Vervoeging מָצָא

Strong H4672
Betekenis: vinden
Frequentie Qal: 307

Op het tabblad ‘Vervoeging’ staan de vormen die in de combinatie persoon/getal het meest voorkomen. Andere voorkomende vormen zijn opgenomen op het tabblad ‘Overige vormen’.
De voorbeeldteksten zijn een random steekproef (n=10) van teksten met de betreffende vorm; indien de vorm minder dan 10 keer voorkomt zijn alle teksten als voorbeeld opgenomen.

PS

PERF

N1

CONJPERF

N2

STERK

3ms

מָצָא

24

וּמָצָא

6

קָטַל

3fs

מָצְאָה

6

וּמָצְאָה

2

קָֽטְלָה

2ms

מָצָאתָ

4

וּמָצָאתָ

3

קָטַ֫לְתָּ

2fs

מְצָאתִים

1

קָטַלְתְּ

1cs

מָצָאתִי

38

קָטַ֫לְתִּי

3cp

מָצְאוּ

11

וּמְצָאוּךָ

2

קָטְלוּ

2mp

מְצָאתֶם

2

וּמְצָאתֶם

3

קְטַלְתֶּם

2fp

קְטַלְתֶּן

1cp

מָצָאנוּ

6

קָטַ֫לְנוּ

Voorbeeldteksten Perfectum

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

GEN

26

32

וַיְהִי בַּיּוֹם הַהוּא וַיָּבֹאוּ עַבְדֵי יִצְחָק וַיַּגִּדוּ לוֹ עַל אֹדוֹת הַבְּאֵר אֲשֶׁר חָפָ֑רוּ וַיֹּאמְרוּ לוֹ מָצָאנוּ מָֽיִם׃

En het geschiedde ten zelfden dage, dat Izaks knechten kwamen, en boodschapten hem van de zaak des puts, dien zij gegraven hadden, en zij zeiden hem: Wij hebben water gevonden.

HOS

9

10

כַּעֲנָבִים בַּמִּדְבָּר מָצָאתִי יִשְׂרָאֵל כְּבִכּוּרָה בִתְאֵנָה בְּרֵאשִׁיתָהּ רָאִיתִי אֲבֽוֹתֵיכֶ֑ם הֵמָּה בָּאוּ בַֽעַל פְּעוֹר וַיִּנָּֽזְרוּ לַבֹּשֶׁת וַיִּהְיוּ שִׁקּוּצִים כְּאָהֳבָֽם׃

Ik vond Israël als druiven in de woestijn, Ik zag uw vaderen als de eerste vrucht aan den vijgeboom in haar beginsel; maar zij gingen in tot Baäl-peor, en zonderden zich af tot die schaamte, en werden gans verfoeilijk naar hun boelerij.

JER

2

34

גַּם בִּכְנָפַיִךְ נִמְצְאוּ דַּם נַפְשׁוֹת אֶבְיוֹנִים נְקִיִּ֑ים לֹֽא בַמַּחְתֶּרֶת מְצָאתִים כִּי עַל כָּל אֵֽלֶּה׃

Ja, het bloed van de zielen der onschuldige nooddruftigen is in uw zomen gevonden; Ik heb dat niet met opgraven gevonden, maar aan alle die.

1SA

12

5

וַיֹּאמֶר אֲלֵיהֶם עֵד יְהוָה בָּכֶם וְעֵד מְשִׁיחוֹ הַיּוֹם הַזֶּה כִּי לֹא מְצָאתֶם בְּיָדִי מְא֑וּמָה וַיֹּאמֶר עֵֽד׃פ

Toen zeide hij tot hen: De Heere zij een Getuige tegen ulieden, en Zijn gezalfde zij te dezen dage getuige, dat gij in mijn hand niets gevonden hebt! En het volk zeide: Hij zij Getuige!

EXO

33

17

וַיֹּאמֶר יְהוָה אֶל מֹשֶׁה גַּם אֶת הַדָּבָר הַזֶּה אֲשֶׁר דִּבַּרְתָּ אֶֽעֱשֶׂ֑ה כִּֽי מָצָאתָ חֵן בְּעֵינַי וָאֵדָעֲךָ בְּשֵֽׁם׃

Toen zeide de Heere tot Mozes: Ook deze zelfde zaak, die gij gesproken hebt, zal Ik doen, dewijl gij genade gevonden hebt in Mijn ogen, en Ik u bij name ken.

NEH

5

8

וָאֹמְרָה לָהֶם אֲנַחְנוּ קָנִינוּ אֶת אַחֵינוּ הַיְּהוּדִים הַנִּמְכָּרִים לַגּוֹיִם כְּדֵי בָנוּ וְגַם אַתֶּם תִּמְכְּרוּ אֶת אֲחֵיכֶם וְנִמְכְּרוּ לָ֑נוּ וַֽיַּחֲרִישׁוּ וְלֹא מָצְאוּ דָּבָֽר׃ס

En ik zeide tot hen: Wij hebben onze broederen, de Joden, die aan de heidenen verkocht waren, naar ons vermogen wedergekocht; en zoudt gijlieden ook uw broederen verkopen, of zouden zij aan ons verkocht worden? Toen zwegen zij, en vonden geen antwoord.

LEV

25

28

וְאִם לֹֽא מָֽצְאָה יָדוֹ דֵּי הָשִׁיב לוֹ֒ וְהָיָה מִמְכָּרוֹ בְּיַד הַקֹּנֶה אֹתוֹ עַד שְׁנַת הַיּוֹבֵ֑ל וְיָצָא בַּיֹּבֵל וְשָׁב לַאֲחֻזָּתֽוֹ׃

Maar indien zijn hand niet gevonden heeft, wat genoeg is, om aan hem weder uit te keren, zo zal zijn verkochte goed zijn in de hand van deszelfs koper tot het jubeljaar toe; maar in het jubeljaar zal het uitgaan, en hij zal tot zijn bezitting wederkeren.

2SA

7

27

כִּֽי אַתָּה יְהוָה צְבָאוֹת אֱלֹהֵי יִשְׂרָאֵל גָּלִיתָה אֶת אֹזֶן עַבְדְּךָ לֵאמֹר בַּיִת אֶבְנֶה לָּ֑ךְ עַל כֵּן מָצָא עַבְדְּךָ אֶת לִבּוֹ לְהִתְפַּלֵּל אֵלֶיךָ אֶת הַתְּפִלָּה הַזֹּֽאת׃

Want Gij, Heere der heirscharen, Gij, God Israëls! Gij hebt voor het oor Uws knechts geopenbaard, zeggende: Ik zal u een huis bouwen; daarom heeft Uw knecht in zijn hart gevonden, dit gebed tot U te bidden.

Voorbeeldteksten Conj. Perfectum

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

2CH

20

16

מָחָר רְדוּ עֲלֵיהֶם הִנָּם עֹלִים בְּמַעֲלֵה הַצִּ֑יץ וּמְצָאתֶם אֹתָם בְּסוֹף הַנַּחַל פְּנֵי מִדְבַּר יְרוּאֵֽל׃

Trekt morgen tot hen af; ziet, zij komen op bij den opgang van Ziz; en gij zult hen vinden in het einde des dals, voor aan de woestijn van Jeruël.

1SA

10

2

בְּלֶכְתְּךָ הַיּוֹם מֵעִמָּדִי וּמָצָאתָ שְׁנֵי אֲנָשִׁים עִם קְבֻרַת רָחֵל בִּגְבוּל בִּנְיָמִן בְּצֶלְצַ֑ח וְאָמְרוּ אֵלֶיךָ נִמְצְאוּ הָאֲתֹנוֹת אֲשֶׁר הָלַכְתָּ לְבַקֵּשׁ וְהִנֵּה נָטַשׁ אָבִיךָ אֶת דִּבְרֵי הָאֲתֹנוֹת וְדָאַג לָכֶם לֵאמֹר מָה אֶעֱשֶׂה לִבְנִֽי׃

Als gij heden van mij gaat, zo zult gij twee mannen vinden bij het graf van Rachel, aan de landpale van Benjamin, te Zelzah; die zullen tot u zeggen: De ezelinnen zijn gevonden, die gij zijt gaan zoeken, en zie, uw vader heeft de zaken der ezelinnen verlaten, en hij is bekommerd voor ulieden, zeggende: Wat zal ik om mijn zoon doen?

1SA

10

3

וְחָלַפְתָּ מִשָּׁם וָהָלְאָה וּבָאתָ עַד אֵלוֹן תָּבוֹר וּמְצָאוּךָ שָּׁם שְׁלֹשָׁה אֲנָשִׁים עֹלִים אֶל הָאֱלֹהִים בֵּֽית אֵ֑ל אֶחָד נֹשֵׂא שְׁלֹשָׁה גְדָיִים וְאֶחָד נֹשֵׂא שְׁלֹשֶׁת כִּכְּרוֹת לֶחֶם וְאֶחָד נֹשֵׂא נֵֽבֶל יָֽיִן׃

Als gij u van daar en verder aan begeeft, en zult komen tot aan Elon-thabor, daar zullen u drie mannen vinden, opgaande tot God naar Beth-el; een, dragende drie bokjes, en een, dragende drie bollen broods, en een, dragende een fles wijn.

ISA

34

14

וּפָגְשׁוּ צִיִּים אֶת אִיִּים וְשָׂעִיר עַל רֵעֵהוּ יִקְרָ֑א אַךְ שָׁם הִרְגִּיעָה לִּילִית וּמָצְאָה לָהּ מָנֽוֹחַ׃

En de wilde dieren der woestijnen zullen de wilde dieren der eilanden daar ontmoeten, en de duivel zal zijn metgezel toeroepen; ook zal het nachtgedierte zich aldaar nederzetten, en het zal een rustplaats voor zich vinden.

LEV

25

26

וְאִישׁ כִּי לֹא יִֽהְיֶה לּוֹ גֹּאֵ֑ל וְהִשִּׂיגָה יָדוֹ וּמָצָא כְּדֵי גְאֻלָּתֽוֹ׃

En wanneer iemand geen losser zal hebben, maar zijn hand bekomen en hij gevonden zal hebben, zoveel genoeg is tot zijn lossing;

PS

PERF

N1

CONJPERF

N2

3ms

מְצָאָהּ

2

3ms

מְצָאוֹ

1

3ms

מֹצְאֵי

1

3fs

מְצָאַתְנוּ

2

3fs

מְצָאָתְנוּ

1

3fs

מְצָאָתַם

1

2ms

מָּצָאתָ

2

2ms

הַמְצָאתַנִי

1

2ms

מְצָאתָהּ

1

2fs

מָצָאת

1

1cs

מְצָאתִיו

2

1cs

מְצָאתִיהָ

1

1cs

מְצָאתִיהוּ

1

1cs

מָצָאתִיס

1

1cs

מָצָתִי

1

1cs

שֶׁמָּצָאתִי

1

3cp

מָצָאוּ

5

3cp

מְצָאוּנִי

4

3cp

מְצָאֻהוּ

1

3cp

מְצָאֻנִי

1

3cp

מָצָאוּס

1

3cp

מָּצְאוּ

1

1cp

מְצָאנֻהוּ

1

1cp

מְצָאנוּהָ

1

3ms

וּמְצָאָהּ

1

3ms

וּמְצָאָנוּ

1

2ms

וּמְצָאתָהּ

1

3cp

וּמְצָאֻהוּ

1

3cp

וּמָצְאוּ

1

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

DEU

22

27

כִּי בַשָּׂדֶה מְצָאָ֑הּ צָעֲקָה הַנַּעַר הַמְאֹרָשָׂה וְאֵין מוֹשִׁיעַ לָֽהּ׃ס

Want hij heeft haar in het veld gevonden; de ondertrouwde jonge dochter riep, en er was niemand, die haar verloste.

NUM

20

14

וַיִּשְׁלַח מֹשֶׁה מַלְאָכִים מִקָּדֵשׁ אֶל מֶלֶךְ אֱד֑וֹם כֹּה אָמַר אָחִיךָ יִשְׂרָאֵל אַתָּה יָדַעְתָּ אֵת כָּל הַתְּלָאָה אֲשֶׁר מְצָאָֽתְנוּ׃

Daarna zond Mozes boden uit Kades tot den koning van Edom, welke zeiden: Alzo zegt uw broeder Israël: Gij weet al de moeite, die ons ontmoet is;

GEN

38

23

וַיֹּאמֶר יְהוּדָה תִּֽקַּֽח לָהּ פֶּן נִהְיֶה לָב֑וּז הִנֵּה שָׁלַחְתִּי הַגְּדִי הַזֶּה וְאַתָּה לֹא מְצָאתָֽהּ׃

Toen zeide Juda: Zij neme het voor zich, opdat wij misschien niet tot verachting worden; zie, ik heb dezen bok gezonden; maar gij hebt haar niet gevonden.

ISA

57

10

בְּרֹב דַּרְכֵּךְ יָגַעַתְּ לֹא אָמַרְתְּ נוֹאָ֑שׁ חַיַּת יָדֵךְ מָצָאת עַל כֵּן לֹא חָלִֽית׃

Gij zijt vermoeid door uw grote reis, maar gij zegt niet: Het is buiten hoop; gij hebt het leven uwer hand gevonden, daarom wordt gij niet ziek.

SNG

5

6

פָּתַחְתִּֽי אֲנִי לְדוֹדִי וְדוֹדִי חָמַק עָבָ֑ר נַפְשִׁי יָֽצְאָה בְדַבְּרוֹ בִּקַּשְׁתִּיהוּ וְלֹא מְצָאתִיהוּ קְרָאתִיו וְלֹא עָנָֽנִי׃

Ik deed mijn Liefste open, maar mijn Liefste was geweken, Hij was doorgegaan; mijn ziel ging uit vanwege Zijn spreken; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet, ik riep Hem, doch Hij antwoordde mij niet.

2SA

17

20

וַיָּבֹאוּ עַבְדֵי אַבְשָׁלוֹם אֶֽל הָאִשָּׁה הַבַּיְתָה וַיֹּֽאמְרוּ אַיֵּה אֲחִימַעַץ וִיהוֹנָתָן וַתֹּאמֶר לָהֶם הָֽאִשָּׁה עָבְרוּ מִיכַל הַמָּ֑יִם וַיְבַקְשׁוּ וְלֹא מָצָאוּ וַיָּשֻׁבוּ יְרוּשָׁלִָֽם׃ס

Toen nu Absaloms knechten tot de vrouw in het huis kwamen, zeiden zij: Waar zijn Ahimaäz en Jonathan? En de vrouw zeide tot hen: Zij zijn over dat waterriviertje gegaan. En toen zij hen gezocht en niet gevonden hadden, keerden zij weder naar Jeruzalem.

PSA

132

6

הִנֵּֽה שְׁמַֽעֲנוּהָ בְאֶפְרָ֑תָה מְצָאנוּהָ בִּשְׂדֵי יָֽעַר׃

Ziet, wij hebben van haar gehoord in Efratha; wij hebben haar gevonden in de velden van Jaar.

2KI

7

9

וַיֹּאמְרוּ אִישׁ אֶל רֵעֵהוּ לֹֽא כֵן אֲנַחְנוּ עֹשִׂים הַיּוֹם הַזֶּה יוֹם בְּשֹׂרָה הוּא וַאֲנַחְנוּ מַחְשִׁים וְחִכִּינוּ עַד אוֹר הַבֹּקֶר וּמְצָאָנוּ עָו֑וֹן וְעַתָּה לְכוּ וְנָבֹאָה וְנַגִּידָה בֵּית הַמֶּֽלֶךְ׃

Toen zeiden zij, de een tot den ander: Wij doen niet recht; deze dag is een dag van goede boodschap, en wij zwijgen stil. Indiën wij vertoeven tot den lichten morgen, zo zal ons de ongerechtigheid vinden; daarom nu, komt, laat ons gaan, en dit aan het huis des konings boodschappen.

DEU

22

3

וְכֵן תַּעֲשֶׂה לַחֲמֹרוֹ וְכֵן תַּעֲשֶׂה לְשִׂמְלָתוֹ֒ וְכֵן תַּעֲשֶׂה לְכָל אֲבֵדַת אָחִיךָ אֲשֶׁר תֹּאבַד מִמֶּנּוּ וּמְצָאתָ֑הּ לֹא תוּכַל לְהִתְעַלֵּֽם׃ס

Alzo zult gij ook doen aan zijn ezel, en alzo zult gij doen aan zijn kleding, ja, alzo zult gij doen aan al het verlorene uws broeders, dat van hem verloren zal zijn, en dat gij zult hebben gevonden; gij zult u niet mogen verbergen.

