Vervoeging עָנָה

Strong H6030
Betekenis: antwoorden
Frequentie Qal: 318

Op het tabblad ‘Vervoeging’ staan de vormen die in de combinatie persoon/getal het meest voorkomen. Andere voorkomende vormen zijn opgenomen op het tabblad ‘Overige vormen’.
De voorbeeldteksten zijn een random steekproef (n=10) van teksten met de betreffende vorm; indien de vorm minder dan 10 keer voorkomt zijn alle teksten als voorbeeld opgenomen.

PS

PERF

N1

CONJPERF

N2

STERK

3ms

עָנָה

6

וְעָנָה

3

קָטַל

3fs

עָנְתָה

3

וְעָנְתָה

4

קָֽטְלָה

2ms

עֲנִיתָנִי

2

וְעָנִיתָ

1

קָטַ֫לְתָּ

2fs

קָטַלְתְּ

1cs

עֲנִיתִיךָ

1

קָטַ֫לְתִּי

3cp

עָנוּ

8

וְעָנוּ

4

קָטְלוּ

2mp

עֲנִיתֶם

2

קְטַלְתֶּם

2fp

קְטַלְתֶּן

1cp

קָטַ֫לְנוּ

Voorbeeldteksten Perfectum

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

ISA

49

8

כֹּה אָמַר יְהוָה בְּעֵת רָצוֹן עֲנִיתִיךָ וּבְיוֹם יְשׁוּעָה עֲזַרְתִּ֑יךָ וְאֶצָּרְךָ וְאֶתֶּנְךָ לִבְרִית עָם לְהָקִים אֶרֶץ לְהַנְחִיל נְחָלוֹת שֹׁמֵמֽוֹת׃

Alzo zegt de Heere: In dien tijd des welbehagens heb Ik U verhoord, en ten dage des heils heb Ik U geholpen; en Ik zal U bewaren, en Ik zal U geven tot een verbond des volks, om het aardrijk op te richten, om de verwoeste erfenissen te doen beërven;

ISA

65

12

וּמָנִיתִי אֶתְכֶם לַחֶרֶב וְכֻלְּכֶם לַטֶּבַח תִּכְרָעוּ יַעַן קָרָאתִי וְלֹא עֲנִיתֶם דִּבַּרְתִּי וְלֹא שְׁמַעְתֶּ֑ם וַתַּעֲשׂוּ הָרַע בְּעֵינַי וּבַאֲשֶׁר לֹֽא חָפַצְתִּי בְּחַרְתֶּֽם׃פ

Ik zal ulieden ook ten zwaarde tellen, dat gij allen u ter slachting zult krommen, omdat Ik geroepen heb, maar gij hebt niet geantwoord, Ik gesproken heb, maar gij hebt niet gehoord, maar hebt gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen, en hebt verkoren hetgeen, waaraan Ik geen lust heb.

PSA

118

21

אוֹדְךָ כִּי עֲנִיתָ֑נִי וַתְּהִי לִי לִֽישׁוּעָֽה׃

Ik zal U loven, omdat Gij mij verhoord hebt, en mij tot heil geweest zijt.

JER

35

17

לָכֵן כֹּֽה אָמַר יְהוָה אֱלֹהֵי צְבָאוֹת אֱלֹהֵי יִשְׂרָאֵל הִנְנִי מֵבִיא אֶל יְהוּדָה וְאֶל כָּל יֽוֹשְׁבֵי יְרוּשָׁלִַם אֵת כָּל הָרָעָה אֲשֶׁר דִּבַּרְתִּי עֲלֵיהֶ֑ם יַעַן דִּבַּרְתִּי אֲלֵיהֶם וְלֹא שָׁמֵעוּ וָאֶקְרָא לָהֶם וְלֹא עָנֽוּ׃

Daarom alzo zegt de Heere, de God der heirscharen, de God Israëls: Ziet, Ik zal over Juda en over alle inwoners van Jeruzalem brengen al het kwaad, dat Ik tegen hen gesproken heb; omdat Ik tot hen gesproken heb, maar zij niet gehoord hebben, en Ik tot hen geroepen heb, maar zij niet hebben geantwoord.

ISA

3

9

הַכָּרַת פְּנֵיהֶם עָנְתָה בָּם וְחַטָּאתָם כִּסְדֹם הִגִּידוּ לֹא כִחֵ֑דוּ אוֹי לְנַפְשָׁם כִּֽי גָמְלוּ לָהֶם רָעָֽה׃

Het gelaat huns aangezichts getuigt tegen hen, en hun zonden spreken zij vrij uit, gelijk Sodom; zij verbergen ze niet. Wee hunlieder ziel; want zij doen zichzelven kwaad.

MIC

6

5

עַמִּי זְכָר נָא מַה יָּעַץ בָּלָק מֶלֶךְ מוֹאָב וּמֶה עָנָה אֹתוֹ בִּלְעָם בֶּן בְּע֑וֹר מִן הַשִּׁטִּים עַד הַגִּלְגָּל לְמַעַן דַּעַת צִדְקוֹת יְהוָֽה׃

Mijn volk! gedenk toch wat Balak, de koning van Moab, beraadslaagde, en wat hem Bileam, de zoon van Beor, antwoordde; en wat geschied is van Sittim af tot Gilgal toe, opdat gij de gerechtigheden des Heeren kent.

Voorbeeldteksten Conj. Perfectum

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

DEU

26

5

וְעָנִיתָ וְאָמַרְתָּ לִפְנֵי יְהוָה אֱלֹהֶיךָ אֲרַמִּי אֹבֵד אָבִי וַיֵּרֶד מִצְרַיְמָה וַיָּגָר שָׁם בִּמְתֵי מְעָ֑ט וַֽיְהִי שָׁם לְגוֹי גָּדוֹל עָצוּם וָרָֽב׃

Dan zult gij voor het aangezicht des Heeren, uws Gods, betuigen en zeggen: Mijn vader was een bedorven Syriër, en hij toog af naar Egypte, en verkeerde aldaar als vreemdeling met weinig volks; maar hij werd aldaar tot een groot, machtig en menigvuldig volk.

DEU

27

15

אָרוּר הָאִישׁ אֲשֶׁר יַעֲשֶׂה פֶסֶל וּמַסֵּכָה תּוֹעֲבַת יְהוָה מַעֲשֵׂה יְדֵי חָרָשׁ וְשָׂם בַּסָּ֑תֶר וְעָנוּ כָל הָעָם וְאָמְרוּ אָמֵֽן׃ס

Vervloekt zij de man, die een gesneden of gegoten beeld, een gruwel des Heeren, een werk van 's werkmeesters handen, zal maken, en zetten in het verborgene! En al het volk zal antwoorden en zeggen: Amen.

DEU

25

9

וְנִגְּשָׁה יְבִמְתּוֹ אֵלָיו לְעֵינֵי הַזְּקֵנִים֒ וְחָלְצָה נַעֲלוֹ מֵעַל רַגְלוֹ וְיָרְקָה בְּפָנָ֑יו וְעָֽנְתָה וְאָמְרָה כָּכָה יֵעָשֶׂה לָאִישׁ אֲשֶׁר לֹא יִבְנֶה אֶת בֵּית אָחִֽיו

Zo zal zijns broeders vrouw voor de ogen der oudsten tot hem toetreden, en zijn schoen van zijn voet uittrekken, en spuwen in zijn aangezicht, en zal betuigen en zeggen: Alzo zal dien man gedaan worden, die zijns broeders huis niet zal bouwen.

HOS

5

5

וְעָנָה גְאֽוֹן יִשְׂרָאֵל בְּפָנָ֑יו וְיִשְׂרָאֵל וְאֶפְרַיִם יִכָּֽשְׁלוּ בַּעֲוֺנָם כָּשַׁל גַּם יְהוּדָה עִמָּֽם׃

Dies zal Israël hovaardij in zijn aangezicht getuigen; en Israël en Efraïm zullen vallen door hun ongerechtigheid; ook zal Juda met hen vallen.

PS

PERF

N1

CONJPERF

N2

3ms

עָנָהוּ

4

3ms

עָנָנִי

4

3ms

עָנָךְ

2

3ms

עָנָם

2

2ms

עֲנִיתָם

1

1cs

עָנִיתִי

1

3ms

וְעָנָנִי

1

2ms

וַעֲנִיתָם

1

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

SNG

5

6

פָּתַחְתִּֽי אֲנִי לְדוֹדִי וְדוֹדִי חָמַק עָבָ֑ר נַפְשִׁי יָֽצְאָה בְדַבְּרוֹ בִּקַּשְׁתִּיהוּ וְלֹא מְצָאתִיהוּ קְרָאתִיו וְלֹא עָנָֽנִי׃

Ik deed mijn Liefste open, maar mijn Liefste was geweken, Hij was doorgegaan; mijn ziel ging uit vanwege Zijn spreken; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet, ik riep Hem, doch Hij antwoordde mij niet.

PSA

99

8

יְהוָה אֱלֹהֵינוּ אַתָּה עֲנִיתָם אֵל נֹשֵׂא הָיִיתָ לָהֶ֑ם וְנֹקֵם עַל עֲלִילוֹתָֽם׃

O Heere, onze God! Gij hebt hen verhoord, Gij zijt hun geweest een vergevend God, hoewel wraak doende over hun daden.

HOS

14

8

אֶפְרַיִם מַה לִּי עוֹד לָֽעֲצַבִּ֑ים אֲנִי עָנִיתִי וַאֲשׁוּרֶנּוּ אֲנִי כִּבְרוֹשׁ רַֽעֲנָן מִמֶּנִּי פֶּרְיְךָ נִמְצָֽא׃

[014:9] Efraïm! wat heb Ik meer met de afgoden te doen? Ik heb hem verhoord, en zal op hem zien; Ik zal hem zijn als een groenende denneboom; uw vrucht is uit Mij gevonden.

PSA

34

4

דָּרַשְׁתִּי אֶת יְהוָה וְעָנָ֑נִי וּמִכָּל מְגוּרוֹתַי הִצִּילָֽנִי׃

[034:5] . Ik heb den Heere gezocht, en Hij heeft mij geantwoord, en mij uit al mijn vrezen gered.

1KI

12

7

וַיְדַבֵּר אֵלָיו לֵאמֹר אִם הַיּוֹם תִּֽהְיֶה עֶבֶד לָעָם הַזֶּה וַֽעֲבַדְתָּם וַעֲנִיתָם וְדִבַּרְתָּ אֲלֵיהֶם דְּבָרִים טוֹבִ֑ים וְהָיוּ לְךָ עֲבָדִים כָּל הַיָּמִֽים׃

En zij spraken tot hem, zeggende: Indiën gij heden knecht van dit volk wezen zult, en hen dienen, en hun antwoorden, en tot hen goede woorden spreken zult, zo zullen zij te allen dage uw knechten zijn.

Het tabblad ‘vervoeging’ bevat de meest voorkomende vorm van het werkwoord in de betreffende combinatie geslacht/getal. De voorbeeldteksten zijn een random keuze uit teksten zodanig dat elke vorm in de tabel een keer voorkomt. Het tabblad ‘Cohortativus’ (‘Jussivus’) geeft alle teksten waarin het werkwoord als cohortativus (jussivus) voorkomt.

PS

IMPF

N1

IMPF_CONS

N2

IMPF_CONJ

N3

STERK

3ms

יַעֲנֶה

17

וַיַּעַן

109

יִקְטֹל

3fs

תַּעֲנֶה

1

וַתַּעַן

6

תִּקְטֹל

2ms

תַעֲנֶה

7

וַתַּעֲנֵנִי

2

תִּקְטֹל

2fs

תִּקְטְלִי

1cs

אֶעֱנֶה

8

וָאַעַן

5

וְאֶעֱנֶה

2

אֶקְטֹל

3mp

יַעֲנוּ

5

וַיַּעֲנוּ

16

יִקְטְלוּ

3fp

תַּעֲנֶינָּה

1

וַתַּעֲנֶינָה

2

תִּקְטֹ֫לְנָה

2mp

תַעֲנֻהוּ

2

וַתַּעֲנוּ

2

תִּקְטְלוּ

2fp

תִּקְטֹ֫לְנָה

1cp

נִקְטֹל

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

GEN

31

14

וַתַּעַן רָחֵל וְלֵאָה וַתֹּאמַרְנָה ל֑וֹ הַעוֹד לָנוּ חֵלֶק וְנַחֲלָה בְּבֵית אָבִֽינוּ׃

Toen antwoordden Rachel en Lea, en zeiden tot hem: Is er nog voor ons een deel of erfenis, in het huis onzes vaders?

DEU

1

41

וַֽתַּעֲנוּ וַתֹּאמְרוּ אֵלַי חָטָאנוּ לַֽיהוָה֒ אֲנַחְנוּ נַעֲלֶה וְנִלְחַמְנוּ כְּכֹל אֲשֶׁר צִוָּנוּ יְהוָה אֱלֹהֵ֑ינוּ וַֽתַּחְגְּרוּ אִישׁ אֶת כְּלֵי מִלְחַמְתּוֹ וַתָּהִינוּ לַעֲלֹת הָהָֽרָה׃

Toen antwoorddet gij, en zeidet tot mij: Wij hebben tegen den Heere gezondigd; wij zullen optrekken, en strijden, naar alles, wat de Heere, onze God, ons geboden heeft. Als gij nu een iegelijk zijn krijgsgereedschap aangorddet, en willens waart, om naar het gebergte henen op te trekken,

JDG

5

29

חַכְמוֹת שָׂרוֹתֶיהָ תַּעֲנֶ֑ינָּה אַף הִיא תָּשִׁיב אֲמָרֶיהָ לָֽהּ׃

De wijsten harer staatsvrouwen antwoordden; ook beantwoordde zij haar redenen aan zichzelve:

1SA

14

12

וַיַּעֲנוּ אַנְשֵׁי הַמַּצָּבָה אֶת יוֹנָתָן וְאֶת נֹשֵׂא כֵלָיו וַיֹּֽאמְרוּ עֲלוּ אֵלֵינוּ וְנוֹדִיעָה אֶתְכֶם דָּבָ֑ר פ וַיֹּאמֶר יוֹנָתָן אֶל נֹשֵׂא כֵלָיו עֲלֵה אַחֲרַי כִּֽי נְתָנָם יְהוָה בְּיַד יִשְׂרָאֵֽל׃

Verder antwoordden de mannen der bezetting aan Jonathan en zijn wapendrager, en zeiden: Klimt op tot ons, en wij zullen het u wijs maken. En Jonathan zeide tot zijn wapendrager: Klim op achter mij, want de Heere heeft hen gegeven in de hand van Israël.

1SA

18

7

וַֽתַּעֲנֶינָה הַנָּשִׁים הַֽמְשַׂחֲקוֹת וַתֹּאמַ֑רְןָ הִכָּה שָׁאוּל בְּאַלְפּוֹ וְדָוִד בְּרִבְבֹתָֽיו׃

En de vrouwen, spelende, antwoordden elkander en zeiden: Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden!

2KI

18

36

וְהֶחֱרִישׁוּ הָעָם וְלֹֽא עָנוּ אֹתוֹ דָּבָ֑ר כִּי מִצְוַת הַמֶּלֶךְ הִיא לֵאמֹר לֹא תַעֲנֻֽהוּ׃

Doch het volk zweeg stil en antwoordde hem niet een woord; want het gebod des konings was, zeggende: Gij zult hem niet antwoorden.

1CH

21

26

וַיִּבֶן שָׁם דָּוִיד מִזְבֵּחַ לַיהוָה וַיַּעַל עֹלוֹת וּשְׁלָמִ֑ים וַיִּקְרָא אֶל יְהוָה וַיַּֽעֲנֵהוּ בָאֵשׁ מִן הַשָּׁמַיִם עַל מִזְבַּח הָעֹלָֽה׃פ

Toen bouwde David aldaar den Heere een altaar, en hij offerde brandofferen en dankofferen. Als hij den Heere aanriep, zo antwoordde Hij hem door vuur uit den hemel, op het brandofferaltaar.

JOB

9

14

אַף כִּֽי אָנֹכִי אֶֽעֱנֶ֑נּוּ אֶבְחֲרָה דְבָרַי עִמּֽוֹ׃

Hoeveel te min zal ik Hem antwoorden, en mijn woorden uitkiezen tegen Hem?

JOB

15

6

יַרְשִֽׁיעֲךָ פִיךָ וְלֹא אָ֑נִי וּשְׂפָתֶיךָ יַעֲנוּ בָֽךְ׃

Uw mond verdoemt u, en niet ik; en uw lippen getuigen tegen u.

JOB

40

2

הֲרֹב עִם שַׁדַּי יִסּ֑וֹר מוֹכִיחַ אֱלוֹהַּ יַעֲנֶֽנָּה׃פ

[039:35] Is het twisten met den Almachtige onderrichten? Wie God bestraft, die antwoorde daarop.

PSA

17

6

אֲנִֽי קְרָאתִיךָ כִֽי תַעֲנֵנִי אֵ֑ל הַֽט אָזְנְךָ לִי שְׁמַע אִמְרָתִֽי׃

Ik roep U aan, omdat Gij mij verhoort; o God! neig Uw oor tot mij; hoor mijn rede.

PSA

138

3

בְּיוֹם קָרָֽאתִי וַֽתַּעֲנֵ֑נִי תַּרְהִבֵנִי בְנַפְשִׁי עֹֽז׃

Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord; Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel.

JER

33

3

קְרָא אֵלַי וְאֶעֱנֶ֑ךָּ וְאַגִּידָה לְּךָ גְּדֹלוֹת וּבְצֻרוֹת לֹא יְדַעְתָּֽם׃ס

Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet.

HOS

2

22

וְהָאָרֶץ תַּעֲנֶה אֶת הַדָּגָן וְאֶת הַתִּירוֹשׁ וְאֶת הַיִּצְהָ֑ר וְהֵם יַעֲנוּ אֶֽת יִזְרְעֶֽאל׃

[02:21] En de aarde zal het koren verhoren, mitsgaders den most en de olie; en die zullen Jizreël verhoren.

ZEC

4

4

וָאַעַן וָֽאֹמַר אֶל הַמַּלְאָךְ הַדֹּבֵר בִּי לֵאמֹ֑ר מָה אֵלֶּה אֲדֹנִֽי׃

En ik antwoordde, en zeide tot den Engel, Die met mij sprak, zeggende: Mijn Heere! wat zijn deze dingen?

Alle teksten waarin de cohortativus wordt gebruikt.

Teksten waarin de Jussivus wordt gebruikt.

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

PSA

119

172

תַּעַן לְשׁוֹנִי אִמְרָתֶ֑ךָ כִּי כָל מִצְוֺתֶיךָ צֶּֽדֶק׃

Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.

PRO

26

4

אַל תַּעַן כְּסִיל כְּאִוַּלְתּ֑וֹ פֶּֽן תִּשְׁוֶה לּוֹ גַם אָֽתָּה׃

Antwoord den zot naar zijn dwaasheid niet, opdat gij ook hem niet gelijk wordt.

De meest voorkomende vormen van het imperfectum zijn opgenomen. De voorbeeldteksten zijn een rabdom keuze uit de teksten waarin deze vormen voorkomen, zodanig dat elk vorm erin voorkomt.

PS

IMPV

N

STERK

ms

עֲנֵה

2

קְטֹל

fs

קִטְלִי

mp

עֱנוּ

2

קִטְלִוּ

fp

קְטֹ֫לְנָה

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

PRO

26

5

עֲנֵה כְסִיל כְּאִוַּלְתּ֑וֹ פֶּן יִהְיֶה חָכָם בְּעֵינָֽיו׃

Antwoord den zot naar zijn dwaasheid, opdat hij in zijn ogen niet wijs zij.

MIC

6

3

עַמִּי מֶה עָשִׂיתִי לְךָ וּמָה הֶלְאֵתִ֑יךָ עֲנֵה בִּֽי׃

O Mijn volk! wat heb Ik u gedaan, en waarmede heb Ik u vermoeid? Betuig tegen Mij.

1SA

12

3

הִנְנִי עֲנוּ בִי נֶגֶד יְהוָה וְנֶגֶד מְשִׁיחוֹ אֶת שׁוֹר מִי לָקַחְתִּי וַחֲמוֹר מִי לָקַחְתִּי וְאֶת מִי עָשַׁקְתִּי אֶת מִי רַצּוֹתִי וּמִיַּד מִי לָקַחְתִּי כֹפֶר וְאַעְלִים עֵינַי בּ֑וֹ וְאָשִׁיב לָכֶֽם׃

Ziet, hier ben ik, betuigt tegen mij voor den Heere, en voor Zijn gezalfde, wiens os ik genomen heb, en wiens ezel ik genomen heb, en wien ik verongelijkt heb, wien ik onderdrukt heb, en van wiens hand ik een geschenk genomen heb, dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben; zo zal ik het ulieden wedergeven.

PSA

147

7

עֱנוּ לַיהוָה בְּתוֹדָ֑ה זַמְּרוּ לֵאלֹהֵינוּ בְכִנּֽוֹר׃

Zingt den Heere bij beurte met dankzegging; psalmzingt onzen God op de harp.

Een apart tabblad voor Participium Activum en Passivum. De tabel bevat de vormen met een participium zonder prefix en de vormen met het lidwoord als prefix. Het derde deel van de tabel geeft de overige voorkomende vormen.
De voorbeeldteksten part.act. zijn random gekozen zodanig dat alle voorkomende vormen aan bod komen. Bij part.pass. is indien er meer dan 10 teksten zijn met een part.pass. vorm, een random keuze van 10 teksten genomen. Bij minder dan 10 teksten zijn ze alle opgenomen.

PARSING

PS

PRT

N

STERK

V-Qal-Prtcpl-ms

ms

עֹנֶה

4

קֹטֵל

fs

קֹטְלָה/קֹטֶ֫לֶת

mp

קֹטְלִים

fp

קֹטְלוֹת

Art | V-Qal-Prtcpl-ms

ms

הָעֹנֶה

1

fs

Art | V-Qal-Prtcpl-mp

mp

הָעֹנִים

1

fp

V-Qal-Prtcpl-ms

ms

עוֹנֶה

3

Conj-w | V-Qal-Prtcpl-ms

ms

וְעֹנֶה

1

V-Qal-Prtcpl-msc | 2mse

se

עוֹנֶךָּ

1

V-Qal-Prtcpl-msc | 3ms

ms

עֹנֵהוּ

1

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

EXO

28

7

שְׁתֵּי כְתֵפֹת חֹֽבְרֹת יִֽהְיֶה לּוֹ אֶל שְׁנֵי קְצוֹתָיו וְחֻבָּֽר׃

Hij zal twee samenvoegende schouderbanden hebben aan zijn beide einden, waarmede hij samengevoegd zal worden.

2CH

2

7

וְעַתָּה שְֽׁלַֽח לִי אִישׁ חָכָם לַעֲשׂוֹת בַּזָּהָב וּבַכֶּסֶף וּבַנְּחֹשֶׁת וּבַבַּרְזֶל וּבָֽאַרְגְּוָן וְכַרְמִיל וּתְכֵלֶת וְיֹדֵעַ לְפַתֵּחַ פִּתּוּחִ֑ים עִם הַֽחֲכָמִים אֲשֶׁר עִמִּי בִּֽיהוּדָה וּבִֽירוּשָׁלִַם אֲשֶׁר הֵכִין דָּוִיד אָבִֽי׃

Zo zend mij nu een wijzen man, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper, en karmozijn, en hemelsblauw, en die weet graveerselen te graveren, met de wijzen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David beschikt heeft.

JOB

5

1

קְֽרָא נָא הֲיֵשׁ עוֹנֶ֑ךָּ וְאֶל מִי מִקְּדֹשִׁים תִּפְנֶֽה׃

Roep nu, zal er iemand zijn, die u antwoorde? En tot wien van de heiligen zult gij u keren?

PSA

7

4

אִם גָּמַלְתִּי שֽׁוֹלְמִי רָ֑ע וָאֲחַלְּצָה צוֹרְרִי רֵיקָֽם׃

[07:5] Indiën ik kwaad vergolden heb dien, die vrede met mij had; (ja, ik heb dien gered, die mij zonder oorzaak benauwde!)

PRO

17

17

בְּכָל עֵת אֹהֵב הָרֵ֑עַ וְאָח לְצָרָה יִוָּלֵֽד׃

Een vriend heeft te aller tijd lief; en een broeder wordt in de benauwdheid geboren.

PRO

20

12

אֹזֶן שֹׁמַעַת וְעַיִן רֹאָ֑ה יְהוָה עָשָׂה גַם שְׁנֵיהֶֽם׃

Een horend oor, en een ziend oog heeft de Heere gemaakt, ja, die beide.

ISA

8

14

וְהָיָה לְמִקְדָּ֑שׁ וּלְאֶבֶן נֶגֶף וּלְצוּר מִכְשׁוֹל לִשְׁנֵי בָתֵּי יִשְׂרָאֵל לְפַח וּלְמוֹקֵשׁ לְיוֹשֵׁב יְרוּשָׁלִָֽם׃

Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israël, tot een strik en tot een net den inwoners te Jeruzalem.

ISA

17

14

לְעֵת עֶרֶב וְהִנֵּה בַלָּהָה בְּטֶרֶם בֹּקֶר אֵינֶ֑נּוּ זֶה חֵלֶק שׁוֹסֵינוּ וְגוֹרָל לְבֹזְזֵֽינוּ׃ס

Ten tijde des avonds, ziet, zo is er verschrikking, eer het morgen is, is hij er niet meer. Dit is het deel dergenen, die ons beroven, en het lot dergenen, die ons plunderen.

ISA

27

3

אֲנִי יְהוָה נֹֽצְרָהּ לִרְגָעִים אַשְׁקֶ֑נָּה פֶּן יִפְקֹד עָלֶיהָ לַיְלָה וָיוֹם אֶצֳּרֶֽנָּה׃

Ik, de Heere, behoede dien, alle ogenblik zal Ik hem bevochtigen; opdat de vijand hem niet bezoeke, zal Ik hem bewaren nacht en dag.

JER

11

2

שִׁמְעוּ אֶת דִּבְרֵי הַבְּרִית הַזֹּ֑את וְדִבַּרְתָּם אֶל אִישׁ יְהוּדָה וְעַל יֹשְׁבֵי יְרוּשָׁלִָֽם׃

Hoort gijlieden de woorden dezes verbonds, en spreekt tot de mannen van Juda, en tot de inwoners van Jeruzalem;

JER

16

3

כִּי כֹה אָמַר יְהוָה עַל הַבָּנִים וְעַל הַבָּנוֹת הַיִּלּוֹדִים בַּמָּקוֹם הַזֶּ֑ה וְעַֽל אִמֹּתָם הַיֹּלְדוֹת אוֹתָם וְעַל אֲבוֹתָם הַמּוֹלִדִים אוֹתָם בָּאָרֶץ הַזֹּֽאת׃

Want zo zegt de Heere van de zonen en van de dochteren, die in deze plaats geboren worden; daartoe van hun moeders, die ze baren, en van hun vaders, die ze gewinnen in dit land:

EZE

11

2

וַיֹּאמֶר אֵלָ֑י בֶּן אָדָם אֵלֶּה הָאֲנָשִׁים הַחֹשְׁבִים אָוֶן וְהַיֹּעֲצִים עֲצַת רָע בָּעִיר הַזֹּֽאת׃

En Hij zeide tot mij: Mensenkind, deze zijn de mannen, die ongerechtigheid bedenken, en die kwaden raad raden in deze stad.

EZE

13

20

לָכֵן כֹּה אָמַר אֲדֹנָי יְהוִה הִנְנִי אֶל כִּסְּתוֹתֵיכֶנָה אֲשֶׁר אַתֵּנָה מְצֹדְדוֹת שָׁם אֶת הַנְּפָשׁוֹת לְפֹרְחוֹת וְקָרַעְתִּי אֹתָם מֵעַל זְרוֹעֹֽתֵיכֶ֑ם וְשִׁלַּחְתִּי אֶת הַנְּפָשׁוֹת אֲשֶׁר אַתֶּם מְצֹדְדוֹת אֶת נְפָשִׁים לְפֹרְחֹֽת׃

Daarom, zo zegt de Heere Heere: Ziet, Ik wil aan uw kussens, waarmede gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven, en Ik zal ze uit uw armen wegscheuren; en Ik zal die zielen losmaken, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven.

DAN

3

17

הֵן אִיתַי אֱלָהַנָא דִּֽי אֲנַחְנָא פָֽלְחִין יָכִל לְשֵׁיזָבוּתַ֑נָא מִן אַתּוּן נוּרָא יָקִֽדְתָּא וּמִן יְדָךְ מַלְכָּא יְשֵׁיזִֽב׃

Zal het zo zijn, onze God, Dien wij eren, is machtig ons te verlossen uit den oven des brandenden vuurs, en Hij zal ons uit uw hand, o koning! verlossen.

DAN

5

7

קָרֵא מַלְכָּא בְּחַיִל לְהֶֽעָלָה לְאָשְׁפַיָּא כַּשְׂדָּיֵא וְגָזְרַיָּ֑א עָנֵה מַלְכָּא וְאָמַר לְחַכִּימֵי בָבֶל דִּי כָל אֱנָשׁ דִּֽי יִקְרֵה כְּתָבָה דְנָה וּפִשְׁרֵהּ יְחַוִּנַּנִי אַרְגְּוָנָא יִלְבַּשׁ וְהַמּוֹנְכָא דִֽי דַהֲבָא עַֽל צַוְּארֵהּ וְתַלְתִּי בְמַלְכוּתָא יִשְׁלַֽט׃ס

Zodat de koning met kracht riep dat men de sterrekijkers, de Chaldeen en de waarzeggers inbrengen zou; en de koning antwoordde en zeide tot de wijzen van Babel: Alle man, die dit schrift lezen, en deszelfs uitlegging mij te kennen zal geven, die zal met purper gekleed worden, met een gouden keten om zijn hals, en hij zal de derde heerser in dit koninkrijk zijn.

AMO

9

6

הַבּוֹנֶה בַשָּׁמַיִם מַעֲלוֹתוֹ וַאֲגֻדָּתוֹ עַל אֶרֶץ יְסָדָ֑הּ הַקֹּרֵא לְמֵֽי הַיָּם וַֽיִּשְׁפְּכֵם עַל פְּנֵי הָאָרֶץ יְהוָה שְׁמֽוֹ׃

Die Zijn opperzalen in den hemel bouwt, en Zijn benden heeft Hij op aarde gefondeerd; Die de wateren der zee roept, en giet ze uit op den aardbodem; Heere is Zijn Naam.

MIC

2

8

וְאֶתְמוּל עַמִּי לְאוֹיֵב יְקוֹמֵם מִמּוּל שַׂלְמָה אֶדֶר תַּפְשִׁט֑וּן מֵעֹבְרִים בֶּטַח שׁוּבֵי מִלְחָמָֽה׃

Maar gisteren stelde zich Mijn volk op, tot vijand, tegenover een kleed; gij stroopt een mantel van degenen, die zeker voorbijgaan, wederkomende van den strijd.

ZEC

5

3

וַיֹּאמֶר אֵלַי זֹאת הָֽאָלָה הַיּוֹצֵאת עַל פְּנֵי כָל הָאָ֑רֶץ כִּי כָל הַגֹּנֵב מִזֶּה כָּמוֹהָ נִקָּה וְכָל הַנִּשְׁבָּע מִזֶּה כָּמוֹהָ נִקָּֽה׃

Toen zeide Hij tot mij: Dit is de vloek, die uitgaan zal over het ganse land; want een iegelijk, die steelt, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden; desgelijks een iegelijk, die valselijk zweert, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden.

ZEC

10

5

וְהָיוּ כְגִבֹּרִים בּוֹסִים בְּטִיט חוּצוֹת בַּמִּלְחָמָה וְנִלְחֲמוּ כִּי יְהוָה עִמָּ֑ם וְהֹבִישׁוּ רֹכְבֵי סוּסִֽים׃

En zij zullen zijn als de helden, die in het slijk der straten treden in den strijd, en zij zullen strijden; want de Heere zal met hen wezen; en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden.

PARSING

PS

PRT_PASS

N

STERK

ms

קָטוּל

fs

קְטוּלָה

mp

קְטוּלִים

fp

קְטוּלוֹת

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

De overzichten geven alle vormen van de infinitivi die in de Tenach voorkomen. De voorbeeldteksten zijn de eerste tien verzen waarin een infinitivus constructus resp infintivus absolutus voorkomt; indien het infinitief minder dan tien keer voorkomt zijn alle verzen als voorbeeld opgenomen.

PARSING

HEBR

COUNT

Prep-l | V-Qal-Inf

לַעֲנוֹת

4

V-Qal-Inf

עֲנוֹת

2

Prep-m | V-Qal-Inf

מֵעֲנוֹת

1

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

GEN

45

3

וַיֹּאמֶר יוֹסֵף אֶל אֶחָיו אֲנִי יוֹסֵף הַעוֹד אָבִי חָ֑י וְלֹֽא יָכְלוּ אֶחָיו לַעֲנוֹת אֹתוֹ כִּי נִבְהֲלוּ מִפָּנָֽיו׃

En Jozef zeide tot zijn broederen: Ik ben Jozef! leeft mijn vader nog? En zijn broeders konden hem niet antwoorden; want zij waren verschrikt voor zijn aangezicht.

EXO

32

18

וַיֹּאמֶר אֵין קוֹל עֲנוֹת גְּבוּרָה וְאֵין קוֹל עֲנוֹת חֲלוּשָׁ֑ה קוֹל עַנּוֹת אָנֹכִי שֹׁמֵֽעַ׃

Maar hij zeide: Het is geen stem des geroeps van overwinning, het is ook geen stem des geroeps van nederlaag; ik hoor een stem van zingen bij beurte.

EXO

32

18

וַיֹּאמֶר אֵין קוֹל עֲנוֹת גְּבוּרָה וְאֵין קוֹל עֲנוֹת חֲלוּשָׁ֑ה קוֹל עַנּוֹת אָנֹכִי שֹׁמֵֽעַ׃

Maar hij zeide: Het is geen stem des geroeps van overwinning, het is ook geen stem des geroeps van nederlaag; ik hoor een stem van zingen bij beurte.

DEU

19

16

כִּֽי יָקוּם עֵד חָמָס בְּאִ֑ישׁ לַעֲנוֹת בּוֹ סָרָֽה׃

Wanneer een wrevelige getuige tegen iemand zal opstaan, om een afwijking tegen hem te betuigen;

1SA

9

8

וַיֹּסֶף הַנַּעַר לַעֲנוֹת אֶת שָׁאוּל וַיֹּאמֶר הִנֵּה נִמְצָא בְיָדִי רֶבַע שֶׁקֶל כָּ֑סֶף וְנָֽתַתִּי לְאִישׁ הָאֱלֹהִים וְהִגִּיד לָנוּ אֶת דַּרְכֵּֽנוּ׃

En de jongen antwoordde Saul verder en zeide: Zie, er vindt zich in mijn hand het vierendeel eens zilveren sikkels; dat zal ik den man Gods geven, opdat hij ons onzen weg wijze.

JOB

32

1

וַֽיִּשְׁבְּתוּ שְׁלֹשֶׁת הָאֲנָשִׁים הָאֵלֶּה מֵעֲנוֹת אֶת אִיּ֑וֹב כִּי הוּא צַדִּיק בְּעֵינָֽיו׃פ

Toen hielden de drie mannen op van Job te antwoorden, dewijl hij in zijn ogen rechtvaardig was.

PRO

15

28

לֵב צַדִּיק יֶהְגֶּה לַעֲנ֑וֹת וּפִי רְשָׁעִים יַבִּיעַ רָעֽוֹת׃

Het hart des rechtvaardigen bedenkt zich, om te antwoorden; maar de mond der goddelozen zal overvloediglijk kwade dingen uitstorten.

PARSING

HEBR

COUNT

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV