PS | PERF | N1 | CONJPERF | N2 | STERK |
|---|---|---|---|---|---|
3ms | חָטָא | 29 | קָטַל | ||
3fs | חָטָאָה | 2 | וְחָטְאָה | 1 | קָֽטְלָה |
2ms | חָטָאתָ | 2 | קָטַ֫לְתָּ | ||
2fs | קָטַלְתְּ | ||||
1cs | חָטָאתִי | 26 | וְחָטָאתִי | 4 | קָטַ֫לְתִּי |
3cp | חָטְאוּ | 16 | קָטְלוּ | ||
2mp | חֲטָאתֶם | 6 | וַחֲטָאתֶם | 1 | קְטַלְתֶּם |
2fp | קְטַלְתֶּן | ||||
1cp | חָטָאנוּ | 24 | קָטַ֫לְנוּ |
Vervoeging חָטָא
Strong H2398
Betekenis: zondigen
Frequentie Qal: 181
Op het tabblad ‘Vervoeging’ staan de vormen die in de combinatie persoon/getal het meest voorkomen. Andere voorkomende vormen zijn opgenomen op het tabblad ‘Overige vormen’.
De voorbeeldteksten zijn een random steekproef (n=10) van teksten met de betreffende vorm; indien de vorm minder dan 10 keer voorkomt zijn alle teksten als voorbeeld opgenomen.
Voorbeeldteksten Perfectum
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
JER | 14 | 7 | אִם עֲוֺנֵינוּ עָנוּ בָנוּ יְהוָה עֲשֵׂה לְמַעַן שְׁמֶ֑ךָ כִּֽי רַבּוּ מְשׁוּבֹתֵינוּ לְךָ חָטָֽאנוּ׃ | Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o Heere! doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd. |
JOS | 7 | 20 | וַיַּעַן עָכָן אֶת יְהוֹשֻׁעַ וַיֹּאמַ֑ר אָמְנָה אָנֹכִי חָטָאתִי לַֽיהוָה אֱלֹהֵי יִשְׂרָאֵל וְכָזֹאת וְכָזֹאת עָשִֽׂיתִי׃ | Achan nu antwoordde Jozua, en zeide: Voorwaar, ik heb tegen den Heere, den God Israëls, gezondigd, en heb alzo en alzo gedaan. |
JER | 44 | 23 | מִפְּנֵי אֲשֶׁר קִטַּרְתֶּם וַאֲשֶׁר חֲטָאתֶם לַיהוָה וְלֹא שְׁמַעְתֶּם בְּקוֹל יְהוָה וּבְתֹרָתוֹ וּבְחֻקֹּתָיו וּבְעֵדְוֺתָיו לֹא הֲלַכְתֶּ֑ם עַל כֵּן קָרָאת אֶתְכֶם הָרָעָה הַזֹּאת כַּיּוֹם הַזֶּֽה׃ס | Vanwege dat gij gerookt hebt, en dat gij tegen den Heere gezondigd hebt, en des Heeren stem niet gehoorzaam zijt geweest, en in Zijn wet en in Zijn inzettingen, en in Zijn getuigenissen niet hebt gewandeld; daarom is u dit kwaad wedervaren, gelijk het is te dezen dage. |
HOS | 10 | 9 | מִימֵי הַגִּבְעָה חָטָאתָ יִשְׂרָאֵ֑ל שָׁם עָמָדוּ לֹֽא תַשִּׂיגֵם בַּגִּבְעָה מִלְחָמָה עַל בְּנֵי עַֽלְוָֽה׃ | Sinds de dagen van Gibea, hebt gij gezondigd, o Israël; daar zijn zij staande gebleven; de strijd te Gibea, tegen de kinderen der verkeerdheid, zal ze niet aangrijpen. |
2CH | 6 | 39 | וְשָׁמַעְתָּ מִן הַשָּׁמַיִם מִמְּכוֹן שִׁבְתְּךָ אֶת תְּפִלָּתָם וְאֶת תְּחִנֹּתֵיהֶם וְעָשִׂיתָ מִשְׁפָּטָ֑ם וְסָלַחְתָּ לְעַמְּךָ אֲשֶׁר חָֽטְאוּ לָֽךְ׃ | Hoor dan uit den hemel, uit de vaste plaats Uwer woning, hun gebed en hun smekingen, en voer hun recht uit, en vergeef Uw volk, wat zij tegen U gezondigd zullen hebben. |
EZE | 16 | 51 | וְשֹׁמְרוֹן כַּחֲצִי חַטֹּאתַיִךְ לֹא חָטָ֑אָה וַתַּרְבִּי אֶת תּוֹעֲבוֹתַיִךְ מֵהֵנָּה וַתְּצַדְּקִי אֶת אֲחוֹתֵךְ בְּכָל תּוֹעֲבוֹתַיִךְ אֲשֶׁר עָשִׂיתי׃ | Samaria ook heeft naar de helft uwer zonden niet gezondigd; en gij hebt uw gruwelen meer dan zij vermenigvuldigd, en hebt uw zusters gerechtvaardigd door al uw gruwelen, die gij gedaan hebt. |
EXO | 32 | 33 | וַיֹּאמֶר יְהוָה אֶל מֹשֶׁ֑ה מִי אֲשֶׁר חָֽטָא לִי אֶמְחֶנּוּ מִסִּפְרִֽי׃ | Toen zeide de Heere tot Mozes: Dien zou Ik uit Mijn boek delgen, die aan Mij zondigt. |
Voorbeeldteksten Conj. Perfectum
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
GEN | 44 | 32 | כִּי עַבְדְּךָ עָרַב אֶת הַנַּעַר מֵעִם אָבִי לֵאמֹ֑ר אִם לֹא אֲבִיאֶנּוּ אֵלֶיךָ וְחָטָאתִי לְאָבִי כָּל הַיָּמִֽים׃ | Want uw knecht is voor deze jongeling borg bij mijn vader, zeggende: Zo ik hem tot u niet wederbreng, zo zal ik tegen mijn vader alle dagen gezondigd hebben! |
DEU | 20 | 18 | לְמַעַן אֲשֶׁר לֹֽא יְלַמְּדוּ אֶתְכֶם לַעֲשׂוֹת כְּכֹל תּֽוֹעֲבֹתָם אֲשֶׁר עָשׂוּ לֵֽאלֹהֵיהֶ֑ם וַחֲטָאתֶם לַיהוָה אֱלֹהֵיכֶֽם׃ס | Opdat zij ulieden niet leren te doen naar al hun gruwelen, die zij hun goden gedaan hebben, en gij zondigt tegen den Heere, uw God. |
LEV | 5 | 15 | נֶפֶשׁ כִּֽי תִמְעֹל מַעַל וְחָֽטְאָה בִּשְׁגָגָה מִקָּדְשֵׁי יְהוָ֑ה וְהֵבִיא אֶת אֲשָׁמוֹ לַֽיהוָה אַיִל תָּמִים מִן הַצֹּאן בְּעֶרְכְּךָ כֶּֽסֶף שְׁקָלִים בְּשֶֽׁקֶל הַקֹּדֶשׁ לְאָשָֽׁם׃ | Als een mens door overtreding overtreden, en door afdwaling gezondigd zal hebben, wat onwetende van de heilige dingen des Heeren, zo zal hij tot zijn schuldoffer den Heere brengen een volkomen ram uit de kudde, met uw schatting aan zilveren sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms, ten schuldoffer. |
PS | PERF | N1 | CONJPERF | N2 |
|---|---|---|---|---|
3ms | חָטָאפ | 1 | ||
3fs | חָטְאָה | 1 | ||
3cp | חָטָאוּ | 3 | ||
3fs | וְחָטָאת | 1 |
Voorbeeldteksten
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
LEV | 19 | 22 | וְכִפֶּר עָלָיו הַכֹּהֵן בְּאֵיל הָֽאָשָׁם לִפְנֵי יְהוָה עַל חַטָּאתוֹ אֲשֶׁר חָטָ֑א וְנִסְלַח לוֹ מֵחַטָּאתוֹ אֲשֶׁר חָטָֽא׃פ | En de priester zal met den ram des schuldoffers, voor hem over zijn zonde, die hij gezondigd heeft, voor het aangezicht des Heeren verzoening doen; en hem zal vergeving geschieden van zijn zonde, die hij gezondigd heeft. |
LAM | 1 | 8 | חֵטְא חָֽטְאָה יְרוּשָׁלִַם עַל כֵּן לְנִידָה הָיָ֑תָה כָּֽל מְכַבְּדֶיהָ הִזִּילוּהָ כִּי רָאוּ עֶרְוָתָהּ גַּם הִיא נֶאֶנְחָה וַתָּשָׁב אָחֽוֹר׃ס | . Jeruzalem heeft zwaarlijk gezondigd, daarom is zij als een afgezonderde vrouw geworden; allen, die haar eerden, achten haar onwaard, dewijl zij haar naaktheid gezien hebben; zij zucht ook, en zij is achterwaarts gekeerd. |
1KI | 14 | 22 | וַיַּעַשׂ יְהוּדָה הָרַע בְּעֵינֵי יְהוָ֑ה וַיְקַנְאוּ אֹתוֹ מִכֹּל אֲשֶׁר עָשׂוּ אֲבֹתָם בְּחַטֹּאתָם אֲשֶׁר חָטָֽאוּ׃ | En Juda deed, wat kwaad was in de ogen des Heeren, en zij verwekten Hem tot ijver, meer dan al hun vaderen gedaan hadden, met hun zonden, die zij zondigden. |
EXO | 5 | 16 | תֶּבֶן אֵין נִתָּן לַעֲבָדֶיךָ וּלְבֵנִים אֹמְרִים לָנוּ עֲשׂ֑וּ וְהִנֵּה עֲבָדֶיךָ מֻכִּים וְחָטָאת עַמֶּֽךָ׃ | Aan uw knechten wordt geen stro gegeven, en zij zeggen tot ons: Maakt de tichelstenen; en ziet, uw knechten worden geslagen, doch de schuld is uws volks! |
Het tabblad ‘vervoeging’ bevat de meest voorkomende vorm van het werkwoord in de betreffende combinatie geslacht/getal. De voorbeeldteksten zijn een random keuze uit teksten zodanig dat elke vorm in de tabel een keer voorkomt. Het tabblad ‘Cohortativus’ (‘Jussivus’) geeft alle teksten waarin het werkwoord als cohortativus (jussivus) voorkomt.
PS | IMPF | N1 | IMPF_CONS | N2 | NR | BOEK | HFD | VS | STR | HEBR | ENG | PARSING | nr | LEMMA | DESCRIPTION | PART_OF_SPEECH | COUNT_OT | HEBR0 | HEBRO | PARSING1 | IMPF_CONJ | STERK |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
3ms | יֶחֱטָא | 13 | יִקְטֹל | |||||||||||||||||||
3fs | תֶחֱטָא | 5 | תִּקְטֹל | |||||||||||||||||||
2ms | תֶחֱטָא | 2 | וַתֶּחֱטָא | 1 | תִּקְטֹל | |||||||||||||||||
2fs | תִּקְטְלִי | |||||||||||||||||||||
1cs | אֶחֱטָא | 1 | אֶקְטֹל | |||||||||||||||||||
3mp | יֶחֶטְאוּ | 6 | יִקְטְלוּ | |||||||||||||||||||
3fp | תִּקְטֹ֫לְנָה | |||||||||||||||||||||
2mp | תֶּחֱטָאוּ | 1 | תִּקְטְלוּ | |||||||||||||||||||
2fp | תִּקְטֹ֫לְנָה | |||||||||||||||||||||
1cp | וַנֶּחֱטָא | 1 | נִקְטֹל |
Voorbeeldteksten
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
GEN | 42 | 22 | וַיַּעַן רְאוּבֵן אֹתָם לֵאמֹר הֲלוֹא אָמַרְתִּי אֲלֵיכֶם לֵאמֹר אַל תֶּחֶטְאוּ בַיֶּלֶד וְלֹא שְׁמַעְתֶּ֑ם וְגַם דָּמוֹ הִנֵּה נִדְרָֽשׁ׃ | En Ruben antwoordde hun, zeggende: Heb ik het tot u niet gezegd, toen ik zeide: Zondigt niet aan dezen jongeling! maar gij hoordet niet; en ook zijn bloed, ziet, het wordt gezocht! |
LEV | 4 | 22 | אֲשֶׁר נָשִׂיא יֶֽחֱטָ֑א וְעָשָׂה אַחַת מִכָּל מִצְוֺת יְהוָה אֱלֹהָיו אֲשֶׁר לֹא תֵעָשֶׂינָה בִּשְׁגָגָה וְאָשֵֽׁם׃ | Als een overste zal gezondigd hebben, en tegen een van de geboden des Heeren zijns Gods, door afdwaling, gedaan zal hebben, hetwelk niet zou gedaan worden, zodat hij schuldig is; |
NUM | 15 | 27 | וְאִם נֶפֶשׁ אַחַת תֶּחֱטָא בִשְׁגָגָ֑ה וְהִקְרִיבָה עֵז בַּת שְׁנָתָהּ לְחַטָּֽאת׃ | En indien een ziel door afdwaling gezondigd zal hebben, die zal een eenjarige geit ten zondoffer offeren. |
2CH | 6 | 36 | כִּי יֶחֶטְאוּ לָךְ כִּי אֵין אָדָם אֲשֶׁר לֹא יֶחֱטָא וְאָנַפְתָּ בָם וּנְתַתָּם לִפְנֵי אוֹיֵ֑ב וְשָׁבוּם שׁוֹבֵיהֶם אֶל אֶרֶץ רְחוֹקָה אוֹ קְרוֹבָֽה׃ | Wanneer zij gezondigd zullen hebben tegen U ( want geen mens is er, die niet zondigt), en Gij tegen hen vertoornd zult zijn, en hen leveren zult voor het aangezicht des vijands, dat degenen, die hen gevangen hebben, hen gevankelijk wegvoeren in een land, dat verre of nabij is; |
NEH | 5 | 2 | וְיֵשׁ אֲשֶׁר אֹמְרִים בָּנֵינוּ וּבְנֹתֵינוּ אֲנַחְנוּ רַבִּ֑ים וְנִקְחָה דָגָן וְנֹאכְלָה וְנִחְיֶֽה׃ | Want er waren, die zeiden: Onze zonen, en onze dochteren, wij zijn velen; daarom hebben wij koren opgenomen, opdat wij eten en leven. |
JOB | 5 | 24 | וְֽיָדַעְתָּ כִּי שָׁלוֹם אָהֳלֶ֑ךָ וּֽפָקַדְתָּ נָוְךָ וְלֹא תֶחֱטָֽא׃ | En gij zult bevinden, dat uw tent in vrede is; en gij zult uw woning verzorgen, en zult niet feilen. |
PSA | 119 | 11 | בְּלִבִּי צָפַנְתִּי אִמְרָתֶ֑ךָ לְמַעַן לֹא אֶֽחֱטָא לָֽךְ׃ | Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou. |
PSA | 119 | 116 | סָמְכֵנִי כְאִמְרָתְךָ וְאֶֽחְיֶ֑ה וְאַל תְּבִישֵׁנִי מִשִּׂבְרִֽי׃ | Ondersteun mij naar Uw toezegging, opdat ik leve; en laat mij niet beschaamd worden over mijn hope. |
ISA | 64 | 5 | פָּגַעְתָּ אֶת שָׂשׂ וְעֹשֵׂה צֶדֶק בִּדְרָכֶיךָ יִזְכְּר֑וּךָ הֵן אַתָּה קָצַפְתָּ וַֽנֶּחֱטָא בָּהֶם עוֹלָם וְנִוָּשֵֽׁעַ׃ | Gij ontmoet den vrolijke, en die gerechtigheid doet dengenen, die Uwer gedenken op Uw wegen; zie, Gij waart verbolgen, omdat wij gezondigd hebben; in dezelve is de eeuwigheid, opdat wij behouden wierden. |
EZE | 28 | 16 | בְּרֹב רְכֻלָּתְךָ מָלוּ תוֹכְךָ חָמָס וַֽתֶּחֱטָ֑א וָאֶחַלֶּלְךָ מֵהַר אֱלֹהִים וָֽאַבֶּדְךָ כְּרוּב הַסֹּכֵךְ מִתּוֹךְ אַבְנֵי אֵֽשׁ׃ | Door de veelheid uws koophandels hebben zij het midden van u met geweld vervuld, en gij hebt gezondigd; daarom zal Ik u ontheiligen van Gods berg, en zal u, gij overdekkende cherub! verdoen uit het midden der vurige stenen! |
EZE | 37 | 9 | וַיֹּאמֶר אֵלַי הִנָּבֵא אֶל הָר֑וּחַ הִנָּבֵא בֶן אָדָם וְאָמַרְתָּ אֶל הָרוּחַ כֹּֽה אָמַר אֲדֹנָי יְהוִה מֵאַרְבַּע רוּחוֹת בֹּאִי הָרוּחַ וּפְחִי בַּהֲרוּגִים הָאֵלֶּה וְיִֽחְיֽוּ׃ | En Hij zeide tot mij: Profeteer tot den geest; profeteer, mensenkind! en zeg tot den geest: Zo zegt de Heere Heere: Gij geest! kom aan van de vier winden, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden. |
Alle teksten waarin de cohortativus wordt gebruikt.
Teksten waarin de Jussivus wordt gebruikt.
De meest voorkomende vormen van het imperfectum zijn opgenomen. De voorbeeldteksten zijn een rabdom keuze uit de teksten waarin deze vormen voorkomen, zodanig dat elk vorm erin voorkomt.
PS | IMPV | N | STERK |
|---|---|---|---|
ms | קְטֹל | ||
fs | קִטְלִי | ||
mp | קִטְלִוּ | ||
fp | קְטֹ֫לְנָה |
Voorbeeldteksten
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|
Een apart tabblad voor Participium Activum en Passivum. De tabel bevat de vormen met een participium zonder prefix en de vormen met het lidwoord als prefix. Het derde deel van de tabel geeft de overige voorkomende vormen.
De voorbeeldteksten part.act. zijn random gekozen zodanig dat alle voorkomende vormen aan bod komen. Bij part.pass. is indien er meer dan 10 teksten zijn met een part.pass. vorm, een random keuze van 10 teksten genomen. Bij minder dan 10 teksten zijn ze alle opgenomen.
PARSING | PS | PRT | N | STERK |
|---|---|---|---|---|
V-Qal-Prtcpl-ms | ms | חוֹטֵא | 4 | קֹטֵל |
fs | קֹטְלָה/קֹטֶ֫לֶת | |||
V-Qal-Prtcpl-mp | mp | חֹטִאים | 1 | קֹטְלִים |
fp | קֹטְלוֹת | |||
ms | ||||
Art | V-Qal-Prtcpl-fs | fs | הַחֹטֵאת | 2 | |
mp | ||||
fp | ||||
V-Qal-Prtcpl-ms | ms | חֹטֵא | 1 | |
V-Qal-Prtcpl-ms | ms | חֹטֶא | 1 | |
Conj-w | V-Qal-Prtcpl-ms | ms | וְחוֹטֵא | 3 | |
Conj-w | V-Qal-Prtcpl-ms | ms | וְחוֹטֶא | 1 | |
Conj-w | V-Qal-Prtcpl-msc | 1cs | cs | וְחֹטְאִי | 1 | |
Conj-w, Art | V-Qal-Prtcpl-ms | ms | וְהַחוֹטֶא | 1 | |
Conj-w, Prep-l, Art | V-Qal-Prtcpl-ms | ms | וְלַחוֹטֶא | 1 | |
Prep-k, Art | V-Qal-Prtcpl-ms | ms | כַּחֹטֶא | 1 |
Voorbeeldteksten
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
EXO | 28 | 7 | שְׁתֵּי כְתֵפֹת חֹֽבְרֹת יִֽהְיֶה לּוֹ אֶל שְׁנֵי קְצוֹתָיו וְחֻבָּֽר׃ | Hij zal twee samenvoegende schouderbanden hebben aan zijn beide einden, waarmede hij samengevoegd zal worden. |
2CH | 2 | 7 | וְעַתָּה שְֽׁלַֽח לִי אִישׁ חָכָם לַעֲשׂוֹת בַּזָּהָב וּבַכֶּסֶף וּבַנְּחֹשֶׁת וּבַבַּרְזֶל וּבָֽאַרְגְּוָן וְכַרְמִיל וּתְכֵלֶת וְיֹדֵעַ לְפַתֵּחַ פִּתּוּחִ֑ים עִם הַֽחֲכָמִים אֲשֶׁר עִמִּי בִּֽיהוּדָה וּבִֽירוּשָׁלִַם אֲשֶׁר הֵכִין דָּוִיד אָבִֽי׃ | Zo zend mij nu een wijzen man, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper, en karmozijn, en hemelsblauw, en die weet graveerselen te graveren, met de wijzen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David beschikt heeft. |
JOB | 5 | 1 | קְֽרָא נָא הֲיֵשׁ עוֹנֶ֑ךָּ וְאֶל מִי מִקְּדֹשִׁים תִּפְנֶֽה׃ | Roep nu, zal er iemand zijn, die u antwoorde? En tot wien van de heiligen zult gij u keren? |
PSA | 7 | 4 | אִם גָּמַלְתִּי שֽׁוֹלְמִי רָ֑ע וָאֲחַלְּצָה צוֹרְרִי רֵיקָֽם׃ | [07:5] Indiën ik kwaad vergolden heb dien, die vrede met mij had; (ja, ik heb dien gered, die mij zonder oorzaak benauwde!) |
PRO | 17 | 17 | בְּכָל עֵת אֹהֵב הָרֵ֑עַ וְאָח לְצָרָה יִוָּלֵֽד׃ | Een vriend heeft te aller tijd lief; en een broeder wordt in de benauwdheid geboren. |
PRO | 20 | 12 | אֹזֶן שֹׁמַעַת וְעַיִן רֹאָ֑ה יְהוָה עָשָׂה גַם שְׁנֵיהֶֽם׃ | Een horend oor, en een ziend oog heeft de Heere gemaakt, ja, die beide. |
ISA | 8 | 14 | וְהָיָה לְמִקְדָּ֑שׁ וּלְאֶבֶן נֶגֶף וּלְצוּר מִכְשׁוֹל לִשְׁנֵי בָתֵּי יִשְׂרָאֵל לְפַח וּלְמוֹקֵשׁ לְיוֹשֵׁב יְרוּשָׁלִָֽם׃ | Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israël, tot een strik en tot een net den inwoners te Jeruzalem. |
ISA | 17 | 14 | לְעֵת עֶרֶב וְהִנֵּה בַלָּהָה בְּטֶרֶם בֹּקֶר אֵינֶ֑נּוּ זֶה חֵלֶק שׁוֹסֵינוּ וְגוֹרָל לְבֹזְזֵֽינוּ׃ס | Ten tijde des avonds, ziet, zo is er verschrikking, eer het morgen is, is hij er niet meer. Dit is het deel dergenen, die ons beroven, en het lot dergenen, die ons plunderen. |
ISA | 27 | 3 | אֲנִי יְהוָה נֹֽצְרָהּ לִרְגָעִים אַשְׁקֶ֑נָּה פֶּן יִפְקֹד עָלֶיהָ לַיְלָה וָיוֹם אֶצֳּרֶֽנָּה׃ | Ik, de Heere, behoede dien, alle ogenblik zal Ik hem bevochtigen; opdat de vijand hem niet bezoeke, zal Ik hem bewaren nacht en dag. |
JER | 11 | 2 | שִׁמְעוּ אֶת דִּבְרֵי הַבְּרִית הַזֹּ֑את וְדִבַּרְתָּם אֶל אִישׁ יְהוּדָה וְעַל יֹשְׁבֵי יְרוּשָׁלִָֽם׃ | Hoort gijlieden de woorden dezes verbonds, en spreekt tot de mannen van Juda, en tot de inwoners van Jeruzalem; |
JER | 16 | 3 | כִּי כֹה אָמַר יְהוָה עַל הַבָּנִים וְעַל הַבָּנוֹת הַיִּלּוֹדִים בַּמָּקוֹם הַזֶּ֑ה וְעַֽל אִמֹּתָם הַיֹּלְדוֹת אוֹתָם וְעַל אֲבוֹתָם הַמּוֹלִדִים אוֹתָם בָּאָרֶץ הַזֹּֽאת׃ | Want zo zegt de Heere van de zonen en van de dochteren, die in deze plaats geboren worden; daartoe van hun moeders, die ze baren, en van hun vaders, die ze gewinnen in dit land: |
EZE | 11 | 2 | וַיֹּאמֶר אֵלָ֑י בֶּן אָדָם אֵלֶּה הָאֲנָשִׁים הַחֹשְׁבִים אָוֶן וְהַיֹּעֲצִים עֲצַת רָע בָּעִיר הַזֹּֽאת׃ | En Hij zeide tot mij: Mensenkind, deze zijn de mannen, die ongerechtigheid bedenken, en die kwaden raad raden in deze stad. |
EZE | 13 | 20 | לָכֵן כֹּה אָמַר אֲדֹנָי יְהוִה הִנְנִי אֶל כִּסְּתוֹתֵיכֶנָה אֲשֶׁר אַתֵּנָה מְצֹדְדוֹת שָׁם אֶת הַנְּפָשׁוֹת לְפֹרְחוֹת וְקָרַעְתִּי אֹתָם מֵעַל זְרוֹעֹֽתֵיכֶ֑ם וְשִׁלַּחְתִּי אֶת הַנְּפָשׁוֹת אֲשֶׁר אַתֶּם מְצֹדְדוֹת אֶת נְפָשִׁים לְפֹרְחֹֽת׃ | Daarom, zo zegt de Heere Heere: Ziet, Ik wil aan uw kussens, waarmede gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven, en Ik zal ze uit uw armen wegscheuren; en Ik zal die zielen losmaken, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven. |
DAN | 3 | 17 | הֵן אִיתַי אֱלָהַנָא דִּֽי אֲנַחְנָא פָֽלְחִין יָכִל לְשֵׁיזָבוּתַ֑נָא מִן אַתּוּן נוּרָא יָקִֽדְתָּא וּמִן יְדָךְ מַלְכָּא יְשֵׁיזִֽב׃ | Zal het zo zijn, onze God, Dien wij eren, is machtig ons te verlossen uit den oven des brandenden vuurs, en Hij zal ons uit uw hand, o koning! verlossen. |
DAN | 5 | 7 | קָרֵא מַלְכָּא בְּחַיִל לְהֶֽעָלָה לְאָשְׁפַיָּא כַּשְׂדָּיֵא וְגָזְרַיָּ֑א עָנֵה מַלְכָּא וְאָמַר לְחַכִּימֵי בָבֶל דִּי כָל אֱנָשׁ דִּֽי יִקְרֵה כְּתָבָה דְנָה וּפִשְׁרֵהּ יְחַוִּנַּנִי אַרְגְּוָנָא יִלְבַּשׁ וְהַמּוֹנְכָא דִֽי דַהֲבָא עַֽל צַוְּארֵהּ וְתַלְתִּי בְמַלְכוּתָא יִשְׁלַֽט׃ס | Zodat de koning met kracht riep dat men de sterrekijkers, de Chaldeen en de waarzeggers inbrengen zou; en de koning antwoordde en zeide tot de wijzen van Babel: Alle man, die dit schrift lezen, en deszelfs uitlegging mij te kennen zal geven, die zal met purper gekleed worden, met een gouden keten om zijn hals, en hij zal de derde heerser in dit koninkrijk zijn. |
AMO | 9 | 6 | הַבּוֹנֶה בַשָּׁמַיִם מַעֲלוֹתוֹ וַאֲגֻדָּתוֹ עַל אֶרֶץ יְסָדָ֑הּ הַקֹּרֵא לְמֵֽי הַיָּם וַֽיִּשְׁפְּכֵם עַל פְּנֵי הָאָרֶץ יְהוָה שְׁמֽוֹ׃ | Die Zijn opperzalen in den hemel bouwt, en Zijn benden heeft Hij op aarde gefondeerd; Die de wateren der zee roept, en giet ze uit op den aardbodem; Heere is Zijn Naam. |
MIC | 2 | 8 | וְאֶתְמוּל עַמִּי לְאוֹיֵב יְקוֹמֵם מִמּוּל שַׂלְמָה אֶדֶר תַּפְשִׁט֑וּן מֵעֹבְרִים בֶּטַח שׁוּבֵי מִלְחָמָֽה׃ | Maar gisteren stelde zich Mijn volk op, tot vijand, tegenover een kleed; gij stroopt een mantel van degenen, die zeker voorbijgaan, wederkomende van den strijd. |
ZEC | 5 | 3 | וַיֹּאמֶר אֵלַי זֹאת הָֽאָלָה הַיּוֹצֵאת עַל פְּנֵי כָל הָאָ֑רֶץ כִּי כָל הַגֹּנֵב מִזֶּה כָּמוֹהָ נִקָּה וְכָל הַנִּשְׁבָּע מִזֶּה כָּמוֹהָ נִקָּֽה׃ | Toen zeide Hij tot mij: Dit is de vloek, die uitgaan zal over het ganse land; want een iegelijk, die steelt, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden; desgelijks een iegelijk, die valselijk zweert, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden. |
ZEC | 10 | 5 | וְהָיוּ כְגִבֹּרִים בּוֹסִים בְּטִיט חוּצוֹת בַּמִּלְחָמָה וְנִלְחֲמוּ כִּי יְהוָה עִמָּ֑ם וְהֹבִישׁוּ רֹכְבֵי סוּסִֽים׃ | En zij zullen zijn als de helden, die in het slijk der straten treden in den strijd, en zij zullen strijden; want de Heere zal met hen wezen; en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden. |
PARSING | PS | PRT_PASS | N | STERK |
|---|---|---|---|---|
ms | קָטוּל | |||
fs | קְטוּלָה | |||
mp | קְטוּלִים | |||
fp | קְטוּלוֹת |
Voorbeeldteksten
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|
De overzichten geven alle vormen van de infinitivi die in de Tenach voorkomen. De voorbeeldteksten zijn de eerste tien verzen waarin een infinitivus constructus resp infintivus absolutus voorkomt; indien het infinitief minder dan tien keer voorkomt zijn alle verzen als voorbeeld opgenomen.
PARSING | HEBR | COUNT |
|---|---|---|
Prep-l | V-Qal-Inf | לַחֲטֹא | 7 |
Prep-b | V-Qal-Inf | 3fs | בְּחֶטְאָה | 1 |
Prep-m | V-Qal-Inf | מֵחֲטֹא | 1 |
Prep-m | V-Qal-Inf | מֵחֲטוֹ | 1 |
Prep-m | V-Qal-Inf | מֵחֲטוֹא | 1 |
V-Qal-Inf | חֲטֹא | 1 |
V-Qal-Inf | 3ms | חֲטֹאתוֹ | 1 |
Voorbeeldteksten
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
GEN | 20 | 6 | וַיֹּאמֶר אֵלָיו הָֽאֱלֹהִים בַּחֲלֹם גַּם אָנֹכִי יָדַעְתִּי כִּי בְתָם לְבָבְךָ עָשִׂיתָ זֹּאת וָאֶחְשֹׂךְ גַּם אָנֹכִי אֽוֹתְךָ מֵחֲטוֹ לִ֑י עַל כֵּן לֹא נְתַתִּיךָ לִנְגֹּעַ אֵלֶֽיהָ׃ | En God zeide tot hem in den droom: Ik heb ook geweten, dat gij dit in oprechtheid uws harten gedaan hebt, en Ik heb u ook belet van tegen Mij te zondigen; daarom heb Ik u niet toegelaten, haar aan te roeren. |
EXO | 9 | 34 | וַיַּרְא פַּרְעֹה כִּֽי חָדַל הַמָּטָר וְהַבָּרָד וְהַקֹּלֹת וַיֹּסֶף לַחֲטֹ֑א וַיַּכְבֵּד לִבּוֹ הוּא וַעֲבָדָֽיו׃ | Toen Farao zag, dat de regen en hagel, en de donder ophielden, zo verzondigde hij zich verder, en hij verzwaarde zijn hart, hij en zijn knechten. |
LEV | 6 | 3 | אֽוֹ מָצָא אֲבֵדָה וְכִחֶשׁ בָּהּ וְנִשְׁבַּע עַל שָׁ֑קֶר עַל אַחַת מִכֹּל אֲשֶׁר יַעֲשֶׂה הָאָדָם לַחֲטֹא בָהֵֽנָּה׃ | Of dat hij het verlorene gevonden, en daarover gelogen, en met valsheid gezworen zal hebben; over iets van alles, dat de mens doet, daarin zondigende. |
NUM | 15 | 28 | וְכִפֶּר הַכֹּהֵן עַל הַנֶּפֶשׁ הַשֹּׁגֶגֶת בְּחֶטְאָה בִשְׁגָגָה לִפְנֵי יְהוָ֑ה לְכַפֵּר עָלָיו וְנִסְלַח לֽוֹ׃ | En de priester zal de verzoening doen over de dwalende ziel, als zij gezondigd heeft door afdwaling, voor het aangezicht des Heeren, doende de verzoening over haar; en het zal haar vergeven worden. |
1SA | 12 | 23 | גַּם אָנֹכִי חָלִילָה לִּי מֵחֲטֹא לַֽיהוָה מֵחֲדֹל לְהִתְפַּלֵּל בַּעַדְכֶ֑ם וְהוֹרֵיתִי אֶתְכֶם בְּדֶרֶךְ הַטּוֹבָה וְהַיְשָׁרָֽה׃ | Wat ook mij aangaat, het zij verre van mij, dat ik tegen den Heere zou zondigen, dat ik zou aflaten voor ulieden te bidden; maar ik zal u den goeden en rechten weg leren. |
JOB | 31 | 30 | וְלֹא נָתַתִּי לַחֲטֹא חִכִּ֑י לִשְׁאֹל בְּאָלָה נַפְשֽׁוֹ׃ | (Ook heb ik mijn gehemelte niet toegelaten te zondigen, mits door een vloek zijn ziel te begeren). |
PSA | 39 | 1 | לַמְנַצֵּחַ לִידִיתוּן מִזְמוֹר לְדָוִֽד׃ אָמַרְתִּי אֶֽשְׁמְרָה דְרָכַי מֵחֲטוֹא בִלְשׁוֹנִי אֶשְׁמְרָה לְפִי מַחְס֑וֹם בְּעֹד רָשָׁע לְנֶגְדִּֽי׃ | Een psalm van David, voor den opperzangmeester, voor Jeduthun. [039:2] Ik zeide: Ik zal mijn wegen bewaren, dat ik niet zondige met mijn tong; ik zal mijn mond met een breidel bewaren, terwijl de goddeloze nog tegenover mij is. |
PSA | 78 | 17 | וַיּוֹסִיפוּ עוֹד לַחֲטֹא ל֑וֹ לַֽמְרוֹת עֶלְיוֹן בַּצִּיָּֽה׃ | Nog voeren zij wijders voort tegen Hem te zondigen, verbitterende den Allerhoogste in de dorre wildernis. |
EZE | 3 | 21 | וְאַתָּה כִּי הִזְהַרְתּוֹ צַדִּיק לְבִלְתִּי חֲטֹא צַדִּיק וְהוּא לֹא חָטָ֑א חָיוֹ יִֽחְיֶה כִּי נִזְהָר וְאַתָּה אֶֽת נַפְשְׁךָ הִצַּֽלְתָּ׃ס | Doch als gij den rechtvaardige waarschuwt, opdat de rechtvaardige niet zondige, en hij niet zondigt; hij zal zekerlijk leven, omdat hij gewaarschuwd is; en gij hebt uw ziel bevrijd. |
EZE | 33 | 12 | וְאַתָּה בֶן אָדָם אֱמֹר אֶל בְּנֵֽי עַמְּךָ צִדְקַת הַצַּדִּיק לֹא תַצִּילֶנּוּ בְּיוֹם פִּשְׁעוֹ וְרִשְׁעַת הָֽרָשָׁע לֹֽא יִכָּשֶׁל בָּהּ בְּיוֹם שׁוּבוֹ מֵֽרִשְׁע֑וֹ וְצַדִּיק לֹא יוּכַל לִֽחְיוֹת בָּהּ בְּיוֹם חֲטֹאתֽוֹ׃ | Gij dan, o mensenkind! zeg tot de kinderen uws volks: De gerechtigheid des rechtvaardigen zal hem niet redden ten dage zijner overtreding; en aangaande de goddeloosheid des goddelozen, hij zal om dezelve niet vallen, ten dage als hij zich van zijn goddeloosheid bekeert; en de rechtvaardige zal niet kunnen leven door dezelve zijn gerechtigheid, ten dage als hij zondigt. |
PARSING | HEBR | COUNT |
|---|
Voorbeeldteksten
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|