DEU

31

17

וְחָרָה אַפִּי בוֹ בַיּוֹם הַהוּא וַעֲזַבְתִּים וְהִסְתַּרְתִּי פָנַי מֵהֶם וְהָיָה לֶֽאֱכֹל וּמְצָאֻהוּ רָעוֹת רַבּוֹת וְצָר֑וֹת וְאָמַר בַּיּוֹם הַהוּא הֲלֹא עַל כִּֽי אֵין אֱלֹהַי בְּקִרְבִּי מְצָאוּנִי הָרָעוֹת הָאֵֽלֶּה׃

Zo zal Mijn toorn te dien dage tegen hetzelve ontsteken, en Ik zal hen verlaten, en Mijn aangezicht van hen verbergen, dat zij ter spijze zijn, en vele kwaden en benauwdheden zullen het treffen; dat het te dien dage zal zeggen: Hebben mij deze kwaden niet getroffen, omdat mijn God in het midden van mij niet is?

Het tabblad ‘vervoeging’ bevat de meest voorkomende vorm van het werkwoord in de betreffende combinatie geslacht/getal. De voorbeeldteksten zijn een random keuze uit teksten zodanig dat elke vorm in de tabel een keer voorkomt. Het tabblad ‘Cohortativus’ (‘Jussivus’) geeft alle teksten waarin het werkwoord als cohortativus (jussivus) voorkomt.

PS

IMPF

N1

IMPF_CONS

N2

IMPF_CONJ

N3

STERK

3ms

יִמְצָא

17

וַיִּמְצָא

16

יִקְטֹל

3fs

תִּמְצָא

9

וַתִּמְצָא

1

תִּקְטֹל

2ms

תִּמְצָא

6

תִּקְטֹל

2fs

תִּקְטְלִי

1cs

אֶמְצָא

15

וָאֶמְצָא

2

וְאֶמְצָאֵהוּ

1

אֶקְטֹל

3mp

יִמְצְאוּ

3

וַיִּמְצְאוּ

13

וְיִמְצְאוּ

1

יִקְטְלוּ

3fp

תִמְצֶאןָ

1

תִּקְטֹ֫לְנָה

2mp

תִּמְצְאוּ

3

תִּקְטְלוּ

2fp

תִּקְטֹ֫לְנָה

1cp

נִמְצָא

3

נִקְטֹל

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

GEN

34

11

וַיֹּאמֶר שְׁכֶם אֶל אָבִיה וְאֶל אַחֶיהָ אֶמְצָא חֵן בְּעֵינֵיכֶ֑ם וַאֲשֶׁר תֹּאמְרוּ אֵלַי אֶתֵּֽן׃

En Sichem zeide tot haar vader, en tot haar broederen: Laat mij genade vinden in uw ogen; en wat gij tot mij zeggen zult, zal ik geven.

GEN

47

25

וַיֹּאמְרוּ הֶחֱיִתָ֑נוּ נִמְצָא חֵן בְּעֵינֵי אֲדֹנִי וְהָיִינוּ עֲבָדִים לְפַרְעֹֽה׃

En zij zeiden: Gij hebt ons leven behouden; laat ons genade vinden in de ogen mijns heren, en wij zullen Farao’s knechten zijn.

DEU

31

21

וְהָיָה כִּֽי תִמְצֶאןָ אֹתוֹ רָעוֹת רַבּוֹת וְצָרוֹת֒ וְעָנְתָה הַשִּׁירָה הַזֹּאת לְפָנָיו לְעֵד כִּי לֹא תִשָּׁכַח מִפִּי זַרְע֑וֹ כִּי יָדַעְתִּי אֶת יִצְרוֹ אֲשֶׁר הוּא עֹשֶׂה הַיּוֹם בְּטֶרֶם אֲבִיאֶנּוּ אֶל הָאָרֶץ אֲשֶׁר נִשְׁבָּֽעְתִּי׃

En het zal geschieden, wanneer vele kwaden en benauwdheden hetzelve zullen treffen, dan zal dit lied voor zijn aangezicht antwoorden tot getuige; want het zal uit den mond zijns zaads niet vergeten worden; dewijl Ik weet zijn gedichtsel dat het heden maakt, aleer Ik het inbreng in het land, dat Ik gezworen heb.

1SA

10

7

וְהָיָה כִּי תְבֹאֶינָה הָאֹתוֹת הָאֵלֶּה לָ֑ךְ עֲשֵׂה לְךָ אֲשֶׁר תִּמְצָא יָדֶךָ כִּי הָאֱלֹהִים עִמָּֽךְ׃

En het zal geschieden, als u deze tekenen zullen komen, doe gij, wat uw hand vinden zal, want God zal met u zijn.

1SA

25

8

שְׁאַל אֶת נְעָרֶיךָ וְיַגִּידוּ לָךְ וְיִמְצְאוּ הַנְּעָרִים חֵן בְּעֵינֶיךָ כִּֽי עַל יוֹם טוֹב בָּ֑נוּ תְּנָה נָּא אֵת אֲשֶׁר תִּמְצָא יָֽדְךָ לַעֲבָדֶיךָ וּלְבִנְךָ לְדָוִֽד׃

Vraag het uw jongelingen, en zij zullen het u te kennen geven. Laat dan deze jongelingen genade vinden in uw ogen, want wij zijn op een goeden dag gekomen; geef toch uw knechten, en uw zoon David, hetgeen uw hand vinden zal.

1KI

11

19

וַיִּמְצָא הֲדַד חֵן בְּעֵינֵי פַרְעֹה מְאֹ֑ד וַיִּתֶּן לוֹ אִשָּׁה אֶת אֲחוֹת אִשְׁתּוֹ אֲחוֹת תַּחְפְּנֵיס הַגְּבִירָֽה׃

En Hadad vond grote genade in de ogen van Farao, zodat hij hem tot een vrouw gaf de zuster zijner huisvrouw, de zuster van Tachpenes, de koningin.

NEH

7

5

וַיִּתֵּן אֱלֹהַי אֶל לִבִּי וָאֶקְבְּצָה אֶת הַחֹרִים וְאֶת הַסְּגָנִים וְאֶת הָעָם לְהִתְיַחֵ֑שׂ וָֽאֶמְצָא סֵפֶר הַיַּחַשׂ הָעוֹלִים בָּרִאשׁוֹנָה וָאֶמְצָא כָּתוּב בּֽוֹ׃פ

Zo gaf mijn God in mijn hart, dat ik de edelen, en de overheden, en het volk verzamelde, om de geslachten te rekenen; en ik vond het geslachtsregister dergenen, die in het eerst waren opgetogen, en vond daarin geschreven aldus:

JOB

3

22

הַשְּׂמֵחִים אֱלֵי גִ֑יל יָשִׂישׂוּ כִּי יִמְצְאוּ קָֽבֶר׃

Die blijde zijn tot opspringens toe, en zich verheugen, als zij het graf vinden;

JOB

23

3

מִֽי יִתֵּן יָדַעְתִּי וְאֶמְצָאֵ֑הוּ אָבוֹא עַד תְּכוּנָתֽוֹ׃

Och, of ik wist, dat ik Hem vinden zou, ik zou tot Zijn stoel komen;

PRO

21

21

רֹדֵף צְדָקָה וָחָ֑סֶד יִמְצָא חַיִּים צְדָקָה וְכָבֽוֹד׃

Die rechtvaardigheid en weldadigheid najaagt, zal het leven, rechtvaardigheid en eer vinden.

ISA

10

14

וַתִּמְצָא כַקֵּן יָדִי לְחֵיל הָֽעַמִּים וְכֶאֱסֹף בֵּיצִים עֲזֻבוֹת כָּל הָאָרֶץ אֲנִי אָסָ֑פְתִּי וְלֹא הָיָה נֹדֵד כָּנָף וּפֹצֶה פֶה וּמְצַפְצֵֽף׃

En mijn hand heeft gevonden het vermogen der volken, als een nest, en ik heb het ganse aardrijk samengeraapt, gelijk men de eieren die verlaten zijn, samenraapt; en er is niemand geweest, die een vleugel verroerde, of den bek opendeed, of piepte.

ISA

41

12

תְּבַקְשֵׁם וְלֹא תִמְצָאֵם אַנְשֵׁי מַצֻּתֶ֑ךָ יִהְיוּ כְאַיִן וּכְאֶפֶס אַנְשֵׁי מִלְחַמְתֶּֽךָ׃

Gij zult hen zoeken, maar zult hen niet vinden; de lieden, die met u kijven, zullen worden als niet, en die lieden, die met u oorlogen, als een nietig ding.

ISA

58

3

לָמָּה צַּמְנוּ וְלֹא רָאִיתָ עִנִּינוּ נַפְשֵׁנוּ וְלֹא תֵדָ֑ע הֵן בְּיוֹם צֹֽמְכֶם תִּמְצְאוּ חֵפֶץ וְכָל עַצְּבֵיכֶם תִּנְגֹּֽשׂוּ׃

Zeggende: Waarom vasten wij, en Gij ziet het niet aan, waarom kwellen wij onze ziel, en Gij weet het niet? Ziet, ten dage, wanneer gijlieden vast, zo vindt gij uw lust, en gij eist gestrengelijk al uw arbeid.

JER

41

12

וַיִּקְחוּ אֶת כָּל הָאֲנָשִׁים וַיֵּלְכוּ לְהִלָּחֵם עִם יִשְׁמָעֵאל בֶּן נְתַנְיָ֑ה וַיִּמְצְאוּ אֹתוֹ אֶל מַיִם רַבִּים אֲשֶׁר בְּגִבְעֽוֹן׃

Zo namen zij al de mannen, en togen henen, om met Ismaël, den zoon van Nethanja, te strijden; en zij vonden hem aan het grote water, dat bij Gibeon is.

Alle teksten waarin de cohortativus wordt gebruikt.

Teksten waarin de Jussivus wordt gebruikt.

De meest voorkomende vormen van het imperfectum zijn opgenomen. De voorbeeldteksten zijn een rabdom keuze uit de teksten waarin deze vormen voorkomen, zodanig dat elk vorm erin voorkomt.

PS

IMPV

N

STERK

ms

מְצָא

2

קְטֹל

fs

קִטְלִי

mp

קִטְלִוּ

fp

קְטֹ֫לְנָה

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

1SA

20

21

וְהִנֵּה אֶשְׁלַח אֶת הַנַּעַר לֵךְ מְצָא אֶת הַחִצִּ֑ים אִם אָמֹר אֹמַר לַנַּעַר הִנֵּה הַחִצִּים מִמְּךָ וָהֵנָּה קָחֶנּוּ וָבֹאָה כִּֽי שָׁלוֹם לְךָ וְאֵין דָּבָר חַי יְהוָֽה׃

En zie, ik zal den jongen zenden, zeggende: Ga heen, zoek de pijlen, indien ik uitdrukkelijk tot den jongen zeg: Zie, de pijlen zijn van u af en herwaarts, neem hem; en kom gij, want er is vrede voor u, en er is geen ding, zo waarlijk de Heere leeft!

1SA

20

36

וַיֹּאמֶר לְנַעֲרוֹ רֻץ מְצָא נָא אֶת הַחִצִּים אֲשֶׁר אָנֹכִי מוֹרֶ֑ה הַנַּעַר רָץ וְהֽוּא יָרָה הַחֵצִי לְהַעֲבִרֽוֹ׃

En hij zeide tot zijn jongen: Loop, zoek nu de pijlen, die ik schieten zal. De jongen liep heen, en hij schoot een pijl, dien hij deed over hem vliegen.

Een apart tabblad voor Participium Activum en Passivum. De tabel bevat de vormen met een participium zonder prefix en de vormen met het lidwoord als prefix. Het derde deel van de tabel geeft de overige voorkomende vormen.
De voorbeeldteksten part.act. zijn random gekozen zodanig dat alle voorkomende vormen aan bod komen. Bij part.pass. is indien er meer dan 10 teksten zijn met een part.pass. vorm, een random keuze van 10 teksten genomen. Bij minder dan 10 teksten zijn ze alle opgenomen.

PARSING

PS

PRT

N

STERK

ms

קֹטֵל

V-Qal-Prtcpl-fs

fs

מֹצֵאת

1

קֹטְלָה/קֹטֶ֫לֶת

mp

קֹטְלִים

fp

קֹטְלוֹת

ms

fs

Art | V-Qal-Prtcpl-mp

mp

הַמֹּצְאִים

1

Art | V-Qal-Prtcpl-fp

fp

הַמֹּצְאוֹת

1

V-Qal-Prtcpl-msc | 1cs

cs

מֹצְאִי

2

Conj-w | V-Qal-Prtcpl-ms

ms

וּמוֹצֶא

1

Prep-k | V-Qal-Prtcpl-fs

fs

כְּמוֹצְאֵת

1

Prep-k | V-Qal-Prtcpl-msc

sc

כְּמוֹצֵא

1

Prep-l | V-Qal-Prtcpl-mpc

pc

לְמֹצְאֵי

1

Prep-l | V-Qal-Prtcpl-mpc | 3mp

mp

לְמֹצְאֵיהֶם

1

V-Qal-Prtcpl-mpc | 3mp

mp

מוֹצְאֵיהֶם

1

V-Qal-Prtcpl-msc | 3ms

ms

מֹצְאוֹ

1

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

EXO

28

7

שְׁתֵּי כְתֵפֹת חֹֽבְרֹת יִֽהְיֶה לּוֹ אֶל שְׁנֵי קְצוֹתָיו וְחֻבָּֽר׃

Hij zal twee samenvoegende schouderbanden hebben aan zijn beide einden, waarmede hij samengevoegd zal worden.

2CH

2

7

וְעַתָּה שְֽׁלַֽח לִי אִישׁ חָכָם לַעֲשׂוֹת בַּזָּהָב וּבַכֶּסֶף וּבַנְּחֹשֶׁת וּבַבַּרְזֶל וּבָֽאַרְגְּוָן וְכַרְמִיל וּתְכֵלֶת וְיֹדֵעַ לְפַתֵּחַ פִּתּוּחִ֑ים עִם הַֽחֲכָמִים אֲשֶׁר עִמִּי בִּֽיהוּדָה וּבִֽירוּשָׁלִַם אֲשֶׁר הֵכִין דָּוִיד אָבִֽי׃

Zo zend mij nu een wijzen man, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper, en karmozijn, en hemelsblauw, en die weet graveerselen te graveren, met de wijzen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David beschikt heeft.

JOB

5

1

קְֽרָא נָא הֲיֵשׁ עוֹנֶ֑ךָּ וְאֶל מִי מִקְּדֹשִׁים תִּפְנֶֽה׃

Roep nu, zal er iemand zijn, die u antwoorde? En tot wien van de heiligen zult gij u keren?

PSA

7

4

אִם גָּמַלְתִּי שֽׁוֹלְמִי רָ֑ע וָאֲחַלְּצָה צוֹרְרִי רֵיקָֽם׃

[07:5] Indiën ik kwaad vergolden heb dien, die vrede met mij had; (ja, ik heb dien gered, die mij zonder oorzaak benauwde!)

PRO

17

17

בְּכָל עֵת אֹהֵב הָרֵ֑עַ וְאָח לְצָרָה יִוָּלֵֽד׃

Een vriend heeft te aller tijd lief; en een broeder wordt in de benauwdheid geboren.

PRO

20

12

אֹזֶן שֹׁמַעַת וְעַיִן רֹאָ֑ה יְהוָה עָשָׂה גַם שְׁנֵיהֶֽם׃

Een horend oor, en een ziend oog heeft de Heere gemaakt, ja, die beide.

ISA

8

14

וְהָיָה לְמִקְדָּ֑שׁ וּלְאֶבֶן נֶגֶף וּלְצוּר מִכְשׁוֹל לִשְׁנֵי בָתֵּי יִשְׂרָאֵל לְפַח וּלְמוֹקֵשׁ לְיוֹשֵׁב יְרוּשָׁלִָֽם׃

Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israël, tot een strik en tot een net den inwoners te Jeruzalem.

ISA

17

14

לְעֵת עֶרֶב וְהִנֵּה בַלָּהָה בְּטֶרֶם בֹּקֶר אֵינֶ֑נּוּ זֶה חֵלֶק שׁוֹסֵינוּ וְגוֹרָל לְבֹזְזֵֽינוּ׃ס

Ten tijde des avonds, ziet, zo is er verschrikking, eer het morgen is, is hij er niet meer. Dit is het deel dergenen, die ons beroven, en het lot dergenen, die ons plunderen.

ISA

27

3

אֲנִי יְהוָה נֹֽצְרָהּ לִרְגָעִים אַשְׁקֶ֑נָּה פֶּן יִפְקֹד עָלֶיהָ לַיְלָה וָיוֹם אֶצֳּרֶֽנָּה׃

Ik, de Heere, behoede dien, alle ogenblik zal Ik hem bevochtigen; opdat de vijand hem niet bezoeke, zal Ik hem bewaren nacht en dag.

JER

11

2

שִׁמְעוּ אֶת דִּבְרֵי הַבְּרִית הַזֹּ֑את וְדִבַּרְתָּם אֶל אִישׁ יְהוּדָה וְעַל יֹשְׁבֵי יְרוּשָׁלִָֽם׃

Hoort gijlieden de woorden dezes verbonds, en spreekt tot de mannen van Juda, en tot de inwoners van Jeruzalem;

JER

16

3

כִּי כֹה אָמַר יְהוָה עַל הַבָּנִים וְעַל הַבָּנוֹת הַיִּלּוֹדִים בַּמָּקוֹם הַזֶּ֑ה וְעַֽל אִמֹּתָם הַיֹּלְדוֹת אוֹתָם וְעַל אֲבוֹתָם הַמּוֹלִדִים אוֹתָם בָּאָרֶץ הַזֹּֽאת׃

Want zo zegt de Heere van de zonen en van de dochteren, die in deze plaats geboren worden; daartoe van hun moeders, die ze baren, en van hun vaders, die ze gewinnen in dit land:

EZE

11

2

וַיֹּאמֶר אֵלָ֑י בֶּן אָדָם אֵלֶּה הָאֲנָשִׁים הַחֹשְׁבִים אָוֶן וְהַיֹּעֲצִים עֲצַת רָע בָּעִיר הַזֹּֽאת׃

En Hij zeide tot mij: Mensenkind, deze zijn de mannen, die ongerechtigheid bedenken, en die kwaden raad raden in deze stad.

EZE

13

20

לָכֵן כֹּה אָמַר אֲדֹנָי יְהוִה הִנְנִי אֶל כִּסְּתוֹתֵיכֶנָה אֲשֶׁר אַתֵּנָה מְצֹדְדוֹת שָׁם אֶת הַנְּפָשׁוֹת לְפֹרְחוֹת וְקָרַעְתִּי אֹתָם מֵעַל זְרוֹעֹֽתֵיכֶ֑ם וְשִׁלַּחְתִּי אֶת הַנְּפָשׁוֹת אֲשֶׁר אַתֶּם מְצֹדְדוֹת אֶת נְפָשִׁים לְפֹרְחֹֽת׃

Daarom, zo zegt de Heere Heere: Ziet, Ik wil aan uw kussens, waarmede gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven, en Ik zal ze uit uw armen wegscheuren; en Ik zal die zielen losmaken, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven.

DAN

3

17

הֵן אִיתַי אֱלָהַנָא דִּֽי אֲנַחְנָא פָֽלְחִין יָכִל לְשֵׁיזָבוּתַ֑נָא מִן אַתּוּן נוּרָא יָקִֽדְתָּא וּמִן יְדָךְ מַלְכָּא יְשֵׁיזִֽב׃

Zal het zo zijn, onze God, Dien wij eren, is machtig ons te verlossen uit den oven des brandenden vuurs, en Hij zal ons uit uw hand, o koning! verlossen.

DAN

5

7

קָרֵא מַלְכָּא בְּחַיִל לְהֶֽעָלָה לְאָשְׁפַיָּא כַּשְׂדָּיֵא וְגָזְרַיָּ֑א עָנֵה מַלְכָּא וְאָמַר לְחַכִּימֵי בָבֶל דִּי כָל אֱנָשׁ דִּֽי יִקְרֵה כְּתָבָה דְנָה וּפִשְׁרֵהּ יְחַוִּנַּנִי אַרְגְּוָנָא יִלְבַּשׁ וְהַמּוֹנְכָא דִֽי דַהֲבָא עַֽל צַוְּארֵהּ וְתַלְתִּי בְמַלְכוּתָא יִשְׁלַֽט׃ס

Zodat de koning met kracht riep dat men de sterrekijkers, de Chaldeen en de waarzeggers inbrengen zou; en de koning antwoordde en zeide tot de wijzen van Babel: Alle man, die dit schrift lezen, en deszelfs uitlegging mij te kennen zal geven, die zal met purper gekleed worden, met een gouden keten om zijn hals, en hij zal de derde heerser in dit koninkrijk zijn.

AMO

9

6

הַבּוֹנֶה בַשָּׁמַיִם מַעֲלוֹתוֹ וַאֲגֻדָּתוֹ עַל אֶרֶץ יְסָדָ֑הּ הַקֹּרֵא לְמֵֽי הַיָּם וַֽיִּשְׁפְּכֵם עַל פְּנֵי הָאָרֶץ יְהוָה שְׁמֽוֹ׃

Die Zijn opperzalen in den hemel bouwt, en Zijn benden heeft Hij op aarde gefondeerd; Die de wateren der zee roept, en giet ze uit op den aardbodem; Heere is Zijn Naam.

MIC

2

8

וְאֶתְמוּל עַמִּי לְאוֹיֵב יְקוֹמֵם מִמּוּל שַׂלְמָה אֶדֶר תַּפְשִׁט֑וּן מֵעֹבְרִים בֶּטַח שׁוּבֵי מִלְחָמָֽה׃

Maar gisteren stelde zich Mijn volk op, tot vijand, tegenover een kleed; gij stroopt een mantel van degenen, die zeker voorbijgaan, wederkomende van den strijd.

ZEC

5

3

וַיֹּאמֶר אֵלַי זֹאת הָֽאָלָה הַיּוֹצֵאת עַל פְּנֵי כָל הָאָ֑רֶץ כִּי כָל הַגֹּנֵב מִזֶּה כָּמוֹהָ נִקָּה וְכָל הַנִּשְׁבָּע מִזֶּה כָּמוֹהָ נִקָּֽה׃

Toen zeide Hij tot mij: Dit is de vloek, die uitgaan zal over het ganse land; want een iegelijk, die steelt, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden; desgelijks een iegelijk, die valselijk zweert, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden.

ZEC

10

5

וְהָיוּ כְגִבֹּרִים בּוֹסִים בְּטִיט חוּצוֹת בַּמִּלְחָמָה וְנִלְחֲמוּ כִּי יְהוָה עִמָּ֑ם וְהֹבִישׁוּ רֹכְבֵי סוּסִֽים׃

En zij zullen zijn als de helden, die in het slijk der straten treden in den strijd, en zij zullen strijden; want de Heere zal met hen wezen; en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden.

PARSING

PS

PRT_PASS

N

STERK

ms

קָטוּל

fs

קְטוּלָה

mp

קְטוּלִים

fp

קְטוּלוֹת

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

De overzichten geven alle vormen van de infinitivi die in de Tenach voorkomen. De voorbeeldteksten zijn de eerste tien verzen waarin een infinitivus constructus resp infintivus absolutus voorkomt; indien het infinitief minder dan tien keer voorkomt zijn alle verzen als voorbeeld opgenomen.

PARSING

HEBR

COUNT

Prep-l | V-Qal-Inf

לִמְצֹא

9

Prep-b | V-Qal-Inf | 2mp

בְּמֹצַאֲכֶם

1

Prep-l | V-Qal-Inf

לִמְצוֹא

1

Prep-m | V-Qal-Inf

מִמְּצוֹא

1

V-Qal-Inf

מְצֹא

1

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

GEN

19

11

וְֽאֶת הָאֲנָשִׁים אֲשֶׁר פֶּתַח הַבַּיִת הִכּוּ בַּסַּנְוֵרִים מִקָּטֹן וְעַד גָּד֑וֹל וַיִּלְאוּ לִמְצֹא הַפָּֽתַח׃

En zij sloegen de mannen, die aan de deur van het huis waren, met verblindheden, van den kleinste tot aan den grootste, zodat zij moede werden, om de deur te vinden.

GEN

27

20

וַיֹּאמֶר יִצְחָק אֶל בְּנוֹ מַה זֶּה מִהַרְתָּ לִמְצֹא בְּנִ֑י וַיֹּאמֶר כִּי הִקְרָה יְהוָה אֱלֹהֶיךָ לְפָנָֽי׃

Toen zeide Izak tot zijn zoon: Hoe is dit, dat gij het zo haast gevonden hebt, mijn zoon? En hij zeide: Omdat de Heere uw God dat heeft doen ontmoeten voor mijn aangezicht.

GEN

32

5

וַֽיְהִי לִי שׁוֹר וַחֲמוֹר צֹאן וְעֶבֶד וְשִׁפְחָ֑ה וָֽאֶשְׁלְחָה לְהַגִּיד לַֽאדֹנִי לִמְצֹא חֵן בְּעֵינֶֽיךָ׃

En ik heb ossen en ezelen, schapen en knechten en maagden; en ik heb gezonden om mijn heer aan te zeggen, opdat ik genade vinde in uw ogen.

GEN

32

19

וַיְצַו גַּם אֶת הַשֵּׁנִי גַּם אֶת הַשְּׁלִישִׁי גַּם אֶת כָּל הַהֹלְכִים אַחֲרֵי הָעֲדָרִים לֵאמֹ֑ר כַּדָּבָר הַזֶּה תְּדַבְּרוּן אֶל עֵשָׂו בְּמֹצַאֲכֶם אֹתֽוֹ׃

En hij gebood ook den tweede, ook den derde, ook allen, die de kudden nagingen, zeggende: Naar ditzelfde woord zult gij spreken tot Ezau, als gij hem vinden zult.

GEN

33

8

וַיֹּאמֶר מִי לְךָ כָּל הַמַּחֲנֶה הַזֶּה אֲשֶׁר פָּגָ֑שְׁתִּי וַיֹּאמֶר לִמְצֹא חֵן בְּעֵינֵי אֲדֹנִֽי׃

En hij zeide: Voor wien is u al dit heir, dat ik ontmoet heb? En hij zeide: Om genade te vinden in de ogen mijns heren!

PSA

32

6

עַל זֹאת יִתְפַּלֵּל כָּל חָסִיד אֵלֶיךָ לְעֵת מְצֹא רַק לְשֵׁטֶף מַיִם רַבִּ֑ים אֵלָיו לֹא יַגִּֽיעוּ׃

Hierom zal U ieder heilige aanbidden in vindenstijd; ja, in een overloop van grote wateren zullen zij hem niet aanraken.

PSA

36

2

כִּֽי הֶחֱלִיק אֵלָיו בְּעֵינָ֑יו לִמְצֹא עֲוֺנוֹ לִשְׂנֹֽא׃

[036:3] Want hij vleit zichzelven in zijn ogen, als men zijn ongerechtigheid bevindt, die te haten is.

PRO

19

8

קֹֽנֶה לֵּב אֹהֵב נַפְשׁ֑וֹ שֹׁמֵר תְּבוּנָה לִמְצֹא טֽוֹב׃

Die verstand bekomt, heeft zijn ziel lief; hij neemt de verstandigheid waar, om het goede te vinden.

ECC

7

27

רְאֵה זֶה מָצָאתִי אָמְרָה קֹהֶ֑לֶת אַחַת לְאַחַת לִמְצֹא חֶשְׁבּֽוֹן׃

Ziet, dit heb ik gevonden, zegt de prediker, het ene bij het andere, om de sluitrede te vinden;

ECC

8

17

וְרָאִיתִי אֶת כָּל מַעֲשֵׂה הָאֱלֹהִים֒ כִּי לֹא יוּכַל הָאָדָם לִמְצוֹא אֶת הַֽמַּעֲשֶׂה אֲשֶׁר נַעֲשָׂה תַֽחַת הַשֶּׁמֶשׁ בְּשֶׁל אֲשֶׁר יַעֲמֹל הָאָדָם לְבַקֵּשׁ וְלֹא יִמְצָ֑א וְגַם אִם יֹאמַר הֶֽחָכָם לָדַעַת לֹא יוּכַל לִמְצֹֽא׃

Toen zag ik al het werk Gods, dat de mens niet kan uitvinden, het werk, dat onder de zon geschiedt, om hetwelk een mens arbeidt om te zoeken, maar hij zal het niet uitvinden; ja, indien ook een wijze zeide, dat hij het zou weten, zo zal hij het toch niet kunnen uitvinden.

PARSING

HEBR

COUNT

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV