn moeder; en zijn moeder maakte smakelijke spijzen, gelijk als zijn vader gaarne had.

Voorbeeldteksten Conj. Perfectum

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

DEU

10

19

וַאֲהַבְתֶּם אֶת הַגֵּ֑ר כִּֽי גֵרִים הֱיִיתֶם בְּאֶרֶץ מִצְרָֽיִם׃

Daarom zult gijlieden den vreemdeling liefhebben, want gij zijt vreemdelingen geweest in Egypteland.

DEU

11

1

וְאָהַבְתָּ אֵת יְהוָה אֱלֹהֶ֑יךָ וְשָׁמַרְתָּ מִשְׁמַרְתּוֹ וְחֻקֹּתָיו וּמִשְׁפָּטָיו וּמִצְוֺתָיו כָּל הַיָּמִֽים׃

Daarom zult gij den Heere, uw God, liefhebben, en gij zult te allen dage onderhouden Zijn bevel, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, en Zijn geboden.

DEU

7

13

וַאֲהֵבְךָ וּבֵרַכְךָ וְהִרְבֶּ֑ךָ וּבֵרַךְ פְּרִֽי בִטְנְךָ וּפְרִֽי אַדְמָתֶךָ דְּגָנְךָ וְתִֽירֹשְׁךָ וְיִצְהָרֶךָ שְׁגַר אֲלָפֶיךָ וְעַשְׁתְּרֹת צֹאנֶךָ עַל הָֽאֲדָמָה אֲשֶׁר נִשְׁבַּע לַאֲבֹתֶיךָ לָתֶת לָֽךְ׃

En Hij zal u liefhebben, en zal u zegenen, en u doen vermenigvuldigen; en Hij zal zegenen de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, uw koren, en uw most, en uw olie, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee, in het land, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft u te geven.

PS

PERF

N1

CONJPERF

N2

3ms

אָהַב

4

3ms

אֲהֵבוֹ

3

3ms

אֲהֵבְךָ

2

3ms

אֲהֵבָהּ

2

3ms

אֲהֵבוֹס

1

3fs

אֲהֵבַתְהוּ

1

3fs

אֲהֵבַתֶךְ

1

2ms

אֲהַבְתָּנִי

1

2ms

אֲהַבְתָּנוּ

1

1cs

אָהָבְתִּי

5

1cs

אֲהַבְתִּיךְ

2

1cs

אֲהַבְתִּיךָ

1

3cp

אֲהֵבוּךָ

2

3cp

אֲהֵבוּךָס

1

3cp

אֲהֵבוּם

1

3cp

הֵבוּ

1

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

2SA

12

24

וַיְנַחֵם דָּוִד אֵת בַּת שֶׁבַע אִשְׁתּוֹ וַיָּבֹא אֵלֶיהָ וַיִּשְׁכַּב עִמָּ֑הּ וַתֵּלֶד בֵּן וַיִּקְרָא אֶת שְׁמוֹ שְׁלֹמֹה וַיהוָה אֲהֵבֽוֹ׃

Daarna troostte David zijn huisvrouw Bathseba, en ging tot haar in, en lag bij haar; en zij baarde een zoon, wiens naam zij noemde Salomo; en de Heere had hem lief,

RUT

4

15

וְהָיָה לָךְ לְמֵשִׁיב נֶפֶשׁ וּלְכַלְכֵּל אֶת שֵׂיבָתֵ֑ךְ כִּי כַלָּתֵךְ אֲ‍ֽשֶׁר אֲהֵבַתֶךְ יְלָדַתּוּ אֲשֶׁר הִיא טוֹבָה לָךְ מִשִּׁבְעָה בָּנִֽים׃

Die zal u zijn tot een verkwikker der ziel, en om uw ouderdom te onderhouden; want uw schoondochter, die u liefheeft, heeft hem gebaard, dewelke u beter is dan zeven zonen.

MAL

1

2

אָהַבְתִּי אֶתְכֶם אָמַר יְהוָה וַאֲמַרְתֶּם בַּמָּה אֲהַבְתָּ֑נוּ הֲלוֹא אָח עֵשָׂו לְיַֽעֲקֹב נְאֻם יְהוָה וָאֹהַב אֶֽת יַעֲקֹֽב׃

Ik heb u liefgehad, zegt de Heere; maar gij zegt: Waarin hebt Gij ons liefgehad? Was niet Ezau Jakobs broeder? spreekt de Heere; nochtans heb Ik Jakob liefgehad.

PSA

119

163

שֶׁקֶר שָׂנֵאתִי וַאֲתַעֵ֑בָה תּוֹרָתְךָ אָהָֽבְתִּי׃

Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.

JER

8

2

וּשְׁטָחוּם לַשֶּׁמֶשׁ וְלַיָּרֵחַ וּלְכֹל צְבָא הַשָּׁמַיִם אֲשֶׁר אֲהֵבוּם וַאֲשֶׁר עֲבָדוּם וַֽאֲשֶׁר הָלְכוּ אַֽחֲרֵיהֶם וַאֲשֶׁר דְּרָשׁוּם וַאֲשֶׁר הִֽשְׁתַּחֲווּ לָהֶ֑ם לֹא יֵאָֽסְפוּ וְלֹא יִקָּבֵרוּ לְדֹמֶן עַל פְּנֵי הָאֲדָמָה יִֽהְיֽוּ׃

En zij zullen ze uitspreiden voor de zon, en voor de maan, en voor het ganse heir des hemels, die zij liefgehad, en die zij gediend, en die zij nagewandeld, en die zij gezocht hebben, en voor dewelke zij zich nedergebogen hebben; zij zullen niet verzameld noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.

Het tabblad ‘vervoeging’ bevat de meest voorkomende vorm van het werkwoord in de betreffende combinatie geslacht/getal. De voorbeeldteksten zijn een random keuze uit teksten zodanig dat elke vorm in de tabel een keer voorkomt. Het tabblad ‘Cohortativus’ (‘Jussivus’) geeft alle teksten waarin het werkwoord als cohortativus (jussivus) voorkomt.

PS

IMPF

N1

IMPF_CONS

N2

IMPF_CONJ

N3

STERK

3ms

יֶאֱהַב

2

וַיֶּאֱהַב

9

וְיֶאֱהָבֶךָּ

1

יִקְטֹל

3fs

וַתֶּאֱהַב

1

תִּקְטֹל

2ms

תֶּאֱהַב

1

תִּקְטֹל

2fs

תִּקְטְלִי

1cs

אֵהָב

1

וָאֹהֲבֵהוּ

1

אֶקְטֹל

3mp

יִקְטְלוּ

3fp

תִּקְטֹ֫לְנָה

2mp

תְּאֵהֲבוּ

1

תִּקְטְלוּ

2fp

תִּקְטֹ֫לְנָה

1cp

נִקְטֹל

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

JDG

16

4

וַֽיְהִי אַחֲרֵי כֵן וַיֶּאֱהַב אִשָּׁה בְּנַחַל שֹׂרֵ֑ק וּשְׁמָהּ דְּלִילָֽה׃

En het geschiedde daarna, dat hij een vrouw lief kreeg, aan de beek Sorek, welker naam was Delila.

1SA

18

20

וַתֶּאֱהַב מִיכַל בַּת שָׁאוּל אֶת דָּוִ֑ד וַיַּגִּדוּ לְשָׁאוּל וַיִּשַׁר הַדָּבָר בְּעֵינָֽיו׃

Doch Michal, de dochter van Saul, had David lief. Toen dat Saul te kennen werd gegeven, zo was die zaak recht in zijn ogen.

PSA

4

2

בְּנֵי אִישׁ עַד מֶה כְבוֹדִי לִכְלִמָּה תֶּאֱהָבוּן רִ֑יק תְּבַקְשׁוּ כָזָב סֶֽלָה׃

[04:3] Gij, mannen, hoe lang zal mijn eer tot schande zijn? Hoe lang zult gij de ijdelheid beminnen, de leugen zoeken? Sela.

PRO

3

12

כִּי אֶת אֲשֶׁר יֶאֱהַב יְהוָה יוֹכִ֑יחַ וּכְאָב אֶת בֵּן יִרְצֶֽה׃

Want de Heere kastijdt dengene, dien Hij liefheeft, ja, gelijk een vader den zoon, in denwelken hij een welbehagen heeft.

PRO

8

17

אֲנִי אֹהֲבֶיהָ אֵהָ֑ב וּמְשַׁחֲרַי יִמְצָאֻֽנְנִי׃

Ik heb lief, die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.

PRO

9

8

אַל תּוֹכַח לֵץ פֶּן יִשְׂנָאֶ֑ךָּ הוֹכַח לְחָכָם וְיֶאֱהָבֶֽךָּ׃

Bestraf den spotter niet, opdat hij u niet hate; bestraf den wijze, en hij zal u liefhebben.

PRO

20

13

אַל תֶּֽאֱהַב שֵׁנָה פֶּן תִּוָּרֵ֑שׁ פְּקַח עֵינֶיךָ שְֽׂבַֽע לָֽחֶם׃

Heb den slaap niet lief, opdat gij niet arm wordt; open uw ogen, verzadig u met brood.

MAL

1

2

אָהַבְתִּי אֶתְכֶם אָמַר יְהוָה וַאֲמַרְתֶּם בַּמָּה אֲהַבְתָּ֑נוּ הֲלוֹא אָח עֵשָׂו לְיַֽעֲקֹב נְאֻם יְהוָה וָאֹהַב אֶֽת יַעֲקֹֽב׃

Ik heb u liefgehad, zegt de Heere; maar gij zegt: Waarin hebt Gij ons liefgehad? Was niet Ezau Jakobs broeder? spreekt de Heere; nochtans heb Ik Jakob liefgehad.

Alle teksten waarin de cohortativus wordt gebruikt.

Teksten waarin de Jussivus wordt gebruikt.

De meest voorkomende vormen van het imperfectum zijn opgenomen. De voorbeeldteksten zijn een rabdom keuze uit de teksten waarin deze vormen voorkomen, zodanig dat elk vorm erin voorkomt.

PS

IMPV

N

STERK

ms

אֱ‍הַב

1

קְטֹל

fs

קִטְלִי

mp

אֱהָבוּ

1

קִטְלִוּ

mp

אֶהֱבוּ

1

קִטְלִוּ

fp

קְטֹ֫לְנָה

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

HOS

3

1

וַיֹּאמֶר יְהוָה אֵלַי עוֹד לֵךְ אֱ‍ֽהַב אִשָּׁה אֲהֻבַת רֵעַ וּמְנָאָ֑פֶת כְּאַהֲבַת יְהוָה אֶת בְּנֵי יִשְׂרָאֵל וְהֵם פֹּנִים אֶל אֱלֹהִים אֲחֵרִים וְאֹהֲבֵי אֲשִׁישֵׁי עֲנָבִֽים׃

En de Heere zeide tot mij: Ga wederom henen, bemin een vrouw, die, bemind zijnde van haar vriend, nochtans overspel doet; gelijk de Heere de kinderen Israëls bemint, maar zij zien om naar andere goden, en beminnen de flessen der druiven.

PSA

31

23

אֶֽהֱבוּ אֶת יְהוָה כָּֽל חֲסִידָיו אֱמוּנִים נֹצֵר יְהוָ֑ה וּמְשַׁלֵּם עַל יֶתֶר עֹשֵׂה גַאֲוָֽה׃

[031:24] Hebt den Heere lief, gij, al Zijn gunstgenoten! want de Heere behoedt de gelovigen, en vergeldt overvloediglijk dengene, die hoogmoed bedrijft.

ZEC

8

19

כֹּֽה אָמַר יְהוָה צְבָאוֹת צוֹם הָרְבִיעִי וְצוֹם הַחֲמִישִׁי וְצוֹם הַשְּׁבִיעִי וְצוֹם הָעֲשִׂירִי יִהְיֶה לְבֵית יְהוּדָה לְשָׂשׂוֹן וּלְשִׂמְחָה וּֽלְמֹעֲדִים טוֹבִ֑ים וְהָאֱמֶת וְהַשָּׁלוֹם אֱהָֽבוּ׃פ

Alzo zegt de Heere der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.

Een apart tabblad voor Participium Activum en Passivum. De tabel bevat de vormen met een participium zonder prefix en de vormen met het lidwoord als prefix. Het derde deel van de tabel geeft de overige voorkomende vormen.
De voorbeeldteksten part.act. zijn random gekozen zodanig dat alle voorkomende vormen aan bod komen. Bij part.pass. is indien er meer dan 10 teksten zijn met een part.pass. vorm, een random keuze van 10 teksten genomen. Bij minder dan 10 teksten zijn ze alle opgenomen.

PARSING

PS

PRT

N

STERK

V-Qal-Prtcpl-ms

ms

אֹהֵב

25

קֹטֵל

V-Qal-Prtcpl-fs

fs

אֹהֶבֶת

1

קֹטְלָה/קֹטֶ֫לֶת

V-Qal-Prtcpl-mp

mp

אֹהֲבִים

1

קֹטְלִים

fp

קֹטְלוֹת

ms

fs

mp

fp

V-Qal-Prtcpl-ms

ms

אוֹהֵב

1

V-Qal-Prtcpl-mpc

pc

אֹהֲבֵי

5

Conj-w | V-Qal-Prtcpl-mpc

pc

וְאֹהֲבֵי

4

V-Qal-Prtcpl-mpc | 3ms

ms

אֹהֲבָיו

4

Prep-l | V-Qal-Prtcpl-mpc | 3ms

ms

לְאֹהֲבָיו

3

V-Qal-Prtcpl-mpc | 1cs

cs

אֹהֲבַי

3

V-Qal-Prtcpl-mpc | 2ms

ms

אֹהֲבֶיךָ

3

Prep-l | V-Qal-Prtcpl-mpc

pc

לְאֹהֲבֵי

2

Prep-l | V-Qal-Prtcpl-mpc | 1cs

cs

לְאֹהֲבַי

2

V-Qal-Prtcpl-mpc | 3fs

fs

אֹהֲבֶיהָ

2

Conj-w | V-Qal-Prtcpl-mpc | 3fs

fs

וְאֹהֲבֶיהָ

1

Conj-w | V-Qal-Prtcpl-mpc | 3ms

ms

וְאֹהֲבָיו

1

Conj-w | V-Qal-Prtcpl-ms

ms

וְאֹהֵב

1

Conj-w | V-Qal-Prtcpl-msc

sc

וְאֹהֵב

1

Conj-w | V-Qal-Prtcpl-msc | 3ms

ms

וְאֹהֲבוֹ

1

V-Qal-Prtcpl-fsc

sc

אֹהַבְתִּי

1

V-Qal-Prtcpl-mpc | 2fs

fs

אֹהֲבָיִךְ

1

V-Qal-Prtcpl-msc | 1cs

cs

אֹהֲבִי

1

V-Qal-Prtcpl-msc | 2ms

ms

אֹהַבְךָ

1

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

EXO

28

7

שְׁתֵּי כְתֵפֹת חֹֽבְרֹת יִֽהְיֶה לּוֹ אֶל שְׁנֵי קְצוֹתָיו וְחֻבָּֽר׃

Hij zal twee samenvoegende schouderbanden hebben aan zijn beide einden, waarmede hij samengevoegd zal worden.

2CH

2

7

וְעַתָּה שְֽׁלַֽח לִי אִישׁ חָכָם לַעֲשׂוֹת בַּזָּהָב וּבַכֶּסֶף וּבַנְּחֹשֶׁת וּבַבַּרְזֶל וּבָֽאַרְגְּוָן וְכַרְמִיל וּתְכֵלֶת וְיֹדֵעַ לְפַתֵּחַ פִּתּוּחִ֑ים עִם הַֽחֲכָמִים אֲשֶׁר עִמִּי בִּֽיהוּדָה וּבִֽירוּשָׁלִַם אֲשֶׁר הֵכִין דָּוִיד אָבִֽי׃

Zo zend mij nu een wijzen man, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper, en karmozijn, en hemelsblauw, en die weet graveerselen te graveren, met de wijzen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David beschikt heeft.

JOB

5

1

קְֽרָא נָא הֲיֵשׁ עוֹנֶ֑ךָּ וְאֶל מִי מִקְּדֹשִׁים תִּפְנֶֽה׃

Roep nu, zal er iemand zijn, die u antwoorde? En tot wien van de heiligen zult gij u keren?

PSA

7

4

אִם גָּמַלְתִּי שֽׁוֹלְמִי רָ֑ע וָאֲחַלְּצָה צוֹרְרִי רֵיקָֽם׃

[07:5] Indiën ik kwaad vergolden heb dien, die vrede met mij had; (ja, ik heb dien gered, die mij zonder oorzaak benauwde!)

PRO

17

17

בְּכָל עֵת אֹהֵב הָרֵ֑עַ וְאָח לְצָרָה יִוָּלֵֽד׃

Een vriend heeft te aller tijd lief; en een broeder wordt in de benauwdheid geboren.

PRO

20

12

אֹזֶן שֹׁמַעַת וְעַיִן רֹאָ֑ה יְהוָה עָשָׂה גַם שְׁנֵיהֶֽם׃

Een horend oor, en een ziend oog heeft de Heere gemaakt, ja, die beide.

ISA

8

14

וְהָיָה לְמִקְדָּ֑שׁ וּלְאֶבֶן נֶגֶף וּלְצוּר מִכְשׁוֹל לִשְׁנֵי בָתֵּי יִשְׂרָאֵל לְפַח וּלְמוֹקֵשׁ לְיוֹשֵׁב יְרוּשָׁלִָֽם׃

Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israël, tot een strik en tot een net den inwoners te Jeruzalem.

ISA

17

14

לְעֵת עֶרֶב וְהִנֵּה בַלָּהָה בְּטֶרֶם בֹּקֶר אֵינֶ֑נּוּ זֶה חֵלֶק שׁוֹסֵינוּ וְגוֹרָל לְבֹזְזֵֽינוּ׃ס

Ten tijde des avonds, ziet, zo is er verschrikking, eer het morgen is, is hij er niet meer. Dit is het deel dergenen, die ons beroven, en het lot dergenen, die ons plunderen.

ISA

27

3

אֲנִי יְהוָה נֹֽצְרָהּ לִרְגָעִים אַשְׁקֶ֑נָּה פֶּן יִפְקֹד עָלֶיהָ לַיְלָה וָיוֹם אֶצֳּרֶֽנָּה׃

Ik, de Heere, behoede dien, alle ogenblik zal Ik hem bevochtigen; opdat de vijand hem niet bezoeke, zal Ik hem bewaren nacht en dag.

JER

11

2

שִׁמְעוּ אֶת דִּבְרֵי הַבְּרִית הַזֹּ֑את וְדִבַּרְתָּם אֶל אִישׁ יְהוּדָה וְעַל יֹשְׁבֵי יְרוּשָׁלִָֽם׃

Hoort gijlieden de woorden dezes verbonds, en spreekt tot de mannen van Juda, en tot de inwoners van Jeruzalem;

JER

16

3

כִּי כֹה אָמַר יְהוָה עַל הַבָּנִים וְעַל הַבָּנוֹת הַיִּלּוֹדִים בַּמָּקוֹם הַזֶּ֑ה וְעַֽל אִמֹּתָם הַיֹּלְדוֹת אוֹתָם וְעַל אֲבוֹתָם הַמּוֹלִדִים אוֹתָם בָּאָרֶץ הַזֹּֽאת׃

Want zo zegt de Heere van de zonen en van de dochteren, die in deze plaats geboren worden; daartoe van hun moeders, die ze baren, en van hun vaders, die ze gewinnen in dit land:

EZE

11

2

וַיֹּאמֶר אֵלָ֑י בֶּן אָדָם אֵלֶּה הָאֲנָשִׁים הַחֹשְׁבִים אָוֶן וְהַיֹּעֲצִים עֲצַת רָע בָּעִיר הַזֹּֽאת׃

En Hij zeide tot mij: Mensenkind, deze zijn de mannen, die ongerechtigheid bedenken, en die kwaden raad raden in deze stad.

EZE

13

20

לָכֵן כֹּה אָמַר אֲדֹנָי יְהוִה הִנְנִי אֶל כִּסְּתוֹתֵיכֶנָה אֲשֶׁר אַתֵּנָה מְצֹדְדוֹת שָׁם אֶת הַנְּפָשׁוֹת לְפֹרְחוֹת וְקָרַעְתִּי אֹתָם מֵעַל זְרוֹעֹֽתֵיכֶ֑ם וְשִׁלַּחְתִּי אֶת הַנְּפָשׁוֹת אֲשֶׁר אַתֶּם מְצֹדְדוֹת אֶת נְפָשִׁים לְפֹרְחֹֽת׃

Daarom, zo zegt de Heere Heere: Ziet, Ik wil aan uw kussens, waarmede gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven, en Ik zal ze uit uw armen wegscheuren; en Ik zal die zielen losmaken, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven.

DAN

3

17

הֵן אִיתַי אֱלָהַנָא דִּֽי אֲנַחְנָא פָֽלְחִין יָכִל לְשֵׁיזָבוּתַ֑נָא מִן אַתּוּן נוּרָא יָקִֽדְתָּא וּמִן יְדָךְ מַלְכָּא יְשֵׁיזִֽב׃

Zal het zo zijn, onze God, Dien wij eren, is machtig ons te verlossen uit den oven des brandenden vuurs, en Hij zal ons uit uw hand, o koning! verlossen.

DAN

5

7

קָרֵא מַלְכָּא בְּחַיִל לְהֶֽעָלָה לְאָשְׁפַיָּא כַּשְׂדָּיֵא וְגָזְרַיָּ֑א עָנֵה מַלְכָּא וְאָמַר לְחַכִּימֵי בָבֶל דִּי כָל אֱנָשׁ דִּֽי יִקְרֵה כְּתָבָה דְנָה וּפִשְׁרֵהּ יְחַוִּנַּנִי אַרְגְּוָנָא יִלְבַּשׁ וְהַמּוֹנְכָא דִֽי דַהֲבָא עַֽל צַוְּארֵהּ וְתַלְתִּי בְמַלְכוּתָא יִשְׁלַֽט׃ס

Zodat de koning met kracht riep dat men de sterrekijkers, de Chaldeen en de waarzeggers inbrengen zou; en de koning antwoordde en zeide tot de wijzen van Babel: Alle man, die dit schrift lezen, en deszelfs uitlegging mij te kennen zal geven, die zal met purper gekleed worden, met een gouden keten om zijn hals, en hij zal de derde heerser in dit koninkrijk zijn.

AMO

9

6

הַבּוֹנֶה בַשָּׁמַיִם מַעֲלוֹתוֹ וַאֲגֻדָּתוֹ עַל אֶרֶץ יְסָדָ֑הּ הַקֹּרֵא לְמֵֽי הַיָּם וַֽיִּשְׁפְּכֵם עַל פְּנֵי הָאָרֶץ יְהוָה שְׁמֽוֹ׃

Die Zijn opperzalen in den hemel bouwt, en Zijn benden heeft Hij op aarde gefondeerd; Die de wateren der zee roept, en giet ze uit op den aardbodem; Heere is Zijn Naam.

MIC

2

8

וְאֶתְמוּל עַמִּי לְאוֹיֵב יְקוֹמֵם מִמּוּל שַׂלְמָה אֶדֶר תַּפְשִׁט֑וּן מֵעֹבְרִים בֶּטַח שׁוּבֵי מִלְחָמָֽה׃

Maar gisteren stelde zich Mijn volk op, tot vijand, tegenover een kleed; gij stroopt een mantel van degenen, die zeker voorbijgaan, wederkomende van den strijd.

ZEC

5

3

וַיֹּאמֶר אֵלַי זֹאת הָֽאָלָה הַיּוֹצֵאת עַל פְּנֵי כָל הָאָ֑רֶץ כִּי כָל הַגֹּנֵב מִזֶּה כָּמוֹהָ נִקָּה וְכָל הַנִּשְׁבָּע מִזֶּה כָּמוֹהָ נִקָּֽה׃

Toen zeide Hij tot mij: Dit is de vloek, die uitgaan zal over het ganse land; want een iegelijk, die steelt, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden; desgelijks een iegelijk, die valselijk zweert, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden.

ZEC

10

5

וְהָיוּ כְגִבֹּרִים בּוֹסִים בְּטִיט חוּצוֹת בַּמִּלְחָמָה וְנִלְחֲמוּ כִּי יְהוָה עִמָּ֑ם וְהֹבִישׁוּ רֹכְבֵי סוּסִֽים׃

En zij zullen zijn als de helden, die in het slijk der straten treden in den strijd, en zij zullen strijden; want de Heere zal met hen wezen; en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden.

PARSING

PS

PRT_PASS

N

STERK

ms

קָטוּל

V-Qal-QalPassPrtcpl-fs

fs

אֲהוּבָה

1

קְטוּלָה

mp

קְטוּלִים

fp

קְטוּלוֹת

Art | V-Qal-QalPassPrtcpl-fs

הָאֲהוּבָה

2

Conj-w | V-Qal-QalPassPrtcpl-ms

וְאָהוּב

1

V-Qal-QalPassPrtcpl-fsc

אֲהֻבַת

1

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

DEU

21

15

כִּֽי תִהְיֶיןָ לְאִישׁ שְׁתֵּי נָשִׁים הָאַחַת אֲהוּבָה וְהָאַחַת שְׂנוּאָה וְיָֽלְדוּ לוֹ בָנִים הָאֲהוּבָה וְהַשְּׂנוּאָ֑ה וְהָיָה הַבֵּן הַבְּכוֹר לַשְּׂנִיאָֽה׃

Wanneer een man twee vrouwen heeft, een beminde, en een gehate; en de beminde en de gehate hem zonen zullen gebaard hebben, en de eerstgeboren zoon van de gehate zal zijn;

DEU

21

15

כִּֽי תִהְיֶיןָ לְאִישׁ שְׁתֵּי נָשִׁים הָאַחַת אֲהוּבָה וְהָאַחַת שְׂנוּאָה וְיָֽלְדוּ לוֹ בָנִים הָאֲהוּבָה וְהַשְּׂנוּאָ֑ה וְהָיָה הַבֵּן הַבְּכוֹר לַשְּׂנִיאָֽה׃

Wanneer een man twee vrouwen heeft, een beminde, en een gehate; en de beminde en de gehate hem zonen zullen gebaard hebben, en de eerstgeboren zoon van de gehate zal zijn;

DEU

21

16

וְהָיָה בְּיוֹם הַנְחִילוֹ אֶת בָּנָיו אֵת אֲשֶׁר יִהְיֶה ל֑וֹ לֹא יוּכַל לְבַכֵּר אֶת בֶּן הָאֲהוּבָה עַל פְּנֵי בֶן הַשְּׂנוּאָה הַבְּכֹֽר׃

Zo zal het geschieden, ten dage als hij zijn zonen zal doen erven wat hij heeft, dat hij niet zal vermogen de eerstgeboorte te geven aan den zoon der beminde, voor het aangezicht van den zoon der gehate, die de eerstgeborene is.

NEH

13

26

הֲלוֹא עַל אֵלֶּה חָטָֽא שְׁלֹמֹה מֶלֶךְ יִשְׂרָאֵל וּבַגּוֹיִם הָרַבִּים לֹֽא הָיָה מֶלֶךְ כָּמֹהוּ וְאָהוּב לֵֽאלֹהָיו הָיָה וַיִּתְּנֵהוּ אֱלֹהִים מֶלֶךְ עַל כָּל יִשְׂרָאֵ֑ל גַּם אוֹתוֹ הֶחֱטִיאוּ הַנָּשִׁים הַנָּכְרִיּֽוֹת׃

Heeft niet Salomo, de koning van Israël, daarin gezondigd, hoewel er onder vele heidenen geen koning was, gelijk hij, en hij zijn God lief was, en God hem ten koning over gans Israël gesteld had? Ook hem deden de vreemde vrouwen zondigen.

HOS

3

1

וַיֹּאמֶר יְהוָה אֵלַי עוֹד לֵךְ אֱ‍ֽהַב אִשָּׁה אֲהֻבַת רֵעַ וּמְנָאָ֑פֶת כְּאַהֲבַת יְהוָה אֶת בְּנֵי יִשְׂרָאֵל וְהֵם פֹּנִים אֶל אֱלֹהִים אֲחֵרִים וְאֹהֲבֵי אֲשִׁישֵׁי עֲנָבִֽים׃

En de Heere zeide tot mij: Ga wederom henen, bemin een vrouw, die, bemind zijnde van haar vriend, nochtans overspel doet; gelijk de Heere de kinderen Israëls bemint, maar zij zien om naar andere goden, en beminnen de flessen der druiven.

De overzichten geven alle vormen van de infinitivi die in de Tenach voorkomen. De voorbeeldteksten zijn de eerste tien verzen waarin een infinitivus constructus resp infintivus absolutus voorkomt; indien het infinitief minder dan tien keer voorkomt zijn alle verzen als voorbeeld opgenomen.

PARSING

HEBR

COUNT

Prep-l | V-Qal-Inf | 3fs

לְאַהֲבָה

10

Conj-w, Prep-l | V-Qal-Inf | 3fs

וּלְאַהֲבָה

2

Prep-k | V-Qal-Inf | 3mp

כְּאָהֳבָם

1

Prep-l | V-Qal-Inf

לֶאֱהֹב

1

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

DEU

10

12

וְעַתָּה יִשְׂרָאֵל מָה יְהוָה אֱלֹהֶיךָ שֹׁאֵל מֵעִמָּ֑ךְ כִּי אִם לְיִרְאָה אֶת יְהוָה אֱלֹהֶיךָ לָלֶכֶת בְּכָל דְּרָכָיו וּלְאַהֲבָה אֹתוֹ וְלַֽעֲבֹד אֶת יְהוָה אֱלֹהֶיךָ בְּכָל לְבָבְךָ וּבְכָל נַפְשֶֽׁךָ׃

Nu dan, Israël! wat eist de Heere, uw God van u dan den Heere, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te wandelen, en Hem lief te hebben, en den Heere, uw God, te dienen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel;

DEU

10

15

רַק בַּאֲבֹתֶיךָ חָשַׁק יְהוָה לְאַהֲבָה אוֹתָ֑ם וַיִּבְחַר בְּזַרְעָם אַחֲרֵיהֶם בָּכֶם מִכָּל הָעַמִּים כַּיּוֹם הַזֶּה׃

Alleenlijk heeft de Heere lust gehad aan uw vaderen, om die lief te hebben, en heeft hun zaad na hen, ulieden, uit al de volken verkoren, gelijk het te dezen dage is.

DEU

11

13

וְהָיָה אִם שָׁמֹעַ תִּשְׁמְעוּ אֶל מִצְוֺתַי אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוֶּה אֶתְכֶם הַיּ֑וֹם לְאַהֲבָה אֶת יְהוָה אֱלֹֽהֵיכֶם וּלְעָבְדוֹ בְּכָל לְבַבְכֶם וּבְכָל נַפְשְׁכֶֽם׃

En het zal geschieden, zo gij naarstiglijk zult horen naar Mijn geboden, die Ik u heden gebiede, om den Heere, uw God, lief te hebben, en Hem te dienen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel;

DEU

11

22

כִּי אִם שָׁמֹר תִּשְׁמְרוּן אֶת כָּל הַמִּצְוָה הַזֹּאת אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוֶּה אֶתְכֶם לַעֲשֹׂתָ֑הּ לְאַהֲבָה אֶת יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם לָלֶכֶת בְּכָל דְּרָכָיו וּלְדָבְקָה בֽוֹ׃

Want zo gij naarstiglijk houdt al deze geboden, die ik u gebiede om die te doen, den Heere, uw God, liefhebbende, wandelende in al Zijn wegen, en Hem aanhangende;

DEU

19

9

כִּֽי תִשְׁמֹר אֶת כָּל הַמִּצְוָה הַזֹּאת לַעֲשֹׂתָהּ אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוְּךָ הַיּוֹם֒ לְאַהֲבָה אֶת יְהוָה אֱלֹהֶיךָ וְלָלֶכֶת בִּדְרָכָיו כָּל הַיָּמִ֑ים וְיָסַפְתָּ לְךָ עוֹד שָׁלֹשׁ עָרִים עַל הַשָּׁלֹשׁ הָאֵֽלֶּה׃

(Wanneer gij al ditzelve gebod zult waarnemen, om dat te doen, hetgeen ik u heden gebiede, den Heere, uw God, liefhebbende, en alle dagen in Zijn wegen wandelende) zo zult gij u nog drie steden toedoen tot deze drie;

DEU

30

6

וּמָל יְהוָה אֱלֹהֶיךָ אֶת לְבָבְךָ וְאֶת לְבַב זַרְעֶ֑ךָ לְאַהֲבָה אֶת יְהוָה אֱלֹהֶיךָ בְּכָל לְבָבְךָ וּבְכָל נַפְשְׁךָ לְמַעַן חַיֶּֽיךָ׃

En de Heere, uw God, zal uw hart besnijden, en het hart van uw zaad, om den Heere, uw God, lief te hebben met uw ganse hart en met uw ganse ziel, opdat gij levet.

DEU

30

16

אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוְּךָ הַיּוֹם֒ לְאַהֲבָה אֶת יְהוָה אֱלֹהֶיךָ לָלֶכֶת בִּדְרָכָיו וְלִשְׁמֹר מִצְוֺתָיו וְחֻקֹּתָיו וּמִשְׁפָּטָ֑יו וְחָיִיתָ וְרָבִיתָ וּבֵֽרַכְךָ יְהוָה אֱלֹהֶיךָ בָּאָרֶץ אֲשֶׁר אַתָּה בָא שָׁמָּה לְרִשְׁתָּֽהּ׃

Want ik gebiede u heden, den Heere, uw God, lief te hebben, in Zijn wegen te wandelen, en te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, opdat gij levet en vermenigvuldiget, en de Heere, uw God, u zegene in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.

DEU

30

20

לְאַֽהֲבָה אֶת יְהוָה אֱלֹהֶיךָ לִשְׁמֹעַ בְּקֹלוֹ וּלְדָבְקָה ב֑וֹ כִּי הוּא חַיֶּיךָ וְאֹרֶךְ יָמֶיךָ לָשֶׁבֶת עַל הָאֲדָמָה אֲשֶׁר נִשְׁבַּע יְהוָה לַאֲבֹתֶיךָ לְאַבְרָהָם לְיִצְחָק וּֽלְיַעֲקֹב לָתֵת לָהֶֽם׃פ

Liefhebbende den Heere, uw God, Zijner stem gehoorzaam zijnde, en Hem aanhangende; want Hij is uw leven en de lengte uwer dagen; opdat gij blijft in het land, dat de Heere uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft hun te zullen geven.

JOS

22

5

רַק שִׁמְרוּ מְאֹד לַעֲשׂוֹת אֶת הַמִּצְוָה וְאֶת הַתּוֹרָה אֲשֶׁר צִוָּה אֶתְכֶם מֹשֶׁה עֶֽבֶד יְהוָה֒ לְאַהֲבָה אֶת יְהוָה אֱלֹֽהֵיכֶם וְלָלֶכֶת בְּכָל דְּרָכָיו וְלִשְׁמֹר מִצְוֺתָיו וּלְדָבְקָה ב֑וֹ וּלְעָבְדוֹ בְּכָל לְבַבְכֶם וּבְכָל נַפְשְׁכֶֽם׃

Alleenlijk neemt naarstiglijk waar te doen het gebod en de wet, die u Mozes, de knecht des Heeren, geboden heeft, dat gij den Heere, uw God, liefhebt, en dat gij wandelt in al Zijn wegen, en Zijn geboden houdt, en Hem aanhangt, en dat gij Hem dient met uw ganse hart en met uw ganse ziel.

JOS

23

11

וְנִשְׁמַרְתֶּם מְאֹד לְנַפְשֹֽׁתֵיכֶ֑ם לְאַהֲבָה אֶת יְהוָה אֱלֹהֵיכֶֽם׃

Daarom bewaart uw zielen naarstiglijk, dat gij den Heere, uw God, liefhebt.

PARSING

HEBR

COUNT

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV