Vervoeging זָכַר

Strong H2142
Betekenis: gedenken, herinneren
Frequentie Qal: 172

Op het tabblad ‘Vervoeging’ staan de vormen die in de combinatie persoon/getal het meest voorkomen. Andere voorkomende vormen zijn opgenomen op het tabblad ‘Overige vormen’.
De voorbeeldteksten zijn een random steekproef (n=10) van teksten met de betreffende vorm; indien de vorm minder dan 10 keer voorkomt zijn alle teksten als voorbeeld opgenomen.

PS

PERF

N1

CONJPERF

N2

STERK

3ms

זָכַר

11

קָטַל

3fs

זָכְרָה

2

קָֽטְלָה

2ms

זְכַרְתַּנִי

1

וְזָכַרְתָּ

8

קָטַ֫לְתָּ

2fs

זָכַרְתְּ

2

וְזָכַרְתְּ

1

קָטַלְתְּ

1cs

זָכַרְתִּי

5

וְזָכַרְתִּי

4

קָטַ֫לְתִּי

3cp

זָכְרוּ

5

וְזָכְרוּ

1

קָטְלוּ

2mp

קְטַלְתֶּם

2fp

קְטַלְתֶּן

1cp

זָכַרְנוּ

1

קָטַ֫לְנוּ

Voorbeeldteksten Perfectum

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

NUM

11

5

זָכַרְנוּ אֶת הַדָּגָה אֲשֶׁר נֹאכַל בְּמִצְרַיִם חִנָּ֑ם אֵת הַקִּשֻּׁאִים וְאֵת הָֽאֲבַטִּחִים וְאֶת הֶחָצִיר וְאֶת הַבְּצָלִים וְאֶת הַשּׁוּמִֽים׃

Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.

JER

2

2

הָלֹךְ וְקָֽרָאתָ בְאָזְנֵי יְרוּשָׁלִַם לֵאמֹר כֹּה אָמַר יְהוָה זָכַרְתִּי לָךְ חֶסֶד נְעוּרַיִךְ אַהֲבַת כְּלוּלֹתָ֑יִךְ לֶכְתֵּךְ אַחֲרַי בַּמִּדְבָּר בְּאֶרֶץ לֹא זְרוּעָֽה׃

Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de Heere: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.

ISA

57

11

וְאֶת מִי דָּאַגְתְּ וַתִּֽירְאִי כִּי תְכַזֵּבִי וְאוֹתִי לֹא זָכַרְתְּ לֹא שַׂמְתְּ עַל לִבֵּ֑ךְ הֲלֹא אֲנִי מַחְשֶׁה וּמֵעֹלָם וְאוֹתִי לֹא תִירָֽאִי׃

Maar voor wien hebt gij geschroomd of gevreesd? Want gij hebt gelogen, en zijt Mijner niet gedachtig geweest, gij hebt Mij op uw hart niet gelegd; is het niet, om dat Ik zwijg, en dat van ouds af, en gij vreest Mij niet?

GEN

40

14

כִּי אִם זְכַרְתַּנִי אִתְּךָ כַּאֲשֶׁר יִיטַב לָךְ וְעָשִֽׂיתָ נָּא עִמָּדִי חָ֑סֶד וְהִזְכַּרְתַּנִי אֶל פַּרְעֹה וְהוֹצֵאתַנִי מִן הַבַּיִת הַזֶּֽה׃

Doch gedenk mijner bij uzelven, wanneer het u wel gaan zal, en doe toch weldadigheid aan mij, en doe van mij melding bij Farao, en maak, dat ik uit dit huis kome.

NEH

9

17

וַיְמָאֲנוּ לִשְׁמֹעַ וְלֹא זָכְרוּ נִפְלְאֹתֶיךָ אֲשֶׁר עָשִׂיתָ עִמָּהֶם וַיַּקְשׁוּ אֶת עָרְפָּם וַיִּתְּנוּ רֹאשׁ לָשׁוּב לְעַבְדֻתָם בְּמִרְיָ֑ם וְאַתָּה אֱלוֹהַּ סְלִיחוֹת חַנּוּן וְרַחוּם אֶֽרֶךְ אַפַּיִם וְרַב וְחֶסֶד וְלֹא עֲזַבְתָּֽם׃

En zij hebben geweigerd te horen, en niet gedacht aan Uw wonderen, die Gij bij hen gedaan hadt, en hebben hun nek verhard, en in hun wederspannigheid een hoofd gesteld, om weder te keren tot hun dienstbaarheid. Doch Gij, een God van vergevingen, genadig en barmhartig, lankmoedig, en groot van weldadigheid, hebt hen evenwel niet verlaten.

LAM

1

7

זָֽכְרָה יְרוּשָׁלִַם יְמֵי עָנְיָהּ וּמְרוּדֶיהָ כֹּל מַחֲמֻדֶיהָ אֲשֶׁר הָיוּ מִימֵי קֶ֑דֶם בִּנְפֹל עַמָּהּ בְּיַד צָר וְאֵין עוֹזֵר לָהּ רָאוּהָ צָרִים שָׂחֲקוּ עַל מִשְׁבַּתֶּֽהָ׃ס

. Jeruzalem is, in de dagen harer ellende en harer veelvuldige ballingschap, indachtig aan al haar gewenste dingen, die zij van oude dagen af gehad heeft; dewijl haar volk door de hand des tegenpartijders valt, en zij geen helper heeft; de tegenpartijders zien haar aan, zij spotten met haar rustdagen.

2CH

24

22

וְלֹא זָכַר יוֹאָשׁ הַמֶּלֶךְ הַחֶסֶד אֲשֶׁר עָשָׂה יְהוֹיָדָע אָבִיו עִמּוֹ וַֽיַּהֲרֹג אֶת בְּנ֑וֹ וּכְמוֹתוֹ אָמַר יֵרֶא יְהוָה וְיִדְרֹֽשׁ׃פ

Zo gedacht de koning Joas niet der weldadigheid, die zijn vader Jojada aan hem gedaan had, maar doodde zijn zoon; dewelke, als hij stierf, zeide: De Heere zal het zien en zoeken!

Voorbeeldteksten Conj. Perfectum

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

LEV

26

42

וְזָכַרְתִּי אֶת בְּרִיתִי יַעֲק֑וֹב וְאַף אֶת בְּרִיתִי יִצְחָק וְאַף אֶת בְּרִיתִי אַבְרָהָם אֶזְכֹּר וְהָאָרֶץ אֶזְכֹּֽר׃

Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond met Jakob, en ook aan Mijn verbond met Izak, en ook aan Mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken, en aan het land zal Ik gedenken;

EZE

16

61

וְזָכַרְתְּ אֶת דְּרָכַיִךְ וְנִכְלַמְתְּ֒ בְּקַחְתֵּךְ אֶת אֲחוֹתַיִךְ הַגְּדֹלוֹת מִמֵּךְ אֶל הַקְּטַנּוֹת מִמֵּ֑ךְ וְנָתַתִּי אֶתְהֶן לָךְ לְבָנוֹת וְלֹא מִבְּרִיתֵֽךְ׃

Dan zult gij uwer wegen gedenken en beschaamd zijn, als gij uw zusteren, die groter zijn dan gij, met degenen, die kleiner zijn dan gij, aannemen zult; want Ik zal u dezelve geven tot dochteren, maar niet uit uw verbond.

DEU

8

2

וְזָכַרְתָּ אֶת כָּל הַדֶּרֶךְ אֲשֶׁר הֹלִֽיכֲךָ יְהוָה אֱלֹהֶיךָ זֶה אַרְבָּעִים שָׁנָה בַּמִּדְבָּ֑ר לְמַעַן עַנֹּֽתְךָ לְנַסֹּֽתְךָ לָדַעַת אֶת אֲשֶׁר בִּֽלְבָבְךָ הֲתִשְׁמֹר מִצְוֹתוֹ אִם לֹֽא׃

En gij zult gedenken aan al den weg, dien u den Heere, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet.

EZE

6

9

וְזָכְרוּ פְלִֽיטֵיכֶם אוֹתִי בַּגּוֹיִם אֲשֶׁר נִשְׁבּוּ שָׁם֒ אֲשֶׁר נִשְׁבַּרְתִּי אֶת לִבָּם הַזּוֹנֶה אֲשֶׁר סָר מֵֽעָלַי וְאֵת עֵֽינֵיהֶם הַזֹּנוֹת אַחֲרֵי גִּלּֽוּלֵיהֶ֑ם וְנָקֹטּוּ בִּפְנֵיהֶם אֶל הָֽרָעוֹת אֲשֶׁר עָשׂוּ לְכֹל תּוֹעֲבֹתֵיהֶֽם׃

Dan zullen uw ontkomenen Mijner gedenken onder de heidenen, waar zij gevankelijk zullen geworden zijn, omdat Ik verbroken ben door hun hoerachtig hart, dat van Mij afgeweken is, en door hun ogen, die hun drekgoden nahoereren; en zij zullen een walging aan zichzelven hebben over de boosheden, die zij in al hun gruwelen gedaan hebben.

PS

PERF

N1

CONJPERF

N2

3ms

זְכָרָנוּ

1

3ms

זָכָר

1

2ms

זְכַרְתָּם

1

2fs

זָכַרְתִּי

2

2fs

זָכָרְתְּ

1

1cs

זָכָרְתִּי

2

1cs

זְכַרְתִּיךָ

1

2ms

וּזְכַרְתַּנִי

1

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

PSA

9

12

כִּֽי דֹרֵשׁ דָּמִים אוֹתָם זָכָ֑ר לֹֽא שָׁכַח צַעֲקַת עֲנִיִּים׃

[09:13] Want Hij zoekt de bloedstortingen, Hij gedenkt derzelve; Hij vergeet het geroep der ellendigen niet.

PSA

88

5

בַּמֵּתִים חָפְשִׁי כְּמוֹ חֲלָלִים שֹׁכְבֵי קֶבֶר אֲשֶׁר לֹא זְכַרְתָּם ע֑וֹד וְהֵמָּה מִיָּדְךָ נִגְזָֽרוּ׃

[088:6] Afgezonderd onder de doden, gelijk de verslagenen, die in het graf liggen, die Gij niet meer gedenkt, en zij zijn afgesneden van Uw hand.

EZE

16

22

וְאֵת כָּל תּוֹעֲבֹתַיִךְ וְתַזְנֻתַיִךְ לֹא זָכַרְתִּי אֶת יְמֵי נְעוּרָ֑יִךְ בִּֽהְיוֹתֵךְ עֵרֹם וְעֶרְיָה מִתְבּוֹסֶסֶת בְּדָמֵךְ הָיִֽית׃

Ook hebt gij bij al uw gruwelen en uw hoererijen niet gedacht aan de dagen uwer jonkheid, als gij naakt en bloot waart, als gij vertreden waart in uw bloed.

HOS

7

2

וּבַל יֹֽאמְרוּ לִלְבָבָם כָּל רָעָתָם זָכָ֑רְתִּי עַתָּה סְבָבוּם מַֽעַלְלֵיהֶם נֶגֶד פָּנַי הָיֽוּ׃

En zij zeggen niet in hun hart, dat Ik al hunner boosheid gedachtig ben; nu omsingelen hen hun handelingen, zij zijn voor Mijn aangezicht.

1SA

1

11

וַתִּדֹּר נֶדֶר וַתֹּאמַר יְהוָה צְבָאוֹת אִם רָאֹה תִרְאֶה בָּעֳנִי אֲמָתֶךָ וּזְכַרְתַּנִי וְלֹֽא תִשְׁכַּח אֶת אֲמָתֶךָ וְנָתַתָּה לַאֲמָתְךָ זֶרַע אֲנָשִׁ֑ים וּנְתַתִּיו לַֽיהוָה כָּל יְמֵי חַיָּיו וּמוֹרָה לֹא יַעֲלֶה עַל רֹאשֽׁוֹ׃

En zij beloofde een gelofte, en zeide: Heere der heirscharen, zo Gij eenmaal de ellende Uwer dienstmaagd aanziet, en mijner gedenkt, en Uw dienstmaagd niet vergeet, maar geeft aan Uw dienstmaagd een mannelijk zaad, zo zal ik dat den Heere geven al de dagen zijns levens, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.

Het tabblad ‘vervoeging’ bevat de meest voorkomende vorm van het werkwoord in de betreffende combinatie geslacht/getal. De voorbeeldteksten zijn een random keuze uit teksten zodanig dat elke vorm in de tabel een keer voorkomt. Het tabblad ‘Cohortativus’ (‘Jussivus’) geeft alle teksten waarin het werkwoord als cohortativus (jussivus) voorkomt.

PS

IMPF

N1

IMPF_CONS

N2

IMPF_CONJ

N3

STERK

3ms

יִזְכֹּר

6

וַיִּזְכֹּר

8

וְיִזְכֹּר

1

יִקְטֹל

3fs

תִּזְכּוֹר

1

תִּקְטֹל

2ms

תִּזְכֹּר

4

וְתִזְכְּרֵנִי

1

תִּקְטֹל

2fs

תִזְכְּרִי

2

תִּקְטְלִי

1cs

אֶזְכֹּר

3

וָאֶזְכֹּר

1

אֶקְטֹל

3mp

יִזְכְּרוּ

2

וַיִּזְכְּרוּ

1

יִקְטְלוּ

3fp

תִּקְטֹ֫לְנָה

2mp

תִּזְכְּרוּ

2

תִּקְטְלוּ

2fp

תִּקְטֹ֫לְנָה

1cp

נִקְטֹל

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

EXO

6

5

וְגַם אֲנִי שָׁמַעְתִּי אֶֽת נַאֲקַת בְּנֵי יִשְׂרָאֵל אֲשֶׁר מִצְרַיִם מַעֲבִדִים אֹתָ֑ם וָאֶזְכֹּר אֶת בְּרִיתִֽי׃

[06:4] En ook heb Ik gehoord het gekerm der kinderen Israëls, die de Egyptenaars in dienstbaarheid houden, en Ik heb aan Mijn verbond gedacht.

LEV

26

42

וְזָכַרְתִּי אֶת בְּרִיתִי יַעֲק֑וֹב וְאַף אֶת בְּרִיתִי יִצְחָק וְאַף אֶת בְּרִיתִי אַבְרָהָם אֶזְכֹּר וְהָאָרֶץ אֶזְכֹּֽר׃

Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond met Jakob, en ook aan Mijn verbond met Izak, en ook aan Mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken, en aan het land zal Ik gedenken;

1SA

1

19

וַיַּשְׁכִּמוּ בַבֹּקֶר וַיִּֽשְׁתַּחֲווּ לִפְנֵי יְהוָה וַיָּשֻׁבוּ וַיָּבֹאוּ אֶל בֵּיתָם הָרָמָ֑תָה וַיֵּדַע אֶלְקָנָה אֶת חַנָּה אִשְׁתּוֹ וַיִּֽזְכְּרֶהָ יְהוָֽה׃

En zij stonden des morgens vroeg op, en zij aanbaden voor het aangezicht des Heeren, en zij keerden weder, en kwamen tot hun huis te Rama. En Elkana bekende zijn huisvrouw Hanna, en de Heere gedacht aan haar.

JOB

14

13

מִי יִתֵּן בִּשְׁאוֹל תַּצְפִּנֵנִי תַּסְתִּירֵנִי עַד שׁוּב אַפֶּ֑ךָ תָּשִׁית לִי חֹק וְתִזְכְּרֵֽנִי׃

Och, of Gij mij in het graf verstaakt, mij verborgt, totdat Uw toorn zich afkeerde; dat Gij mij een bepaling steldet, en mijner gedachtig waart!

PSA

20

3

יִזְכֹּר כָּל מִנְחֹתֶ֑ךָ וְעוֹלָתְךָ יְדַשְּׁנֶה סֶֽלָה׃

[020:4] Hij gedenke al uwer spijsofferen, en make uw brandoffer tot as. Sela.

PSA

78

35

וַֽיִּזְכְּרוּ כִּֽי אֱלֹהִים צוּרָ֑ם וְאֵל עֶלְיוֹן גֹּאֲלָֽם׃

En gedachten, dat God hun Rotssteen was, en God, de Allerhoogste, hun Verlosser.

ECC

11

8

כִּי אִם שָׁנִים הַרְבֵּה יִחְיֶה הָאָדָם בְּכֻלָּם יִשְׂמָ֑ח וְיִזְכֹּר אֶת יְמֵי הַחֹשֶׁךְ כִּֽי הַרְבֵּה יִהְיוּ כָּל שֶׁבָּא הָֽבֶל׃

Maar indien de mens veel jaren leeft, en verblijdt zich in die allen, zo laat hem ook gedenken aan de dagen der duisternis, want die zullen veel zijn; en al wat gekomen is, is ijdelheid.

ISA

43

18

אַֽל תִּזְכְּרוּ רִֽאשֹׁנ֑וֹת וְקַדְמֹנִיּוֹת אַל תִּתְבֹּנָֽנוּ׃

Gedenkt der vorige dingen niet, en overlegt de oude dingen niet.

ISA

54

4

אַל תִּֽירְאִי כִּי לֹא תֵבוֹשִׁי וְאַל תִּכָּלְמִי כִּי לֹא תַחְפִּ֑ירִי כִּי בֹשֶׁת עֲלוּמַיִךְ תִּשְׁכָּחִי וְחֶרְפַּת אַלְמְנוּתַיִךְ לֹא תִזְכְּרִי עֽוֹד׃

Vrees niet, want gij zult niet beschaamd worden, en word niet schaamrood, want gij zult niet te schande worden; maar gij zult de schaamte uwer jonkheid vergeten, en den smaad uws weduwschaps zult gij niet meer gedenken.

ISA

64

5

פָּגַעְתָּ אֶת שָׂשׂ וְעֹשֵׂה צֶדֶק בִּדְרָכֶיךָ יִזְכְּר֑וּךָ הֵן אַתָּה קָצַפְתָּ וַֽנֶּחֱטָא בָּהֶם עוֹלָם וְנִוָּשֵֽׁעַ׃

Gij ontmoet den vrolijke, en die gerechtigheid doet dengenen, die Uwer gedenken op Uw wegen; zie, Gij waart verbolgen, omdat wij gezondigd hebben; in dezelve is de eeuwigheid, opdat wij behouden wierden.

ISA

64

9

אַל תִּקְצֹף יְהוָה עַד מְאֹד וְאַל לָעַד תִּזְכֹּר עָוֺ֑ן הֵן הַבֶּט נָא עַמְּךָ כֻלָּֽנוּ׃

Heere! wees niet zo zeer verbolgen, en gedenk niet eeuwiglijk der ongerechtigheid; zie, aanschouw toch, wij allen zijn Uw volk.

LAM

3

20

זָכוֹר תִּזְכּוֹר וְתָשִׁיחַ עָלַי נַפְשִֽׁי׃

. Mijn ziel gedenkt er wel terdege aan, en zij bukt zich neder in mij.

Alle teksten waarin de cohortativus wordt gebruikt.

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

PSA

42

4

אֵלֶּה אֶזְכְּרָה וְאֶשְׁפְּכָה עָלַי נַפְשִׁי כִּי אֶֽעֱבֹר בַּסָּךְ אֶדַּדֵּם עַד בֵּית אֱלֹהִים בְּקוֹל רִנָּה וְתוֹדָה הָמוֹן חוֹגֵֽג׃

[042:5] Ik gedenk daaraan, en stort mijn ziel uit in mij, omdat ik placht heen te gaan onder de schare, en met hen te treden naar Gods huis, met een stem van vreugdegezang en lof, onder de feesthoudende menigte.

PSA

77

3

אֶזְכְּרָה אֱלֹהִים וְאֶֽהֱמָיָ֑ה אָשִׂיחָה וְתִתְעַטֵּף רוּחִי סֶֽלָה׃

[077:4] Dacht ik aan God, zo maakte ik misbaar; peinsde ik, zo werd mijn ziel overstelpt. Sela.

PSA

77

6

אֶֽזְכְּרָה נְגִינָתִי בַּלָּיְלָה עִם לְבָבִי אָשִׂ֑יחָה וַיְחַפֵּשׂ רוּחִֽי׃

[077:7] Ik dacht aan mijn snarenspel; in den nacht overleide ik in mijn hart, en mijn geest onderzocht:

PSA

77

11

אַזְכִּיר מַֽעַלְלֵי יָ֑הּ כִּֽי אֶזְכְּרָה מִקֶּדֶם פִּלְאֶֽךָ׃

[077:12] Ik zal de daden des Heeren gedenken ; ja, ik zal gedenken Uw wonderen van ouds her;

Teksten waarin de Jussivus wordt gebruikt.

De meest voorkomende vormen van het imperfectum zijn opgenomen. De voorbeeldteksten zijn een rabdom keuze uit de teksten waarin deze vormen voorkomen, zodanig dat elk vorm erin voorkomt.

PS

IMPV

N

STERK

ms

זְכֹר

17

קְטֹל

fs

קִטְלִי

mp

זִכְרוּ

7

קִטְלִוּ

fp

קְטֹ֫לְנָה

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

PSA

74

22

קוּמָה אֱלֹהִים רִיבָה רִיבֶ֑ךָ זְכֹר חֶרְפָּתְךָ מִנִּי נָבָל כָּל הַיּֽוֹם׃

Sta op, o God! twist Uw twistzaak; gedenk der smaadheid, die U van den dwaze wedervaart den ganse dag.

2KI

9

25

וַיֹּאמֶר אֶל בִּדְקַר שְׁלֹשָׁה שָׂא הַשְׁלִכֵהוּ בְּחֶלְקַת שְׂדֵה נָבוֹת הַיִּזְרְעֵאלִ֑י כִּֽי זְכֹר אֲנִי וָאַתָּה אֵת רֹכְבִים צְמָדִים אַֽחֲרֵי אַחְאָב אָבִיו וַֽיהוָה נָשָׂא עָלָיו אֶת הַמַּשָּׂא הַזֶּֽה׃

Toen zeide Jehu tot Bidkar, zijn hoofdman: Neem, werp hem op dat stuk lands van Naboth, den Jizreëliet; want gedenk, als ik en gij nevens elkander achter zijn vader Achab reden, dat hem de Heere dezen last opleide, zeggende:

ISA

46

9

זִכְרוּ רִאשֹׁנוֹת מֵעוֹלָ֑ם כִּי אָנֹכִי אֵל וְאֵין עוֹד אֱלֹהִים וְאֶפֶס כָּמֽוֹנִי׃

Gedenkt der vorige dingen van oude tijden af, dat Ik God ben, en er is geen God meer, en er is niet gelijk Ik;

MAL

4

4

זִכְרוּ תּוֹרַת מֹשֶׁה עַבְדִּ֑י אֲשֶׁר צִוִּיתִי אוֹתוֹ בְחֹרֵב עַל כָּל יִשְׂרָאֵל חֻקִּים וּמִשְׁפָּטִֽים׃

Gedenk der wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hem bevolen heb op Horeb aan gans Israël, der inzettingen en rechten.

Een apart tabblad voor Participium Activum en Passivum. De tabel bevat de vormen met een participium zonder prefix en de vormen met het lidwoord als prefix. Het derde deel van de tabel geeft de overige voorkomende vormen.
De voorbeeldteksten part.act. zijn random gekozen zodanig dat alle voorkomende vormen aan bod komen. Bij part.pass. is indien er meer dan 10 teksten zijn met een part.pass. vorm, een random keuze van 10 teksten genomen. Bij minder dan 10 teksten zijn ze alle opgenomen.

PARSING

PS

PRT

N

STERK

ms

קֹטֵל

fs

קֹטְלָה/קֹטֶ֫לֶת

mp

קֹטְלִים

fp

קֹטְלוֹת

ms

fs

mp

fp

Conj-w, Prep-l | V-Qal-Prtcpl-mpc

pc

וּלְזֹכְרֵי

1

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

EXO

28

7

שְׁתֵּי כְתֵפֹת חֹֽבְרֹת יִֽהְיֶה לּוֹ אֶל שְׁנֵי קְצוֹתָיו וְחֻבָּֽר׃

Hij zal twee samenvoegende schouderbanden hebben aan zijn beide einden, waarmede hij samengevoegd zal worden.

2CH

2

7

וְעַתָּה שְֽׁלַֽח לִי אִישׁ חָכָם לַעֲשׂוֹת בַּזָּהָב וּבַכֶּסֶף וּבַנְּחֹשֶׁת וּבַבַּרְזֶל וּבָֽאַרְגְּוָן וְכַרְמִיל וּתְכֵלֶת וְיֹדֵעַ לְפַתֵּחַ פִּתּוּחִ֑ים עִם הַֽחֲכָמִים אֲשֶׁר עִמִּי בִּֽיהוּדָה וּבִֽירוּשָׁלִַם אֲשֶׁר הֵכִין דָּוִיד אָבִֽי׃

Zo zend mij nu een wijzen man, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper, en karmozijn, en hemelsblauw, en die weet graveerselen te graveren, met de wijzen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David beschikt heeft.

JOB

5

1

קְֽרָא נָא הֲיֵשׁ עוֹנֶ֑ךָּ וְאֶל מִי מִקְּדֹשִׁים תִּפְנֶֽה׃

Roep nu, zal er iemand zijn, die u antwoorde? En tot wien van de heiligen zult gij u keren?

PSA

7

4

אִם גָּמַלְתִּי שֽׁוֹלְמִי רָ֑ע וָאֲחַלְּצָה צוֹרְרִי רֵיקָֽם׃

[07:5] Indiën ik kwaad vergolden heb dien, die vrede met mij had; (ja, ik heb dien gered, die mij zonder oorzaak benauwde!)

PRO

17

17

בְּכָל עֵת אֹהֵב הָרֵ֑עַ וְאָח לְצָרָה יִוָּלֵֽד׃

Een vriend heeft te aller tijd lief; en een broeder wordt in de benauwdheid geboren.

PRO

20

12

אֹזֶן שֹׁמַעַת וְעַיִן רֹאָ֑ה יְהוָה עָשָׂה גַם שְׁנֵיהֶֽם׃

Een horend oor, en een ziend oog heeft de Heere gemaakt, ja, die beide.

ISA

8

14

וְהָיָה לְמִקְדָּ֑שׁ וּלְאֶבֶן נֶגֶף וּלְצוּר מִכְשׁוֹל לִשְׁנֵי בָתֵּי יִשְׂרָאֵל לְפַח וּלְמוֹקֵשׁ לְיוֹשֵׁב יְרוּשָׁלִָֽם׃

Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israël, tot een strik en tot een net den inwoners te Jeruzalem.

ISA

17

14

לְעֵת עֶרֶב וְהִנֵּה בַלָּהָה בְּטֶרֶם בֹּקֶר אֵינֶ֑נּוּ זֶה חֵלֶק שׁוֹסֵינוּ וְגוֹרָל לְבֹזְזֵֽינוּ׃ס

Ten tijde des avonds, ziet, zo is er verschrikking, eer het morgen is, is hij er niet meer. Dit is het deel dergenen, die ons beroven, en het lot dergenen, die ons plunderen.

ISA

27

3

אֲנִי יְהוָה נֹֽצְרָהּ לִרְגָעִים אַשְׁקֶ֑נָּה פֶּן יִפְקֹד עָלֶיהָ לַיְלָה וָיוֹם אֶצֳּרֶֽנָּה׃

Ik, de Heere, behoede dien, alle ogenblik zal Ik hem bevochtigen; opdat de vijand hem niet bezoeke, zal Ik hem bewaren nacht en dag.

JER

11

2

שִׁמְעוּ אֶת דִּבְרֵי הַבְּרִית הַזֹּ֑את וְדִבַּרְתָּם אֶל אִישׁ יְהוּדָה וְעַל יֹשְׁבֵי יְרוּשָׁלִָֽם׃

Hoort gijlieden de woorden dezes verbonds, en spreekt tot de mannen van Juda, en tot de inwoners van Jeruzalem;

JER

16

3

כִּי כֹה אָמַר יְהוָה עַל הַבָּנִים וְעַל הַבָּנוֹת הַיִּלּוֹדִים בַּמָּקוֹם הַזֶּ֑ה וְעַֽל אִמֹּתָם הַיֹּלְדוֹת אוֹתָם וְעַל אֲבוֹתָם הַמּוֹלִדִים אוֹתָם בָּאָרֶץ הַזֹּֽאת׃

Want zo zegt de Heere van de zonen en van de dochteren, die in deze plaats geboren worden; daartoe van hun moeders, die ze baren, en van hun vaders, die ze gewinnen in dit land:

EZE

11

2

וַיֹּאמֶר אֵלָ֑י בֶּן אָדָם אֵלֶּה הָאֲנָשִׁים הַחֹשְׁבִים אָוֶן וְהַיֹּעֲצִים עֲצַת רָע בָּעִיר הַזֹּֽאת׃

En Hij zeide tot mij: Mensenkind, deze zijn de mannen, die ongerechtigheid bedenken, en die kwaden raad raden in deze stad.

EZE

13

20

לָכֵן כֹּה אָמַר אֲדֹנָי יְהוִה הִנְנִי אֶל כִּסְּתוֹתֵיכֶנָה אֲשֶׁר אַתֵּנָה מְצֹדְדוֹת שָׁם אֶת הַנְּפָשׁוֹת לְפֹרְחוֹת וְקָרַעְתִּי אֹתָם מֵעַל זְרוֹעֹֽתֵיכֶ֑ם וְשִׁלַּחְתִּי אֶת הַנְּפָשׁוֹת אֲשֶׁר אַתֶּם מְצֹדְדוֹת אֶת נְפָשִׁים לְפֹרְחֹֽת׃

Daarom, zo zegt de Heere Heere: Ziet, Ik wil aan uw kussens, waarmede gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven, en Ik zal ze uit uw armen wegscheuren; en Ik zal die zielen losmaken, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven.

DAN

3

17

הֵן אִיתַי אֱלָהַנָא דִּֽי אֲנַחְנָא פָֽלְחִין יָכִל לְשֵׁיזָבוּתַ֑נָא מִן אַתּוּן נוּרָא יָקִֽדְתָּא וּמִן יְדָךְ מַלְכָּא יְשֵׁיזִֽב׃

Zal het zo zijn, onze God, Dien wij eren, is machtig ons te verlossen uit den oven des brandenden vuurs, en Hij zal ons uit uw hand, o koning! verlossen.

DAN

5

7

קָרֵא מַלְכָּא בְּחַיִל לְהֶֽעָלָה לְאָשְׁפַיָּא כַּשְׂדָּיֵא וְגָזְרַיָּ֑א עָנֵה מַלְכָּא וְאָמַר לְחַכִּימֵי בָבֶל דִּי כָל אֱנָשׁ דִּֽי יִקְרֵה כְּתָבָה דְנָה וּפִשְׁרֵהּ יְחַוִּנַּנִי אַרְגְּוָנָא יִלְבַּשׁ וְהַמּוֹנְכָא דִֽי דַהֲבָא עַֽל צַוְּארֵהּ וְתַלְתִּי בְמַלְכוּתָא יִשְׁלַֽט׃ס

Zodat de koning met kracht riep dat men de sterrekijkers, de Chaldeen en de waarzeggers inbrengen zou; en de koning antwoordde en zeide tot de wijzen van Babel: Alle man, die dit schrift lezen, en deszelfs uitlegging mij te kennen zal geven, die zal met purper gekleed worden, met een gouden keten om zijn hals, en hij zal de derde heerser in dit koninkrijk zijn.

AMO

9

6

הַבּוֹנֶה בַשָּׁמַיִם מַעֲלוֹתוֹ וַאֲגֻדָּתוֹ עַל אֶרֶץ יְסָדָ֑הּ הַקֹּרֵא לְמֵֽי הַיָּם וַֽיִּשְׁפְּכֵם עַל פְּנֵי הָאָרֶץ יְהוָה שְׁמֽוֹ׃

Die Zijn opperzalen in den hemel bouwt, en Zijn benden heeft Hij op aarde gefondeerd; Die de wateren der zee roept, en giet ze uit op den aardbodem; Heere is Zijn Naam.

MIC

2

8

וְאֶתְמוּל עַמִּי לְאוֹיֵב יְקוֹמֵם מִמּוּל שַׂלְמָה אֶדֶר תַּפְשִׁט֑וּן מֵעֹבְרִים בֶּטַח שׁוּבֵי מִלְחָמָֽה׃

Maar gisteren stelde zich Mijn volk op, tot vijand, tegenover een kleed; gij stroopt een mantel van degenen, die zeker voorbijgaan, wederkomende van den strijd.

ZEC

5

3

וַיֹּאמֶר אֵלַי זֹאת הָֽאָלָה הַיּוֹצֵאת עַל פְּנֵי כָל הָאָ֑רֶץ כִּי כָל הַגֹּנֵב מִזֶּה כָּמוֹהָ נִקָּה וְכָל הַנִּשְׁבָּע מִזֶּה כָּמוֹהָ נִקָּֽה׃

Toen zeide Hij tot mij: Dit is de vloek, die uitgaan zal over het ganse land; want een iegelijk, die steelt, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden; desgelijks een iegelijk, die valselijk zweert, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden.

ZEC

10

5

וְהָיוּ כְגִבֹּרִים בּוֹסִים בְּטִיט חוּצוֹת בַּמִּלְחָמָה וְנִלְחֲמוּ כִּי יְהוָה עִמָּ֑ם וְהֹבִישׁוּ רֹכְבֵי סוּסִֽים׃

En zij zullen zijn als de helden, die in het slijk der straten treden in den strijd, en zij zullen strijden; want de Heere zal met hen wezen; en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden.

PARSING

PS

PRT_PASS

N

STERK

V-Qal-QalPassPrtcpl-ms

ms

זָכוּר

1

קָטוּל

fs

קְטוּלָה

mp

קְטוּלִים

fp

קְטוּלוֹת

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

PSA

103

14

כִּי הוּא יָדַע יִצְרֵ֑נוּ זָכוּר כִּי עָפָר אֲנָֽחְנוּ׃

Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde, dat wij stof zijn.

De overzichten geven alle vormen van de infinitivi die in de Tenach voorkomen. De voorbeeldteksten zijn de eerste tien verzen waarin een infinitivus constructus resp infintivus absolutus voorkomt; indien het infinitief minder dan tien keer voorkomt zijn alle verzen als voorbeeld opgenomen.

PARSING

HEBR

COUNT

Prep-l | V-Qal-Inf

לִזְכֹּר

2

Prep-b | V-Qal-Inf | 1cp

בְּזָכְרֵנוּ

1

Prep-k | V-Qal-Inf

כִּזְכֹּר

1

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

GEN

9

16

וְהָיְתָה הַקֶּשֶׁת בֶּֽעָנָ֑ן וּרְאִיתִיהָ לִזְכֹּר בְּרִית עוֹלָם בֵּין אֱלֹהִים וּבֵין כָּל נֶפֶשׁ חַיָּה בְּכָל בָּשָׂר אֲשֶׁר עַל הָאָֽרֶץ׃

Als deze boog in de wolken zal zijn, zo zal Ik hem aanzien, om te gedenken aan het eeuwig verbond tussen God en tussen alle levende ziel, van alle vlees, dat op de aarde is.

PSA

137

1

עַל נַהֲרוֹת בָּבֶל שָׁם יָשַׁבְנוּ גַּם בָּכִ֑ינוּ בְּזָכְרֵנוּ אֶת צִיּֽוֹן׃

Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij, ook weenden wij, als wij gedachten aan Sion.

JER

17

2

כִּזְכֹּר בְּנֵיהֶם מִזְבְּחוֹתָם וַאֲשֵׁרֵיהֶם עַל עֵץ רַֽעֲנָ֑ן עַל גְּבָעוֹת הַגְּבֹהֽוֹת׃

Gelijk hun kinderen hunner altaren gedenken, en hunner bossen, bij het groen geboomte, op de hoge heuvelen.

EZE

23

19

וַתַּרְבֶּה אֶת תַּזְנוּתֶ֑יהָ לִזְכֹּר אֶת יְמֵי נְעוּרֶיהָ אֲשֶׁר זָנְתָה בְּאֶרֶץ מִצְרָֽיִם׃

Doch zij vermenigvuldigde haar hoererijen, gedenkende aan de dagen van haar jeugd, als zij gehoereerd had in het land van Egypte.

PARSING

HEBR

COUNT

V-Qal-InfAbs

זָכוֹר

6

V-Qal-InfAbs

זָכֹר

2

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

EXO

13

3

וַיֹּאמֶר מֹשֶׁה אֶל הָעָם זָכוֹר אֶת הַיּוֹם הַזֶּה אֲשֶׁר יְצָאתֶם מִמִּצְרַיִם מִבֵּית עֲבָדִים כִּי בְּחֹזֶק יָד הוֹצִיא יְהֹוָה אֶתְכֶם מִזֶּ֑ה וְלֹא יֵאָכֵל חָמֵֽץ׃

Verder zeide Mozes tot het volk: Gedenkt aan dezen zelfden dag, op welken gijlieden uit Egypte, uit het diensthuis, gegaan zijt; want de Heere heeft u door een sterke hand van hier uitgevoerd; daarom zal het gedesemde niet gegeten worden.

EXO

20

8

זָכוֹר אֶת יוֹם הַשַּׁבָּת לְקַדְּשֽׁוֹ׃

Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt.

DEU

7

18

לֹא תִירָא מֵהֶ֑ם זָכֹר תִּזְכֹּר אֵת אֲשֶׁר עָשָׂה יְהוָה אֱלֹהֶיךָ לְפַרְעֹה וּלְכָל מִצְרָֽיִם׃

Vreest niet voor hen; gedenkt steeds, wat de Heere, uw God, aan Farao en aan alle Egyptenaren gedaan heeft;

DEU

24

9

זָכוֹר אֵת אֲשֶׁר עָשָׂה יְהוָה אֱלֹהֶיךָ לְמִרְיָ֑ם בַּדֶּרֶךְ בְּצֵאתְכֶם מִמִּצְרָֽיִם׃ס

Gedenkt, wat de Heere, uw God, gedaan heeft aan Mirjam, op den weg, als gij uit Egypte waart uitgetogen.

DEU

25

17

זָכוֹר אֵת אֲשֶׁר עָשָׂה לְךָ עֲמָלֵ֑ק בַּדֶּרֶךְ בְּצֵאתְכֶם מִמִּצְרָֽיִם׃

Gedenkt, wat u Amalek gedaan heeft op den weg, als gij uit Egypte uittoogt;

JOS

1

13

זָכוֹר אֶת הַדָּבָר אֲשֶׁר צִוָּה אֶתְכֶם מֹשֶׁה עֶֽבֶד יְהוָה לֵאמֹ֑ר יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם מֵנִיחַ לָכֶם וְנָתַן לָכֶם אֶת הָאָרֶץ הַזֹּֽאת׃

Gedenkt aan het woord, hetwelk Mozes, de knecht des Heeren, ulieden geboden heeft, zeggende: De Heere, uw God, geeft ulieden rust, en Hij geeft u dit land;

JER

31

20

הֲבֵן יַקִּיר לִי אֶפְרַיִם אִם יֶלֶד שַׁעֲשֻׁעִים כִּֽי מִדֵּי דַבְּרִי בּוֹ זָכֹר אֶזְכְּרֶנּוּ ע֑וֹד עַל כֵּן הָמוּ מֵעַי לוֹ רַחֵם אֲ‍ֽרַחֲמֶנּוּ נְאֻם יְהוָֽה׃ס

Is niet Efraïm Mij een dierbare zoon, is hij Mij niet een troetelkind? Want sinds Ik tegen hem gesproken heb, denk Ik nog ernstelijk aan hem; daarom rommelt Mijn ingewand over hem; Ik zal Mij zijner zekerlijk ontfermen, spreekt de Heere.

LAM

3

20

זָכוֹר תִּזְכּוֹר וְתָשִׁיחַ עָלַי נַפְשִֽׁי׃

. Mijn ziel gedenkt er wel terdege aan, en zij bukt zich neder in mij.