Vervoeging יָצָא

Strong H3318
Betekenis: weg-/uitgaan
Frequentie Qal: 777

Op het tabblad ‘Vervoeging’ staan de vormen die in de combinatie persoon/getal het meest voorkomen. Andere voorkomende vormen zijn opgenomen op het tabblad ‘Overige vormen’.
De voorbeeldteksten zijn een random steekproef (n=10) van teksten met de betreffende vorm; indien de vorm minder dan 10 keer voorkomt zijn alle teksten als voorbeeld opgenomen.

PS

PERF

N1

CONJPERF

N2

STERK

3ms

יָצָא

51

וְיָצָא

42

קָטַל

3fs

יָצְאָה

11

וְיָצְאָה

3

קָֽטְלָה

2ms

יָצָאתָ

6

וְיָצָאתָ

2

קָטַ֫לְתָּ

2fs

קָטַלְתְּ

1cs

יָצָאתִי

6

וְיָצָאתִי

1

קָטַ֫לְתִּי

3cp

יָצְאוּ

35

וְיָצְאוּ

7

קָטְלוּ

2mp

יְצָאתֶם

2

וִיצָאתֶם

2

קְטַלְתֶּם

2fp

קְטַלְתֶּן

1cp

יָצָאנוּ

1

וְיָצָאנוּ

1

קָטַ֫לְנוּ

Voorbeeldteksten Perfectum

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

NUM

11

20

עַד חֹדֶשׁ יָמִים עַד אֲשֶׁר יֵצֵא מֵֽאַפְּכֶם וְהָיָה לָכֶם לְזָרָ֑א יַעַן כִּֽי מְאַסְתֶּם אֶת יְהוָה אֲשֶׁר בְּקִרְבְּכֶם וַתִּבְכּוּ לְפָנָיו לֵאמֹר לָמָּה זֶּה יָצָאנוּ מִמִּצְרָֽיִם׃

Tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga, en u tot walging zij; overmits gij den Heere, Die in het midden van u is, verworpen hebt, en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: Waarom nu zijn wij uit Egypte getogen?

JER

20

18

לָמָּה זֶּה מֵרֶחֶם יָצָאתִי לִרְאוֹת עָמָל וְיָג֑וֹן וַיִּכְלוּ בְּבֹשֶׁת יָמָֽי׃פ

Waarom ben ik toch uit de baarmoeder voortgekomen, om moeite en droefenis te zien, en dat mijn dagen in beschaamdheid vergaan?

DEU

11

10

כִּי הָאָרֶץ אֲשֶׁר אַתָּה בָא שָׁמָּה לְרִשְׁתָּהּ לֹא כְאֶרֶץ מִצְרַיִם הִוא אֲשֶׁר יְצָאתֶם מִשָּׁ֑ם אֲשֶׁר תִּזְרַע אֶֽת זַרְעֲךָ וְהִשְׁקִיתָ בְרַגְלְךָ כְּגַן הַיָּרָֽק׃

Want het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven, is niet als Egypteland, van waar gij uitgegaan zijt, hetwelk gij bezaaidet met uw zaad, en bewaterdet met uw gang, als een kruidhof.

HAB

3

13

יָצָאתָ לְיֵשַׁע עַמֶּךָ לְיֵשַׁע אֶת מְשִׁיחֶ֑ךָ מָחַצְתָּ רֹּאשׁ מִבֵּית רָשָׁע עָרוֹת יְסוֹד עַד צַוָּאר סֶֽלָה׃פ

Gij toogt uit tot verlossing Uws volks, tot verlossing met Uw Gezalfde; Gij doorwonddet het hoofd van het huis des goddelozen, ontblotende den grond tot den hals toe. Sela.

GEN

10

14

וְֽאֶת פַּתְרֻסִים וְאֶת כַּסְלֻחִים אֲשֶׁר יָצְאוּ מִשָּׁם פְּלִשְׁתִּים וְאֶת כַּפְתֹּרִֽים׃ס

En de Pathrusieten, en de Casluchieten, van waar de Filistijnen uitgekomen zijn, en de Caftorieten.

NUM

21

28

כִּי אֵשׁ יָֽצְאָה מֵֽחֶשְׁבּוֹן לֶהָבָה מִקִּרְיַת סִיחֹ֑ן אָֽכְלָה עָר מוֹאָב בַּעֲלֵי בָּמוֹת אַרְנֹֽן׃

Want er is een vuur uitgegaan uit Hesbon; een vlam uit de stad van Sihon; zij heeft verteerd Ar der Moabieten, en de heren der hoogten van de Arnon.

PSA

73

7

יָצָא מֵחֵלֶב עֵינֵ֑מוֹ עָבְרוּ מַשְׂכִּיּוֹת לֵבָֽב׃

Hun ogen puilen uit van vet; zij gaan de inbeeldingen des harten te boven.

Voorbeeldteksten Conj. Perfectum

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

1SA

11

3

וַיֹּאמְרוּ אֵלָיו זִקְנֵי יָבֵישׁ הֶרֶף לָנוּ שִׁבְעַת יָמִים וְנִשְׁלְחָה מַלְאָכִים בְּכֹל גְּבוּל יִשְׂרָאֵ֑ל וְאִם אֵין מוֹשִׁיעַ אֹתָנוּ וְיָצָאנוּ אֵלֶֽיךָ׃

Toen zeiden tot hem de oudsten Jabes: Laat zeven dagen van ons af, dat wij boden zenden in al de landpalen van Israël; is er dan niemand, die ons verlost, zo zullen wij tot u uitgaan.

1SA

17

35

וְיָצָאתִי אַחֲרָיו וְהִכִּתִיו וְהִצַּלְתִּי מִפִּ֑יו וַיָּקָם עָלַי וְהֶחֱזַקְתִּי בִּזְקָנוֹ וְהִכִּתִיו וַהֲמִיתִּֽיו׃

En ik ging uit hem na, en ik sloeg hem, en redde het uit zijn mond; toen hij tegen mij opstond, zo vatte ik hem bij zijn baard, en sloeg hem, en doodde hem.

MAL

4

2

וְזָרְחָה לָכֶם יִרְאֵי שְׁמִי שֶׁמֶשׁ צְדָקָה וּמַרְפֵּא בִּכְנָפֶ֑יהָ וִֽיצָאתֶם וּפִשְׁתֶּם כְּעֶגְלֵי מַרְבֵּֽק׃

Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.

DEU

23

12

וְיָד תִּהְיֶה לְךָ מִחוּץ לַֽמַּחֲנֶ֑ה וְיָצָאתָ שָׁמָּה חֽוּץ׃

Gij zult ook een plaats hebben buiten het leger, en daarhenen zult gij uitgaan naar buiten.

EXO

21

22

וְכִֽי יִנָּצוּ אֲנָשִׁים וְנָגְפוּ אִשָּׁה הָרָה וְיָצְאוּ יְלָדֶיהָ וְלֹא יִהְיֶה אָס֑וֹן עָנוֹשׁ יֵעָנֵשׁ כַּֽאֲשֶׁר יָשִׁית עָלָיו בַּעַל הָֽאִשָּׁה וְנָתַן בִּפְלִלִֽים׃

Wanneer nu mannen kijven, en slaan een zwangere vrouw, dat haar de vrucht afgaat, doch geen dodelijk verderf zij, zo zal hij zekerlijk gestraft worden, gelijk als hem de man der vrouw oplegt, en hij zal het geven door de rechters.

EXO

21

11

וְאִם שְׁלָשׁ אֵלֶּה לֹא יַעֲשֶׂה לָ֑הּ וְיָצְאָה חִנָּם אֵין כָּֽסֶף׃ס

En indien hij haar deze drie dingen niet doet, zo zal zij om niet uitgaan, zonder geld.

JOS

19

27

וְשָׁב מִזְרַח הַשֶּׁמֶשׁ בֵּית דָּגֹן֒ וּפָגַע בִּזְבֻלוּן וּבְגֵי יִפְתַּח אֵל צָפוֹנָה בֵּית הָעֵמֶק וּנְעִיאֵ֑ל וְיָצָא אֶל כָּבוּל מִשְּׂמֹֽאל׃

En wendt zich tegen den opgang der zon naar Beth-dagon, en reikt aan Zebulon, en aan het dal Jiftha-el noordwaarts naar Beth-emek, en Nehiel, en komt uit tot Kabul ter linkerhand;

PS

PERF

N1

CONJPERF

N2

3fs

יָצָאָה

1

1cs

יָצָתִי

1

3cp

יָצָאוּ

8

3cp

יְצָאֻנִי

1

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

ISA

28

29

גַּם זֹאת מֵעִם יְהוָה צְבָאוֹת יָצָ֑אָה הִפְלִיא עֵצָה הִגְדִּיל תּוּשִׁיָּֽה׃ס

Zulks komt ook voort van den Heere der heirscharen; Hij is wonderlijk van raad, Hij is groot van daad.

JOB

1

21

וַיֹּאמֶר עָרֹם יָצָתִי מִבֶּטֶן אִמִּי וְעָרֹם אָשׁוּב שָׁמָה יְהוָה נָתַן וַיהוָה לָקָ֑ח יְהִי שֵׁם יְהוָה מְבֹרָֽךְ׃

En hij zeide: Naakt ben ik uit mijner moeders buik gekomen, en naakt zal ik daarhenen wederkeren. De Heere heeft gegeven, en de Heere heeft genomen; de Naam des Heeren zij geloofd!

EZE

36

20

וַיָּבוֹא אֶל הַגּוֹיִם אֲשֶׁר בָּאוּ שָׁם וַֽיְחַלְּלוּ אֶת שֵׁם קָדְשִׁ֑י בֶּאֱמֹר לָהֶם עַם יְהוָה אֵלֶּה וּמֵאַרְצוֹ יָצָֽאוּ׃

Als zij nu tot de heidenen kwamen, waarhenen zij getogen waren, ontheiligden zij Mijn heiligen Naam, omdat men van hen zeide: Dezen zijn het volk des Heeren, en zijn uit Zijn land uitgegaan.

Het tabblad ‘vervoeging’ bevat de meest voorkomende vorm van het werkwoord in de betreffende combinatie geslacht/getal. De voorbeeldteksten zijn een random keuze uit teksten zodanig dat elke vorm in de tabel een keer voorkomt. Het tabblad ‘Cohortativus’ (‘Jussivus’) geeft alle teksten waarin het werkwoord als cohortativus (jussivus) voorkomt.

PS

IMPF

N1

IMPF_CONS

N2

IMPF_CONJ

N3

STERK

3ms

יֵצֵא

62

וַיֵּצֵא

133

וְיֵצֵא

3

יִקְטֹל

3fs

תֵּצֵא

13

וַתֵּצֵא

15

וְתֵצֵא

1

תִּקְטֹל

2ms

תֵצֵא

12

תִּקְטֹל

2fs

תֵצְאִי

2

תִּקְטְלִי

1cs

אֵצֵא

13

וָאֵצְאָה

1

אֶקְטֹל

3mp

יֵצְאוּ

14

וַיֵּצְאוּ

46

וְיֵצְאוּ

1

יִקְטְלוּ

3fp

וַתֵּצֶאנָה

2

תִּקְטֹ֫לְנָה

2mp

תֵצְאוּ

4

תִּקְטְלוּ

2fp

תֵּצֶאנָה

1

תִּקְטֹ֫לְנָה

1cp

נֵצֵא

3

וְנֵצֵא

2

נִקְטֹל

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

DEU

21

10

כִּֽי תֵצֵא לַמִּלְחָמָה עַל אֹיְבֶ֑יךָ וּנְתָנוֹ יְהוָה אֱלֹהֶיךָ בְּיָדֶךָ וְשָׁבִיתָ שִׁבְיֽוֹ׃

Wanneer gij zult uitgetogen zijn tot den strijd tegen uw vijanden; en de Heere, uw God, hen zal gegeven hebben in uw hand, dat gij hun gevangenen gevankelijk wegvoert;

JOS

21

4

וַיֵּצֵא הַגּוֹרָל לְמִשְׁפְּחֹת הַקְּהָתִ֑י וַיְהִי לִבְנֵי אַהֲרֹן הַכֹּהֵן מִן הַלְוִיִּם מִמַּטֵּה יְהוּדָה וּמִמַּטֵּה הַשִּׁמְעֹנִי וּמִמַּטֵּה בִנְיָמִן בַּגּוֹרָל עָרִים שְׁלֹשׁ עֶשְׂרֵֽה׃ס

Toen ging het lot uit voor de huisgezinnen der Kahathieten; en voor de kinderen van Aäron, den priester, uit de Levieten, waren van den stam van Juda, en van den stam van Simeon, en van den stam van Benjamin, door het lot, dertien steden.

JDG

9

20

וְאִם אַיִן תֵּצֵא אֵשׁ מֵאֲבִימֶלֶךְ וְתֹאכַל אֶת בַּעֲלֵי שְׁכֶם וְאֶת בֵּית מִלּ֑וֹא וְתֵצֵא אֵשׁ מִבַּעֲלֵי שְׁכֶם וּמִבֵּית מִלּוֹא וְתֹאכַל אֶת אֲבִימֶֽלֶךְ׃

Maar indien niet, zo ga vuur uit van Abimelech, en vertere de burgers van Sichem, en het huis van Millo; en vuur ga uit van de burgers van Sichem, en van het huis van Millo, en vertere Abimelech!

JDG

15

19

וַיִּבְקַע אֱלֹהִים אֶת הַמַּכְתֵּשׁ אֲשֶׁר בַּלֶּחִי וַיֵּצְאוּ מִמֶּנּוּ מַיִם וַיֵּשְׁתְּ וַתָּשָׁב רוּחוֹ וַיֶּ֑חִי עַל כֵּן קָרָא שְׁמָהּ עֵין הַקּוֹרֵא אֲשֶׁר בַּלֶּחִי עַד הַיּוֹם הַזֶּֽה׃

Toen kloofde God de holle plaats, die in Lechi is, en er ging water uit van dezelve, en hij dronk. Toen kwam zijn geest weder, en hij werd levend. Daarom noemde hij haar naam: De fontein des aanroepers, die in Lechi is, tot op dezen dag.

JDG

16

20

וַתֹּאמֶר פְּלִשְׁתִּים עָלֶיךָ שִׁמְשׁ֑וֹן וַיִּקַץ מִשְּׁנָתוֹ וַיֹּאמֶר אֵצֵא כְּפַעַם בְּפַעַם וְאִנָּעֵר וְהוּא לֹא יָדַע כִּי יְהוָה סָר מֵעָלָֽיו׃

En zij zeide: De Filistijnen over u, Simson! En hij ontwaakte uit zijn slaap, en zeide: Ik zal ditmaal uitgaan, als op andere malen, en mij uitschudden; want hij wist niet, dat de Heere van hem geweken was.

1SA

11

10

וַֽיֹּאמְרוּ אַנְשֵׁי יָבֵישׁ מָחָר נֵצֵא אֲלֵיכֶ֑ם וַעֲשִׂיתֶם לָּנוּ כְּכָל הַטּוֹב בְּעֵינֵיכֶֽם׃ס

En de mannen van Jabes zeiden: Morgen zullen wij tot ulieden uitgaan, en gij zult ons doen naar alles, wat goed is in uw ogen.

1SA

18

6

וַיְהִי בְּבוֹאָם בְּשׁוּב דָּוִד מֵהַכּוֹת אֶת הַפְּלִשְׁתִּי וַתֵּצֶאנָה הַנָּשִׁים מִכָּל עָרֵי יִשְׂרָאֵל לָשׁוּר וְהַמְּחֹלוֹת לִקְרַאת שָׁאוּל הַמֶּ֑לֶךְ בְּתֻפִּים בְּשִׂמְחָה וּבְשָׁלִשִֽׁים׃

Het geschiedde nu, toen zij kwamen, en David wederkeerde van het slaan der Filistijnen, dat de vrouwen uitgingen uit al de steden van Israël, met gezang en reien, den koning Saul tegemoet, met trommelen, met vreugde en met muziekinstrumenten.

2SA

2

23

וַיְמָאֵן לָסוּר וַיַּכֵּהוּ אַבְנֵר בְּאַחֲרֵי הַחֲנִית אֶל הַחֹמֶשׁ וַתֵּצֵא הַֽחֲנִית מֵאַחֲרָיו וַיִּפָּל שָׁם וַיָּמָת תַּחַתוֹ וַיְהִי כָּל הַבָּא אֶֽל הַמָּקוֹם אֲשֶׁר נָפַל שָׁם עֲשָׂהאֵל וַיָּמֹת וַֽיַּעֲמֹֽדוּ׃

Maar hij weigerde af te wijken. Zo sloeg hem Abner met het achterste van de spies aan de vijfde rib, dat de spies van achter hem uitging; en hij viel aldaar, en stierf op zijn plaats. En het geschiedde, dat allen, die tot de plaats kwamen, alwaar Asahel gevallen en gestorven was, staan bleven.

1KI

20

31

וַיֹּאמְרוּ אֵלָיו עֲבָדָיו֒ הִנֵּֽה נָא שָׁמַעְנוּ כִּי מַלְכֵי בֵּית יִשְׂרָאֵל כִּֽי מַלְכֵי חֶסֶד הֵ֑ם נָשִׂימָה נָּא שַׂקִּים בְּמָתְנֵינוּ וַחֲבָלִים בְּרֹאשֵׁנוּ וְנֵצֵא אֶל מֶלֶךְ יִשְׂרָאֵל אוּלַי יְחַיֶּה אֶת נַפְשֶֽׁךָ׃

Toen zeiden de knechten tot hem: Zie toch, wij hebben gehoord, dat de koningen van het huis Israëls goedertierene koningen zijn; laat ons toch zakken om onze lenden leggen, en koorden om onze hoofden, en uitgaan tot den koning van Israël; mogelijk zal hij uw ziel in het leven behouden.

JOB

41

20

מִנְּחִירָיו יֵצֵא עָשָׁ֑ן כְּדוּד נָפוּחַ וְאַגְמֹֽן׃

[041:11] Uit zijn neusgaten komt rook voort, als uit een ziedenden pot en ruimen ketel.

ISA

52

12

כִּי לֹא בְחִפָּזוֹן תֵּצֵאוּ וּבִמְנוּסָה לֹא תֵלֵכ֑וּן כִּֽי הֹלֵךְ לִפְנֵיכֶם יְהוָה וּמְאַסִּפְכֶם אֱלֹהֵי יִשְׂרָאֵֽל׃ס

Want gijlieden zult niet met haast uitgaan, noch met der vlucht henengaan; want de Heere zal voor ulieder aangezicht henentrekken, en de God van Israël zal uw achtertocht wezen.

JER

2

37

גַּם מֵאֵת זֶה תֵּֽצְאִי וְיָדַיִךְ עַל רֹאשֵׁ֑ךְ כִּֽי מָאַס יְהֹוָה בְּמִבְטַחַיִךְ וְלֹא תַצְלִיחִי לָהֶֽם׃

Gij zult ook van hier uitgaan met uw handen op uw hoofd; want de Heere heeft al uw vertrouwen verworpen, zodat gij daarmede niet zult gedijen.

JER

21

12

בֵּית דָּוִד כֹּה אָמַר יְהוָה דִּינוּ לַבֹּקֶר מִשְׁפָּט וְהַצִּילוּ גָזוּל מִיַּד עוֹשֵׁ֑ק פֶּן תֵּצֵא כָאֵשׁ חֲמָתִי וּבָעֲרָה וְאֵין מְכַבֶּה מִפְּנֵי רֹעַ מַעַלְלֵיהֶם׃

O huis Davids! zo zegt de Heere: Richt des morgens recht, en verlost den beroofde uit den hand des verdrukkers; opdat Mijn gramschap niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen.

JER

46

9

עֲלוּ הַסּוּסִים וְהִתְהֹלְלוּ הָרֶכֶב וְיֵצְאוּ הַגִּבּוֹרִ֑ים כּוּשׁ וּפוּט תֹּפְשֵׂי מָגֵן וְלוּדִים תֹּפְשֵׂי דֹּרְכֵי קָֽשֶׁת׃

Trekt op, gij paarden! en raast, gij wagens! en laat de helden uittrekken: de Moren, en de Puteers, die het schild handelen, en de Lydiers, die den boog handelen en spannen.

EZE

3

23

וָאָקוּם וָאֵצֵא אֶל הַבִּקְעָה֒ וְהִנֵּה שָׁם כְּבוֹד יְהוָה עֹמֵד כַּכָּבוֹד אֲשֶׁר רָאִיתִי עַל נְהַר כְּבָ֑ר וָאֶפֹּל עַל פָּנָֽי׃

En ik maakte mij op, en ging uit in de vallei, en ziet, de heerlijkheid des Heeren stond aldaar, gelijk de heerlijkheid, die ik gezien had bij de rivier Chebar; en ik viel op mijn aangezicht.

EZE

12

12

וְהַנָּשִׂיא אֲשֶׁר בְּתוֹכָם אֶל כָּתֵף יִשָּׂא בָּעֲלָטָה וְיֵצֵא בַּקִּיר יַחְתְּרוּ לְהוֹצִיא ב֑וֹ פָּנָיו יְכַסֶּה יַעַן אֲשֶׁר לֹא יִרְאֶה לַעַיִן הוּא אֶת הָאָֽרֶץ׃

En de vorst, die in het midden van hen is, zal het gereedschap op den schouder dragen in donker, en hij zal uitgaan; zij zullen door den wand graven, om hem daardoor uit te brengen; hij zal zijn aangezicht bedekken, opdat hij met het oog de aarde niet zie.

AMO

4

3

וּפְרָצִים תֵּצֶאנָה אִשָּׁה נֶגְדָּ֑הּ וְהִשְׁלַכְתֶּנָה הַהַרְמוֹנָה נְאֻם יְהוָֽה׃

En gij zult door de bressen uitgaan, een ieder voor zich henen; en gij zult, hetgeen in het paleis gebracht is, wegwerpen, spreekt de Heere.

ZEC

14

8

וְהָיָה בַּיּוֹם הַהוּא יֵצְאוּ מַֽיִם חַיִּים מִירוּשָׁלִַם חֶצְיָם אֶל הַיָּם הַקַּדְמוֹנִי וְחֶצְיָם אֶל הַיָּם הָאַחֲר֑וֹן בַּקַּיִץ וּבָחֹרֶף יִֽהְיֶֽה׃

Ook zal het te dien dage geschieden, dat er levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen, de helft van die naar de oostzee, en de helft van die naar de achterste zee aan; zij zullen des zomers en des winters zijn.

Alle teksten waarin de cohortativus wordt gebruikt.

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

2CH

1

10

עַתָּה חָכְמָה וּמַדָּע תֶּן לִי וְאֵֽצְאָה לִפְנֵי הָֽעָם הַזֶּה וְאָב֑וֹאָה כִּֽי מִי יִשְׁפֹּט אֶת עַמְּךָ הַזֶּה הַגָּדֽוֹל׃ס

Geef mij nu wijsheid en wetenschap, dat ik voor het aangezicht van dit volk uitga en inga; want wie zou dit Uw groot volk kunnen richten?

Teksten waarin de Jussivus wordt gebruikt.

De meest voorkomende vormen van het imperfectum zijn opgenomen. De voorbeeldteksten zijn een rabdom keuze uit de teksten waarin deze vormen voorkomen, zodanig dat elk vorm erin voorkomt.

PS

IMPV

N

STERK

ms

צֵא

14

קְטֹל

fs

צְאִי

1

קִטְלִי

mp

צְאוּ

7

קִטְלִוּ

fp

צְאֶינָה

1

קְטֹ֫לְנָה

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

GEN

8

16

צֵא מִן הַתֵּבָ֑ה אַתָּה וְאִשְׁתְּךָ וּבָנֶיךָ וּנְשֵֽׁי בָנֶיךָ אִתָּֽךְ׃

Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u.

2SA

16

7

וְכֹֽה אָמַר שִׁמְעִי בְּקַֽלְל֑וֹ צֵא צֵא אִישׁ הַדָּמִים וְאִישׁ הַבְּלִיָּֽעַל׃

Aldus nu zeide Simeï in zijn vloeken: Ga uit, ga uit, gij, man des bloeds, en gij, Belials man!

SNG

1

8

אִם לֹא תֵדְעִי לָךְ הַיָּפָה בַּנָּשִׁ֑ים צְֽאִי לָךְ בְּעִקְבֵי הַצֹּאן וּרְעִי אֶת גְּדִיֹּתַיִךְ עַל מִשְׁכְּנוֹת הָרֹעִֽים׃ס

Indiën gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen! zo ga uit op de voetstappen der schapen, en weid uw geiten bij de woningen der herderen.

ISA

49

9

לֵאמֹר לַֽאֲסוּרִים צֵאוּ לַאֲשֶׁר בַּחֹשֶׁךְ הִגָּל֑וּ עַל דְּרָכִים יִרְעוּ וּבְכָל שְׁפָיִים מַרְעִיתָֽם׃

Om te zeggen tot de gebondenen: Gaat uit; tot hen, die in duisternis zijn: Komt te voorschijn; zij zullen op de wegen weiden, en op alle hoge plaatsen zal hun weide wezen.

NEH

8

15

וַאֲשֶׁר יַשְׁמִיעוּ וְיַעֲבִירוּ קוֹל בְּכָל עָרֵיהֶם וּבִירוּשָׁלִַם לֵאמֹר֒ צְאוּ הָהָר וְהָבִיאוּ עֲלֵי זַיִת וַעֲלֵי עֵץ שֶׁמֶן וַעֲלֵי הֲדַס וַעֲלֵי תְמָרִים וַעֲלֵי עֵץ עָבֹ֑ת לַעֲשֹׂת סֻכֹּת כַּכָּתֽוּב׃פ

[08:16] En dat zij het zouden luidbaar maken, en een stem laten doorgaan door al hun steden, en te Jeruzalem, zeggende: Gaat uit op het gebergte, en haalt takken van olijfbomen, en takken van andere olieachtige bomen, en takken van mirtebomen, en takken van palmbomen, en takken van andere dichte bomen, om loofhutten te maken, als er geschreven is.

SNG

3

11

צְאֶינָה וּֽרְאֶינָה בְּנוֹת צִיּוֹן בַּמֶּלֶךְ שְׁלֹמֹ֑ה בָּעֲטָרָה שֶׁעִטְּרָה לּוֹ אִמּוֹ בְּיוֹם חֲתֻנָּתוֹ וּבְיוֹם שִׂמְחַת לִבּֽוֹ׃ס

Gaat uit, en aanschouwt, gij, dochteren van Sion! den koning Salomo, met de kroon, waarmede Hem Zijn moeder kroonde op den dag Zijner bruiloft, en op den dag der vreugde Zijns harten.

Een apart tabblad voor Participium Activum en Passivum. De tabel bevat de vormen met een participium zonder prefix en de vormen met het lidwoord als prefix. Het derde deel van de tabel geeft de overige voorkomende vormen.
De voorbeeldteksten part.act. zijn random gekozen zodanig dat alle voorkomende vormen aan bod komen. Bij part.pass. is indien er meer dan 10 teksten zijn met een part.pass. vorm, een random keuze van 10 teksten genomen. Bij minder dan 10 teksten zijn ze alle opgenomen.

PARSING

PS

PRT

N

STERK

V-Qal-Prtcpl-ms

ms

יֹצֵא

18

קֹטֵל

V-Qal-Prtcpl-fs

fs

יֹצֵאת

2

קֹטְלָה/קֹטֶ֫לֶת

V-Qal-Prtcpl-mp

mp

יֹצְאִים

9

קֹטְלִים

V-Qal-Prtcpl-fp

fp

יֹצְאוֹת

2

קֹטְלוֹת

V-Qal-Prtcpl-fp

fp

יוֹצְאוֹת

2

קֹטְלוֹת

Art | V-Qal-Prtcpl-ms

ms

הַיֹּצֵא

8

Art | V-Qal-Prtcpl-fs

fs

הַיּוֹצֵאת

3

Art | V-Qal-Prtcpl-mp

mp

הַיֹּצְאִים

12

fp

V-Qal-Prtcpl-ms

ms

יוֹצֵא

12

V-Qal-Prtcpl-fs

fs

יוֹצֵאת

1

V-Qal-Prtcpl-mp

mp

יוֹצְאִים

3

V-Qal-Prtcpl-fp

fp

יֹצְאֹת

1

Art | V-Qal-Prtcpl-ms

ms

הַיֹּצֵא

8

Art | V-Qal-Prtcpl-ms

ms

הַיּוֹצֵא

7

Art | V-Qal-Prtcpl-fs

fs

הַיּוֹצֵאת

3

Art | V-Qal-Prtcpl-fs

fs

הַיֹּצֵאת

2

Art | V-Qal-Prtcpl-fs

fs

הַיּוֹצֵת

1

Art | V-Qal-Prtcpl-mp

mp

הַיּוֹצְאִים

1

V-Qal-Prtcpl-msc

sc

יֹצֵא

12

V-Qal-Prtcpl-mpc

pc

יֹצְאֵי

9

V-Qal-Prtcpl-mpc

pc

יוֹצְאֵי

4

Conj-w, Art | V-Qal-Prtcpl-ms

ms

וְהַיֹּצֵא

2

V-Qal-Prtcpl-fsc

sc

יֹצֵאת

2

Conj-w | V-Qal-Prtcpl-ms

ms

וְיֹצֵא

1

Conj-w, Art | V-Qal-Prtcpl-fs

fs

וְהַיֹּצֵאת

1

Conj-w, Art | V-Qal-Prtcpl-fs

fs

וְהַיּוֹצֵאת

1

Conj-w, Art | V-Qal-Prtcpl-ms

ms

וְהַיּוֹצֵא

1

Conj-w, Prep-l, Art | V-Qal-Prtcpl-ms

ms

וְלַיּוֹצֵא

1

Prep-l, Art | V-Qal-Prtcpl-ms

ms

לַיּוֹצֵא

1

Pro-r | V-Qal-Prtcpl-fs

fs

שֶׁיֹּצָא

1

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

EXO

28

7

שְׁתֵּי כְתֵפֹת חֹֽבְרֹת יִֽהְיֶה לּוֹ אֶל שְׁנֵי קְצוֹתָיו וְחֻבָּֽר׃

Hij zal twee samenvoegende schouderbanden hebben aan zijn beide einden, waarmede hij samengevoegd zal worden.

2CH

2

7

וְעַתָּה שְֽׁלַֽח לִי אִישׁ חָכָם לַעֲשׂוֹת בַּזָּהָב וּבַכֶּסֶף וּבַנְּחֹשֶׁת וּבַבַּרְזֶל וּבָֽאַרְגְּוָן וְכַרְמִיל וּתְכֵלֶת וְיֹדֵעַ לְפַתֵּחַ פִּתּוּחִ֑ים עִם הַֽחֲכָמִים אֲשֶׁר עִמִּי בִּֽיהוּדָה וּבִֽירוּשָׁלִַם אֲשֶׁר הֵכִין דָּוִיד אָבִֽי׃

Zo zend mij nu een wijzen man, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper, en karmozijn, en hemelsblauw, en die weet graveerselen te graveren, met de wijzen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David beschikt heeft.

JOB

5

1

קְֽרָא נָא הֲיֵשׁ עוֹנֶ֑ךָּ וְאֶל מִי מִקְּדֹשִׁים תִּפְנֶֽה׃

Roep nu, zal er iemand zijn, die u antwoorde? En tot wien van de heiligen zult gij u keren?

PSA

7

4

אִם גָּמַלְתִּי שֽׁוֹלְמִי רָ֑ע וָאֲחַלְּצָה צוֹרְרִי רֵיקָֽם׃

[07:5] Indiën ik kwaad vergolden heb dien, die vrede met mij had; (ja, ik heb dien gered, die mij zonder oorzaak benauwde!)

PRO

17

17

בְּכָל עֵת אֹהֵב הָרֵ֑עַ וְאָח לְצָרָה יִוָּלֵֽד׃

Een vriend heeft te aller tijd lief; en een broeder wordt in de benauwdheid geboren.

PRO

20

12

אֹזֶן שֹׁמַעַת וְעַיִן רֹאָ֑ה יְהוָה עָשָׂה גַם שְׁנֵיהֶֽם׃

Een horend oor, en een ziend oog heeft de Heere gemaakt, ja, die beide.

ISA

8

14

וְהָיָה לְמִקְדָּ֑שׁ וּלְאֶבֶן נֶגֶף וּלְצוּר מִכְשׁוֹל לִשְׁנֵי בָתֵּי יִשְׂרָאֵל לְפַח וּלְמוֹקֵשׁ לְיוֹשֵׁב יְרוּשָׁלִָֽם׃

Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israël, tot een strik en tot een net den inwoners te Jeruzalem.

ISA

17

14

לְעֵת עֶרֶב וְהִנֵּה בַלָּהָה בְּטֶרֶם בֹּקֶר אֵינֶ֑נּוּ זֶה חֵלֶק שׁוֹסֵינוּ וְגוֹרָל לְבֹזְזֵֽינוּ׃ס

Ten tijde des avonds, ziet, zo is er verschrikking, eer het morgen is, is hij er niet meer. Dit is het deel dergenen, die ons beroven, en het lot dergenen, die ons plunderen.

ISA

27

3

אֲנִי יְהוָה נֹֽצְרָהּ לִרְגָעִים אַשְׁקֶ֑נָּה פֶּן יִפְקֹד עָלֶיהָ לַיְלָה וָיוֹם אֶצֳּרֶֽנָּה׃

Ik, de Heere, behoede dien, alle ogenblik zal Ik hem bevochtigen; opdat de vijand hem niet bezoeke, zal Ik hem bewaren nacht en dag.

JER

11

2

שִׁמְעוּ אֶת דִּבְרֵי הַבְּרִית הַזֹּ֑את וְדִבַּרְתָּם אֶל אִישׁ יְהוּדָה וְעַל יֹשְׁבֵי יְרוּשָׁלִָֽם׃

Hoort gijlieden de woorden dezes verbonds, en spreekt tot de mannen van Juda, en tot de inwoners van Jeruzalem;

JER

16

3

כִּי כֹה אָמַר יְהוָה עַל הַבָּנִים וְעַל הַבָּנוֹת הַיִּלּוֹדִים בַּמָּקוֹם הַזֶּ֑ה וְעַֽל אִמֹּתָם הַיֹּלְדוֹת אוֹתָם וְעַל אֲבוֹתָם הַמּוֹלִדִים אוֹתָם בָּאָרֶץ הַזֹּֽאת׃

Want zo zegt de Heere van de zonen en van de dochteren, die in deze plaats geboren worden; daartoe van hun moeders, die ze baren, en van hun vaders, die ze gewinnen in dit land:

EZE

11

2

וַיֹּאמֶר אֵלָ֑י בֶּן אָדָם אֵלֶּה הָאֲנָשִׁים הַחֹשְׁבִים אָוֶן וְהַיֹּעֲצִים עֲצַת רָע בָּעִיר הַזֹּֽאת׃

En Hij zeide tot mij: Mensenkind, deze zijn de mannen, die ongerechtigheid bedenken, en die kwaden raad raden in deze stad.

EZE

13

20

לָכֵן כֹּה אָמַר אֲדֹנָי יְהוִה הִנְנִי אֶל כִּסְּתוֹתֵיכֶנָה אֲשֶׁר אַתֵּנָה מְצֹדְדוֹת שָׁם אֶת הַנְּפָשׁוֹת לְפֹרְחוֹת וְקָרַעְתִּי אֹתָם מֵעַל זְרוֹעֹֽתֵיכֶ֑ם וְשִׁלַּחְתִּי אֶת הַנְּפָשׁוֹת אֲשֶׁר אַתֶּם מְצֹדְדוֹת אֶת נְפָשִׁים לְפֹרְחֹֽת׃

Daarom, zo zegt de Heere Heere: Ziet, Ik wil aan uw kussens, waarmede gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven, en Ik zal ze uit uw armen wegscheuren; en Ik zal die zielen losmaken, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven.

DAN

3

17

הֵן אִיתַי אֱלָהַנָא דִּֽי אֲנַחְנָא פָֽלְחִין יָכִל לְשֵׁיזָבוּתַ֑נָא מִן אַתּוּן נוּרָא יָקִֽדְתָּא וּמִן יְדָךְ מַלְכָּא יְשֵׁיזִֽב׃

Zal het zo zijn, onze God, Dien wij eren, is machtig ons te verlossen uit den oven des brandenden vuurs, en Hij zal ons uit uw hand, o koning! verlossen.

DAN

5

7

קָרֵא מַלְכָּא בְּחַיִל לְהֶֽעָלָה לְאָשְׁפַיָּא כַּשְׂדָּיֵא וְגָזְרַיָּ֑א עָנֵה מַלְכָּא וְאָמַר לְחַכִּימֵי בָבֶל דִּי כָל אֱנָשׁ דִּֽי יִקְרֵה כְּתָבָה דְנָה וּפִשְׁרֵהּ יְחַוִּנַּנִי אַרְגְּוָנָא יִלְבַּשׁ וְהַמּוֹנְכָא דִֽי דַהֲבָא עַֽל צַוְּארֵהּ וְתַלְתִּי בְמַלְכוּתָא יִשְׁלַֽט׃ס

Zodat de koning met kracht riep dat men de sterrekijkers, de Chaldeen en de waarzeggers inbrengen zou; en de koning antwoordde en zeide tot de wijzen van Babel: Alle man, die dit schrift lezen, en deszelfs uitlegging mij te kennen zal geven, die zal met purper gekleed worden, met een gouden keten om zijn hals, en hij zal de derde heerser in dit koninkrijk zijn.

AMO

9

6

הַבּוֹנֶה בַשָּׁמַיִם מַעֲלוֹתוֹ וַאֲגֻדָּתוֹ עַל אֶרֶץ יְסָדָ֑הּ הַקֹּרֵא לְמֵֽי הַיָּם וַֽיִּשְׁפְּכֵם עַל פְּנֵי הָאָרֶץ יְהוָה שְׁמֽוֹ׃

Die Zijn opperzalen in den hemel bouwt, en Zijn benden heeft Hij op aarde gefondeerd; Die de wateren der zee roept, en giet ze uit op den aardbodem; Heere is Zijn Naam.

MIC

2

8

וְאֶתְמוּל עַמִּי לְאוֹיֵב יְקוֹמֵם מִמּוּל שַׂלְמָה אֶדֶר תַּפְשִׁט֑וּן מֵעֹבְרִים בֶּטַח שׁוּבֵי מִלְחָמָֽה׃

Maar gisteren stelde zich Mijn volk op, tot vijand, tegenover een kleed; gij stroopt een mantel van degenen, die zeker voorbijgaan, wederkomende van den strijd.

ZEC

5

3

וַיֹּאמֶר אֵלַי זֹאת הָֽאָלָה הַיּוֹצֵאת עַל פְּנֵי כָל הָאָ֑רֶץ כִּי כָל הַגֹּנֵב מִזֶּה כָּמוֹהָ נִקָּה וְכָל הַנִּשְׁבָּע מִזֶּה כָּמוֹהָ נִקָּֽה׃

Toen zeide Hij tot mij: Dit is de vloek, die uitgaan zal over het ganse land; want een iegelijk, die steelt, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden; desgelijks een iegelijk, die valselijk zweert, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden.

ZEC

10

5

וְהָיוּ כְגִבֹּרִים בּוֹסִים בְּטִיט חוּצוֹת בַּמִּלְחָמָה וְנִלְחֲמוּ כִּי יְהוָה עִמָּ֑ם וְהֹבִישׁוּ רֹכְבֵי סוּסִֽים׃

En zij zullen zijn als de helden, die in het slijk der straten treden in den strijd, en zij zullen strijden; want de Heere zal met hen wezen; en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden.

PARSING

PS

PRT_PASS

N

STERK

ms

קָטוּל

fs

קְטוּלָה

mp

קְטוּלִים

fp

קְטוּלוֹת

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

De overzichten geven alle vormen van de infinitivi die in de Tenach voorkomen. De voorbeeldteksten zijn de eerste tien verzen waarin een infinitivus constructus resp infintivus absolutus voorkomt; indien het infinitief minder dan tien keer voorkomt zijn alle verzen als voorbeeld opgenomen.

PARSING

HEBR

COUNT

Prep-b | V-Qal-Inf

בְּצֵאת

9

Prep-b | V-Qal-Inf | 3mp

בְּצֵאתָם

9

Prep-l | V-Qal-Inf

לָצֵאת

9

V-Qal-Inf

צֵאת

7

V-Qal-Inf | 2ms

צֵאתְךָ

7

Prep-b | V-Qal-Inf | 3ms

בְּצֵאתוֹ

6

Prep-b | V-Qal-Inf | 2mp

בְּצֵאתְכֶם

5

Conj-w, Prep-b | V-Qal-Inf | 3mp

וּבְצֵאתָם

3

Prep-b | V-Qal-Inf | 2ms

בְּצֵאתֶךָ

3

Prep-k | V-Qal-Inf

כְּצֵאת

3

Prep-l | V-Qal-Inf

לְצֵאת

3

Prep-l | V-Qal-Inf | 3mp

לְצֵאתָם

3

V-Qal-Inf | 3ms

צֵאתוֹ

3

Conj-w | V-Qal-Inf | 2ms

וְצֵאתְךָ

2

Conj-w, Prep-b | V-Qal-Inf | 3ms

וּבְצֵאתוֹ

2

Prep-b | V-Qal-Inf | 1cs

בְּצֵאתִי

2

Prep-b | V-Qal-Inf | 2ms

בְּצֵאתְךָ

2

Conj-w, Prep-l | V-Qal-Inf

וְלָצֵאת

1

Prep-k | V-Qal-Inf | 1cs

כְּצֵאתִי

1

Prep-m | V-Qal-Inf | 2fs

מִצֵּאתֵךְ

1

V-Qal-Inf | 1cp

צֵאתֵנוּ

1

V-Qal-Inf | 3mp

צֵאתָם

1

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

GEN

12

4

וַיֵּלֶךְ אַבְרָם כַּאֲשֶׁר דִּבֶּר אֵלָיו יְהוָה וַיֵּלֶךְ אִתּוֹ ל֑וֹט וְאַבְרָם בֶּן חָמֵשׁ שָׁנִים וְשִׁבְעִים שָׁנָה בְּצֵאתוֹ מֵחָרָֽן׃

En Abram toog heen, gelijk de Heere tot hem gesproken had; en Lot toog met hem; en Abram was vijf en zeventig jaren oud, toen hij uit Haran ging.

GEN

24

11

וַיַּבְרֵךְ הַגְּמַלִּים מִחוּץ לָעִיר אֶל בְּאֵר הַמָּ֑יִם לְעֵת עֶרֶב לְעֵת צֵאת הַשֹּׁאֲבֹֽת׃

En hij deed de kemelen nederknielen buiten de stad, bij een waterput, des avondtijds, ten tijde, als de putsters uitkwamen.

GEN

35

18

וַיְהִי בְּצֵאת נַפְשָׁהּ כִּי מֵתָה וַתִּקְרָא שְׁמוֹ בֶּן אוֹנִ֑י וְאָבִיו קָֽרָא לוֹ בִנְיָמִֽין׃

En het geschiedde, als haar ziel uitging ( want zij stierf), dat zij zijn naam noemde Ben-oni; maar zijn vader noemde hem Benjamin.

EXO

5

20

וַֽיִּפְגְּעוּ אֶת מֹשֶׁה וְאֶֽת אַהֲרֹן נִצָּבִים לִקְרָאתָ֑ם בְּצֵאתָם מֵאֵת פַּרְעֹֽה׃

En zij ontmoetten Mozes en Aäron, die tegen hen over stonden, toen zij van Farao uitgingen.

EXO

9

29

וַיֹּאמֶר אֵלָיו מֹשֶׁה כְּצֵאתִי אֶת הָעִיר אֶפְרֹשׂ אֶת כַּפַּי אֶל יְהוָ֑ה הַקֹּלוֹת יֶחְדָּלוּן וְהַבָּרָד לֹא יִֽהְיֶה עוֹד לְמַעַן תֵּדַע כִּי לַיהוָה הָאָֽרֶץ׃

Toen zeide Mozes tot hem: Wanneer ik ter stad uitgegaan zal zijn, zo zal ik mijn handen uitbreiden voor den Heere; de donder zal ophouden, en de hagel zal niet meer zijn; opdat gij weet, dat de aarde des Heeren is!

EXO

13

8

וְהִגַּדְתָּ לְבִנְךָ בַּיּוֹם הַהוּא לֵאמֹ֑ר בַּעֲבוּר זֶה עָשָׂה יְהוָה לִי בְּצֵאתִי מִמִּצְרָֽיִם׃

En gij zult uw zoon te kennen geven te dienzelven dage, zeggende: Dit is om hetgeen de Heere mij gedaan heeft, toen ik uit Egypte uittoog.

EXO

16

1

וַיִּסְעוּ מֵֽאֵילִם וַיָּבֹאוּ כָּל עֲדַת בְּנֵֽי יִשְׂרָאֵל אֶל מִדְבַּר סִין אֲשֶׁר בֵּין אֵילִם וּבֵין סִינָ֑י בַּחֲמִשָּׁה עָשָׂר יוֹם לַחֹדֶשׁ הַשֵּׁנִי לְצֵאתָם מֵאֶרֶץ מִצְרָֽיִם׃

Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de ganse vergadering der kinderen Israëls in de woestijn Sin, welke is tussen Elim en tussen Sinaï, aan den vijftienden dag der tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren.

EXO

19

1

בַּחֹדֶשׁ הַשְּׁלִישִׁי לְצֵאת בְּנֵי יִשְׂרָאֵל מֵאֶרֶץ מִצְרָ֑יִם בַּיּוֹם הַזֶּה בָּאוּ מִדְבַּר סִינָֽי׃

In de derde maand, na het uittrekken der kinderen Israëls uit Egypteland, ten zelfden dage kwamen zij in de woestijn Sinaï.

EXO

21

7

וְכִֽי יִמְכֹּר אִישׁ אֶת בִּתּוֹ לְאָמָ֑ה לֹא תֵצֵא כְּצֵאת הָעֲבָדִֽים׃

Wanneer nu iemand zijn dochter zal verkocht hebben tot een dienstmaagd, zo zal zij niet uitgaan, gelijk de knechten uitgaan.

EXO

23

16

וְחַג הַקָּצִיר בִּכּוּרֵי מַעֲשֶׂיךָ אֲשֶׁר תִּזְרַע בַּשָּׂדֶ֑ה וְחַג הָֽאָסִף בְּצֵאת הַשָּׁנָה בְּאָסְפְּךָ אֶֽת מַעֲשֶׂיךָ מִן הַשָּׂדֶֽה׃

En het feest des oogstes, der eerste vruchten van uw arbeid, die gij op het veld gezaaid zult hebben. En het feest der inzameling, op den uitgang des jaars, wanneer gij uw arbeid uit het veld zult ingezameld hebben.

PARSING

HEBR

COUNT

V-Qal-InfAbs

יָצֹא

4

V-Qal-InfAbs

יָצוֹא

3

Voorbeeldteksten

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

GEN

8

7

וַיְשַׁלַּח אֶת הָֽעֹרֵ֑ב וַיֵּצֵא יָצוֹא וָשׁוֹב עַד יְבֹשֶׁת הַמַּיִם מֵעַל הָאָֽרֶץ׃

En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren.

GEN

27

30

וַיְהִי כַּאֲשֶׁר כִּלָּה יִצְחָק לְבָרֵךְ אֶֽת יַעֲקֹב֒ וַיְהִי אַךְ יָצֹא יָצָא יַעֲקֹב מֵאֵת פְּנֵי יִצְחָק אָבִ֑יו וְעֵשָׂו אָחִיו בָּא מִצֵּידֽוֹ׃

En het geschiedde, als Izak voleindigd had Jakob te zegenen, zo geschiedde het, toen Jakob maar even van het aangezicht van zijn vader Izak uitgegaan was, dat Ezau, zijn broeder, van zijn jacht kwam.

NUM

35

26

וְאִם יָצֹא יֵצֵא הָרֹצֵ֑חַ אֶת גְּבוּל עִיר מִקְלָטוֹ אֲשֶׁר יָנוּס שָֽׁמָּה׃

Doch indien de doodslager enigszins zal gaan uit de palen zijner vrijstad, waarheen hij gevloden was,

2SA

16

5

וּבָא הַמֶּלֶךְ דָּוִד עַד בַּֽחוּרִ֑ים וְהִנֵּה מִשָּׁם אִישׁ יוֹצֵא מִמִּשְׁפַּחַת בֵּית שָׁאוּל וּשְׁמוֹ שִׁמְעִי בֶן גֵּרָא יֹצֵא יָצוֹא וּמְקַלֵּֽל׃

Als nu de koning David tot aan Bahurim kwam, ziet, toen kwam van daar een man uit, van het geslacht van het huis van Saul, wiens naam was Simeï, de zoon van Gera; hij ging steeds voort, en vloekte.

2SA

18

2

וַיְשַׁלַּח דָּוִד אֶת הָעָם הַשְּׁלִשִׁית בְּיַד יוֹאָב וְהַשְּׁלִשִׁית בְּיַד אֲבִישַׁי בֶּן צְרוּיָה אֲחִי יוֹאָב וְהַשְּׁלִשִׁת בְּיַד אִתַּי הַגִּתִּ֑יס וַיֹּאמֶר הַמֶּלֶךְ אֶל הָעָם יָצֹא אֵצֵא גַּם אֲנִי עִמָּכֶֽם׃

Voorts zond David het volk uit, een derde deel onder de hand van Joab, en een derde deel onder de hand van Abisai, den zoon van Zeruja, Joabs broeder, en een derde deel onder de hand van Ithai, den Gethiet. En de koning zeide tot het volk: Ik zal ook zelf zekerlijk met ulieden uittrekken.

2KI

5

11

וַיִּקְצֹף נַעֲמָן וַיֵּלַ֑ךְ וַיֹּאמֶר הִנֵּה אָמַרְתִּי אֵלַי יֵצֵא יָצוֹא וְעָמַד וְקָרָא בְּשֵׁם יְהוָה אֱלֹהָיו וְהֵנִיף יָדוֹ אֶל הַמָּקוֹם וְאָסַף הַמְּצֹרָֽע׃

Maar Naäman werd zeer toornig, en toog weg, en zeide: Zie, ik zeide bij mij zelven: Hij zal zekerlijk uitkomen, en staan, en den Naam des Heeren, Zijns Gods, aanroepen, en zijn hand over de plaats strijken, en den melaatse ontledigen.

JER

38

17

וַיֹּאמֶר יִרְמְיָהוּ אֶל צִדְקִיָּהוּ כֹּֽה אָמַר יְהוָה אֱלֹהֵי צְבָאוֹת אֱלֹהֵי יִשְׂרָאֵל אִם יָצֹא תֵצֵא אֶל שָׂרֵי מֶֽלֶךְ בָּבֶל וְחָיְתָה נַפְשֶׁךָ וְהָעִיר הַזֹּאת לֹא תִשָּׂרֵף בָּאֵ֑שׁ וְחָיִתָה אַתָּה וּבֵיתֶֽךָ׃

Jeremia dan zeide tot Zedekia: Zo zegt de Heere, de God der heirscharen, de God Israëls: Indiën gij gewilliglijk tot de vorsten des koning van Babel zult uitgaan, zo zal uw ziel leven, en deze stad zal niet verbrand worden met vuur; en gij zult leven, gij en uw huis.